Uit vrees voor herhaling

Twee turnsters vinden de drie jaar gevangenisstraf van hun oud- trainer Jan T. wegens ontucht onvoldoende. Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep. De slachtoffers vinden coach Jan T. `hartstikke ziek in zijn kop' en vrezen voor herhaling.

,,Ik voel me verantwoordelijk voor de kleine meisjes die nu nog in een kwetsbare positie zitten'', verklaart een van de slachtoffers van turntrainer Jan T. haar besluit om de publiciteit te zoeken. T. werd in februari tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ontucht. Twee turnsters uit Amersfoort vinden de gevangenisstraf die hun voormalige trainer kreeg opgelegd voor het plegen van ontucht met tien minderjarige meisjes te laag.

In 1993 werd Jan T. op non-actief gezet bij turnvereniging De Koppel in Amersfoort en in 1999 bij St. Lambertus in Maastricht. Samen met de Limburgse slachtoffers van T. staan de Amersfoortse turnsters achter het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in Maastricht. Ze hopen dat de turnleraar tbs krijgt opgelegd, omdat hij ,,hartstikke ziek in zijn kop'' is en ze vrezen voor herhaling. In dit vraaggesprek willen de twee turnsters alleen aangeduid worden met de eerste letter van hun voornaam.

Begin vorige maand liet NOC*NSF weten bezorgd te zijn over de omvang van seksuele intimidatie in de sportwereld. Maandelijks ontvangt de sportkoepel vier tot vijf meldingen van minderjarige sporters die door trainers of begeleiders onzedelijk zijn betast. Het aantal meldingen is veel hoger dan in voorgaande jaren.

Er is inmiddels ruim tien jaar verstreken sinds de Amersfoortse turnsters door hun toenmalige trainer bij De Koppel de kleedkamer werden ,,ingetrokken''. Voor een ,,onderzoek'' naar hun blessures. De meisjes, inmiddels jonge vrouwen, kampen nog dagelijks met de psychische gevolgen van wat zich een decennium geleden in de kleedkamer afspeelde. Eetproblemen, nachtmerries, relaties die geen standhouden en een gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen.

,,Ik was twaalf jaar toen het gebeurde. Ik was van de brug gevallen en had een ingeklapte long, een paar gebroken ribben en een scheurtje in een ruggenwervel. Ongeveer zes weken daarna ging ik weer trainen maar ik had nog last van mijn blessures. Jan zei dat hij fysiotherapie had gestudeerd en me wilde onderzoeken. Hij hoefde me niet te onderzoeken, want ik had al een fysiotherapeut. Maar hij heeft me overgehaald en me de kleedkamer ingetrokken. Ik moest me uitkleden en stond daar met mijn turnpakje half uit. Hij heeft me misbruikt en mishandeld en daarna werd ik huilend de zaal ingestuurd. Daarna kwam hij me zeggen dat ik moest ophouden met huilen en mijn klep moest houden'', vertelt de 22-jarige S.

,,Hij wilde je graag uitkleden. Met zijn autoritaire uitstraling kon hij de meisjes helemaal overrulen. Ouders mochten van hem de gymzaal niet in'', bevestigt haar 23-jarige turnvriendin, om dezelfde reden in dit verhaal met M. aangeduid. Onder het mom van stretchoefeningen en blessurebehandelingen overschreed de trainer volgens M. de grenzen van het toelaatbare. ,,Jan gaf `oostblok-achtige' lenigheidtrainingen. Bijvoorbeeld de spagaat. In een bepaalde hoek van de zaal duwde hij de benen van de meisjes zover uit elkaar, dat ze huilden van de pijn. Hij zei dat hij moest weten hoe onze spieren en weefsels aanvoelden om goede turners van ons te maken'', herinnert M. zich.

M. is zelf fysiotherapeut geworden en weet inmiddels uit eigen ervaring dat de `blessurebehandelingen' en massages van de trainer destijds niet in de haak waren. ,,Jan wilde dat zijn pupillen geen onderbroek aan hadden onder hun turnpakje. Het liefst had hij witte turnpakjes. Ik ben ook `onderzocht'. Ik handelde tien jaar geleden te goeder trouw. Ik kende Jan pas een paar weken. Hij mat zich de rol van fysiotherapeut en masseur aan en zei dat hij bevoegd was om mij te onderzoeken. Ik lag op mijn rug in de kleedkamer en had alleen mijn onderbroekje nog aan. Ik heb hem gesmeekt of ik mijn T-shirt aan mocht trekken. Dat mocht later wel. Ik had last van een liesblessure en die wilde hij behandelen. Vul de rest zelf maar in.''

