`VN-bestuur in Kosovo functioneert niet'

De Kosovo-Albanese uitgever Veton Surroi is altijd kritisch geweest, naar alle partijen. Hij is dan ook vaak de kop van Jut van alle partijen in Kosovo. ,,Het recente geweld in Kosovo is een wake-up call voor iedereen.''

Hij oogt ontspannen, zoals hij achterover leunt in zijn donkere fauteuil. Maar zijn kantoor bevindt zich achter twee dikke, met metalen platen beklede deuren. Want Veton Surroi, criticus van de Albanese, de Servische én de internationale gemeenschap, is niet bij iedereen geliefd. Die twee dikke deuren beschermen hem.

Surroi is uitgever van het Albaneestalige blad Koha Ditore. Vóór de Kosovo-oorlog van 1999 maakte hij deel uit van Kosovo-Albanese delegaties die naar het buitenland reisden om hun zaak te bepleiten. Tot woede van de Servische overheersers, die hem dan ook voortdurend lastig vielen.

Na de oorlog keerde hij zich tegen de Albanese extremisten. Tot Surroi's ontzetting namen zij wraak op de achtergebleven Serviërs. In oktober 1999 schreef hij een opiniestuk dat vele kranten over de wereld haalde. Hij sprak over het geweld tegen de Serviërs, ,,dat een weloverwogen en georganiseerd karakter heeft''. Hij vergeleek de extremisten met fascisten.

Het leverde hem opnieuw woede op, deze keer van voormalige Albanese guerrillastrijders die hem met de dood bedreigden. En het leverde hem een Nederlandse mensenrechtenprijs op, de Geuzenpenning.

Vijf jaar na de oorlog wordt Kosovo geleid door een VN-bestuur, UNMIK, en bewaakt door een vredesmacht, KFOR. Maar deze hebben niet kunnen verhinderen dat Kosovo nog altijd het toneel is van etnisch geweld, waarbij vorige week 31 mensen om het leven kwamen. Veton Surroi is niet verbaasd over de onvrede onder de bevolking, wel over het grove geweld.

Waar komt dit brute geweld vandaan?

,,De mensen zijn ontevreden. Ze hebben geen werk. Ze verwachtten dat hun situatie zou verbeteren na de bevrijding. Dat is natuurlijk onrealistisch, maar de overgangsperiode duurt te lang. Vijf jaar na de oorlog fungeert de rechtspraak in Kosovo nog steeds niet.

Een groep Albanese extremisten heeft het geweld binnen enkele uren overgenomen. Zij zijn meegelift op een golf van anti-UNMIK-gevoelens. Het internationale bestuur functioneert niet, is niet efficiënt. Bovendien legt het zijn wil op. Het zegt: Dit is de wet, dit is het budget en de premier heeft vanmiddag een dialoog met de Serviërs in Mitrovica.

Maar UNMIK vertegenwoordigt ons niet. Het is aangewezen, terwijl de president, de regering en het parlement zijn gekozen. Als het geweld iets positiefs heeft opgeleverd, dan is hopelijk het besef dat Kosovo niet langer zo kan worden bestuurd, noch aan Kosovaarse, noch aan VN-kant.''

Maar het parlement doet niks. Het komt sporadisch bij elkaar en weigert bovendien het geweld te veroordelen.

,,Wij hebben inderdaad het meest luie parlement van Europa. Maar zonder bevoegdheden hebben ze ook geen verantwoordelijkheid. Nu zeggen ze iedere keer: `Onze handen zijn gebonden' en geven ze het internationale bestuur de schuld. Dat moet juist hun handen losmaken en hen aanspreken op hun daden.''

Hebben de onlusten de onafhankelijkheid voor Kosovo dichterbij gebracht?

,,Ik denk het niet. De voorstanders van onafhankelijkheid zullen het hierdoor moeilijker krijgen. Het geweld heeft wel laten zien dat de kwestie niet langer vooruit kan worden geschoven. De vraag over de status van Kosovo moet worden beantwoord. De gebeurtenissen zijn een wake up-call voor iedereen geweest.''

Wat moet het internationale bestuur anders doen?

,,Het moet begeleiden in plaats van leiden. Het moet een chaperonne zijn. Het moet de Kosovaren corrigeren. Het moet zich bovendien richten op de integratie van Kosovo binnen Europa, met regels en wetten die zijn gebaseerd op die van de Europese Unie. Als de toekomst van deze regio in de EU ligt, waarom bewegen we dan niet alvast in die richting?

Ik ben voor een open samenleving, waar Kosovo open grenzen heeft met al zijn buren, dus ook met Servië. Ik ben niet voor een gedeeld Kosovo, waar het noorden naar de Serviërs gaat en de rest naar de Albanezen. Als we nieuwe grenzen trekken, wordt het een rotzooi. En geloof me, ik ken Joegoslavië. Kosovo moet een tolerante samenleving worden.''

Tolerant? In vijf jaar zijn honderden mensen vermoord en 200.000 Serviërs verjaagd. En alleen u heeft er iets van gezegd.

,,Ik ben een van de weinigen geweest die in het begin zijn mond heeft opengedaan. Maar er is een zwijgende meerderheid die niet langer wil zwijgen. Wij willen dit niet. Wij willen niet dat burgers worden verbrand in hun huizen en dat kerken worden vernietigd. Wij willen rust.''