Topturnsters?

Verona van de Leur, die niet wedstrijdfit is, gaat niet naar de Spelen. Na de successen in 2001 en 2002 zijn diverse topturnsters gestopt wegens blessures. Schiet de medische begeleiding tekort?

Cees-Rein van den Hoogenband, clubarts van voetbalclub PSV en vertrekkend voorzitter Topzwemmen Zuid-Nederland: ,,De stand van de medische begeleiding moet je niet afmeten aan het aantal blessures. Topsport is ontzettend ongezond. Het is balanceren op de rand, grenzen verleggen en pijn lijden. Bij topsporters is het een kwestie van de boel heel houden. Zeker bij relatief jonge, blessuregevoelige turnsters. Ik vind het wel vreemd als een bondsarts de drie steunpunten voor topturnen moet afreizen. Je moet de medische begeleiding lokaal regelen zodat de specialismen ter plekke aanwezig zijn en de sporters een drempelloze toegang tot een ziekenhuis hebben.''

Dick Sol, bestuurslid medische zaken gymnastiekunie (KNGU): ,,Met de opmerkingen van het Verkerke-rapport (ex-directeur NOC*NSF die intensivering van de medische begeleiding van topturnsters en nauwere samenwerking met ziekenhuizen adviseerde, red.) ben ik het oneens. De steunpunten voor topturnen hebben contact met ziekenhuizen in de regio, waar de turnsters terechtkunnen. De bondsartsen coördineren tussen de turnsters en de SMA's (sport-medische adviescentra, red.). De medische begeleiding is goed, maar de verwachtingen rond de topturnsters zijn niet realiseerbaar. Groei is de factor. Turnsters lopen achter in hun ontwikkeling en worden klein gehouden door dertig uur training per week. Maar groei is op een gegeven moment niet tegen te houden. Daardoor kunnen ze geen dubbele salto's meer maken en daar draait het om. Het leidt tot blessures en mentale en fysieke problemen. Het lichaam wil niet meer. Dit soort blessures is specifiek voor turnen.''

Liesbeth Lim, bondsarts KNGU: ,,We hebben de medische begeleiding al meer gedecentraliseerd. Samen met een fysiotherapeut van de bond coördineer ik tussen de turnsters en de SMA's, ziekenhuizen en fysiotherapeuten. De turnsters kunnen terecht bij het Erasmus in Rotterdam, het AMC in Amsterdam en de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. Ik heb een netwerk van medische specialisten verspreid over Nederland. In principe stel ik wel zelf de diagnose bij geblesseerde turnsters. Voor de voedingsbegeleiding werken we samen met NOC*NSF.''

Tjalling van den Berg, technisch manager Friesland College (steunpunt topturnen Heerenveen): ,,Turnen is een bijzonder verhaal. We missen in Nederland ervaren coaches die turners langer begeleiden en met meer bezig zijn dan training. We denken te veel aan trainingsuren en te weinig aan rust en herstel. De medische begeleiding is nog te veel gecentraliseerd. Dat moet gebeuren op de plek waar de turnsters zitten. Je moet alle specialismen regelen rond het steunpunt en de expertise die er is bij sportclubs samenbundelen.''

Rikst Valentijn, gestopte topturnster: ,,Ik heb meerdere blessures gehad maar voornamelijk aan mijn rug. Ze hebben er bij mij alles aan gedaan, maar de medische begeleiding kan altijd beter. Dat is ook noodzakelijk voor een lichamelijk zware, blessuregevoelige sport als turnen. De arts en fysiotherapeut van de bond kwamen één keer in de week langs. Ondertussen werd je behandeld door de lokale fysiotherapeut. Dan kreeg je wel eens verschillende meningen te horen. De communicatie tussen de bondsarts en de lokale sportarts is wel beter geworden. Een vaste groep medische begeleiders per steunpunt zou prettig zijn voor de turnsters. Dan blijft het lokaal.''

Willem Veldman, topsportcoördinator KNGU: ,,Intensivering van medische begeleiding is altijd goed. Bij topsport kun je niet goed genoeg begeleiden om blessures te voorkomen. Elke voetbalclub heeft een eigen fysiotherapeut maar bij turnen blijft het hangen op geld. Goed idee om medische begeleiding te decentraliseren, maar bij de clubs en steunpunten blijft het ook hangen op geld. Trainers kun je lokaal nog inhuren voor een `hamburgersalaris', artsen niet.''