S. besefte naar eigen zeggen direct dat het gebeurde ,,helemaal fout'' was en deed eind 1993 aangifte bij de politie. Maar dat leidde niet tot strafrechtelijke vervolging. ,,Jan schermde zijn turnsters af in een hoek van de zaal en creëerde altijd één-op-één-situaties. Dus dan was het jouw woord tegen het zijne. Hij moest even op het bureau komen en werd er op aangesproken, maar kon daarna gewoon zijn gang weer gaan'', vertelt ze met horten en stoten. Terugblikkend realiseert het tweetal zich dat ze als jonge meisjes ook te kwetsbaar waren om er een rechtszaak van te maken. Bij De Koppel werd de turnleraar enkele maanden na de meldingen van ontucht wel op non-actief gezet.

Terwijl Jan T. zijn heil als turnleraar in Limburg zocht, bleven de meisjes in Amersfoort achter met hun onverwerkte trauma. S. heeft naar eigen zeggen nooit meer geturnd in haar puberteit. ,,Ik durfde ook op school niet meer in een gymzaal te komen. Ik kon de geur van een gymzaal niet meer ruiken. Dan ging ik hyperventileren en viel ik flauw'', zegt S., die op school veel werd gepest door haar leeftijdgenoten en sinds 1996 met onderbrekingen een psycholoog bezoekt. ,,Ze treiterden me met verhalen over vriendjes en zeiden dat ik het zelf had uitgelokt en een hoer was.''

Jarenlang zat S. vol ,,woede en onbegrip''. Haar schoolprestaties leden eronder. In 1996 schreef ze de turnleraar na enig uitzoekwerk een brief, die hij op zijn verjaardag ontving. ,,Ik heb hem in die brief haarfijn verteld wat voor een klootzak hij was en dat hij mijn leven kapot had gemaakt. En dat ik hem ooit voor de rechtbank zou krijgen'', zegt ze met een verbeten trek om de mond. Die voorspelling is afgelopen najaar uitgekomen. S. wist na het lezen van een krantenberichtje over een ontuchtzaak met minderjarige meisjes bij de Maastrichtse turnvereniging St. Lambertus, waarbij een trainer uit Sittard was betrokken, zeker dat het ,,om hem'' ging. ,,Ik was zo boos en verdrietig. Voor mij was het payback time'', zegt S., die in oktober aangifte deed.

Een maand later deed ook M. aangifte. ,,Mijn turnleraar van heel vroeger - een goede trainer - zei dat als ik dacht dat er iets gebeurd was wat echt fout was, ik aangifte moest doen. Dat heb ik gedaan. Ook om de meisjes uit Limburg te steunen. Hoe meer aangiftes, hoe sterker de zaak tegen Jan is'', realiseert M. zich. Vorige maand is de trainer voor de rechtbank in Maastricht veroordeeld voor het plegen van ontucht met tien minderjarige meisjes.

Hij heeft de beschuldigingen van masseren, betasten en binnendringen met zijn vingers ontkend. De trainer verklaarde dat hij fysiek contact had gehad met de kinderen, maar vond dat logisch omdat turnen een contactsport is. Volgens hem ging het om stretchoefeningen om de turnsters leniger te maken. De veroordeelde is in hoger beroep gegaan. De slachtoffers en hun ouders hebben verontwaardigd gereageerd op het vonnis. Hun bezwaren richten zich op het feit dat de 42-jarige Jan T. zijn beroep na vijf jaar weer mag uitoefenen. Bovendien zijn de slachtoffers van mening dat hij gedwongen een geestelijke behandeling moet ondergaan.

,,De gevangenisstraf vinden we te laag, maar daar kunnen we niet veel meer uithalen. We kregen te horen dat drie jaar `best veel' is. Wij eisen tbs en een levenslange ontzegging van zijn trainersbevoegdheid. Hij is hartstikke ziek in zijn kop. Als er niets wordt gedaan, gaat hij gewoon door als vijftigjarige of als opa'', voorspelt M.. ,,Dit is heel frustrerend. Hij is degene die psychisch niet in orde is, maar hij wordt niet behandeld. Terwijl wij in behandeling zijn om geestelijk alles op orde te krijgen. Ik ben al tien jaar lang gestraft'', zegt S., die zelf de gevangene van haar geestelijke problemen is en het voorval nog steeds niet heeft verwerkt.

Hoewel de aangiftes tot een rechtszaak en een veroordeling hebben geleid, voelen de Amersfoortse turnsters zich allerminst opgelucht. Door de confrontatie met de verdachte tijdens een hoorzitting in januari zijn veel pijnlijke, weggestopte herinneringen weer springlevend. M.: ,,Door de verhalen van de Limburgse meisjes is er zoveel bij me bovengekomen. Wat mij echt heeft geraakt is dat hij twee jaar lang, een paar keer per week, negen jaar oude meisjes heeft misbruikt. Hoe jonger, hoe lekkerder, hoe erger.'' S. dacht altijd dat zij de enige was en dat het aan haar lag. ,,Maar dan hoor je vergelijkbare verhalen van andere meisjes. Ik vond het heel frustrerend dat hij niet voor de verkrachting van een van de meisjes is veroordeeld. Mijn grootste redding is geweest dat ik heel hard ben gaan gillen.''

Sinds de rechtszaak is M. ,,een ander mens''. Ze heeft last van nachtmerries. ,,Ik ben mezelf privé helemaal kwijt. Mijn relatie is uit. Mijn vriend wilde me helpen, maar ik sloot hem steeds buiten'', vertelt M.. Ook de relatie van S. liep door het proces op de klippen. ,,Mijn vriend en ik konden er niet mee omgaan. Er kwam te veel boven. Ik heb me de laatste maanden weer het meisje van twaalf gevoeld.''

Beiden kampen met eetstoornissen. ,,Sinds 1996 heb ik last van anorexia. Voor jezelf ben je nooit dun genoeg. Eten is het enige waarover ik controle heb'', bekent M.. ,,Ik heb altijd een afschuw van mijn lichaam gehad omdat er een enge, vieze vent aan heeft gezeten. Ik heb nergens meer controle over en zie wel of niet eten als de enige controle die ik heb,'' bevestigt S., die naar eigen zeggen vroeger een ,,spontaan, vrolijk'' meisje was. ,,Nu ben ik somber en terughoudend. Ik ben erg onzeker en durf mensen niet te vertrouwen. Ik ben bang dat ze me belachelijk vinden en kan niet meer genieten van vriendschappen. Ik verzin negatieve dingen zonder dat er een reden voor is.''

Ook M. heeft zich naar eigen zeggen geisoleerd. ,,Je verzint smoezen om alles en iedereen te omzeilen.'' S. bevestigt: ,,Je liegt van alles bij elkaar om niemand te hoeven zien en zo de controle vast te houden.'' De omgang met vriendjes werd daardoor een beproeving voor het tweetal. M. omschrijft haar relaties als ,,een afstandelijk samenzijn''. ,,Je hebt geen emoties en kunt je gevoel, zowel geestelijk als lichamelijk, niet meer doorgeven,'' weet M., die sinds kort weer bij haar ouders woont.

De twee jonge vrouwen zijn zo boos en verdrietig over wat hun is aangedaan, dat ze de veroordeelde turntrainer een ,,martelgang'' toewensen. ,,Jan heeft een bepaalde behoefte en daar gaat hij altijd achteraan. Als hij tbs krijgt, is er geen datum dat hij vrijkomt. Hij gaf ons zo'n vuile blik tijdens de hoorzitting, dat ik bang ben voor wraak'', zegt S., die zich de hoofdrolspeelster in een televisiedrama voelt. ,,Ik heb het gevoel dat het allemaal niet echt is en ik nog moet ontwaken. Zolang het proces gaande is, kan ik dit nog geen plek geven en het niet afsluiten. Ik houd me er maar aan vast dat dit proces voor een goed doel is.''

De advocaat van Jan T. wil op dit moment liever geen commentaar geven.