Slopen, bouwen, spreiden

In steden door heel het land worden de komende jaren massaal goedkope woningen gesloopt en vervangen door duurdere. Het lijkt het laatste redmiddel voor de steden, die hun middenklasse zien vertrekken. In Amsterdam zijn de eerste resultaten te zien van deze vorm van spreiding.

Werkt het?

`Er is pas geleden ingebroken in de parkeergarage'', is het eerste dat Iwan Daniëls (34) vertelt. ,,Maar dat ligt niet aan de buurt. Dat hoort nu eenmaal bij Amsterdam.'' Daniëls woont in de Hof van Hoytema in Overtoomse Veld/Slotervaart, een van de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam. Het nieuwe bakstenen appartementencomplex met een binnenhof die alleen voor de bewoners toegankelijk is, is onderdeel van de `stedelijke vernieuwing' van de Westelijke Tuinsteden. Het heeft alleen koopwoningen, terwijl alle woningen in de omgeving sociale huurwoningen zijn. Samen met zijn vriendin heeft Daniëls het grafisch-vormgevingsbureau Baba Anousch. ,,Een toepasselijke naam in deze buurt met veel Turken en Marokkanen'', zegt Daniëls lachend.

De helft van de bewoners van Overtoomse Veld/Slotervaart bestaat uit allochtonen van de eerste en de tweede generatie. Sinds september 2003 woont en werkt Daniëls in zijn nieuwe appartement van 100 vierkante meter. Tot zijn verhuizing naar de Westelijke Tuinsteden huurde hij een flat uit de jaren zeventig in Amsterdam-Noord. ,,We waren toe aan iets ruimers'', vertelt Daniëls over zijn keuze voor de Hof van Hoytema in Slotervaart. ,,Voor ons werk is het belangrijk dat we in Amsterdam wonen. We zijn nog in de Amsterdamse Vinex-wijk IJburg wezen kijken. Maar dat leek ons niks: daar zagen we ons over een paar jaar al elke dag in de file staan om de wijk in te komen. Het appartement in de Hof van Hoytema biedt een goede kwaliteit-prijsverhouding, zoals je, geloof ik, moet zeggen. We hebben nu een mooie woning die vlak bij de ringweg ligt. Ook het centrum van Amsterdam is niet zo ver weg.''

Daniëls is zo'n middenklasser die de stedelijke vernieuwers graag zien komen in de Westelijke Tuinsteden. Een belangrijk doel van de stedelijke vernieuwing is immers een halt toeroepen aan de vlucht van de middenklasse uit de grote steden. Al een jaar of twintig trekken de middenklassers die toe zijn aan een ruimere en betere woning weg uit de Westelijke Tuinsteden en andere naoorlogse nieuwbouwwijken overal in Nederland. Eerst gingen ze naar `overloopgemeenten' als Purmerend en Almere, later ook naar Vinex-wijken. Hun plaatsen werden en worden vooral ingenomen door `kansarme' allochtonen, die zijn aangewezen op de goedkope huurwoningen die er in overvloed zijn in de naoorlogse wijken. `Getto's' mogen deze wijken van politici en woningbouwers niet worden genoemd. `Ze mochten in Amerika willen dat hun getto's zo waren', is hun standaardverweer als de Nederlandse naoorlogse wijken worden vergeleken met de grimmige no go area's vol dichtgetimmerde en half gesloopte huizen in Amerika. Feit is wel dat veel wijken of buurten in Nederland in hoog tempo geheel `zwart' worden.

Spreiding van allochtonen, is de voor de hand liggende reactie van veel politici op de dreigende gettoïsering in Nederland. Maar vaak zijn hun voorstellen om tot de gewenste spreiding van allochtonen te komen onuitvoerbaar. Zo vertolkte de parlementaire commissie-Blok, die maandenlang de integratie van allochtonen in Nederland heeft onderzocht, de mening van de meeste politieke partijen toen zij de aanbeveling deed goedkope huur- en koopwoningen te bouwen in gemeenten en Vinex-wijken met relatief weinig allochtonen. Dit voorstel tot spreiding van allochtonen getuigt van weinig realisme. Sinds de afschaffing van de subsidies in de woningbouw en de verzelfstandiging van de woningcorporaties heeft de staat nauwelijks macht meer in de woningbouw.

Woningcorporaties gaan in populaire, witte buurten geen goedkope huurwoningen bouwen, als ze daar ook dure koopwoningen kunnen bouwen. Met de winst die ze maken op de koopwoningen moeten ze immers de grote verliezen compenseren die de bouw van sociale woningen met zich meebrengt. Daarom zullen ze de kans om in een geliefde, witte buurt winstgevende koopwoningen te bouwen nooit laten lopen. En als woningcorporaties al geen sociale woningen in witte buurten bouwen, dan beginnen de nóg commerciëler werkende projectontwikkelaars daar al helemaal niet aan. Alleen overheidsdwang tot gemengd bouwen, zoals GroenLinks voorstelt in de deze week gepresenteerde integratienotitie Het hoofd koel, het hart warm, kan hier misschien uitkomst bieden. Maar het is onwaarschijnlijk dat er een meerderheid in het parlement is te vinden voor het terugdraaien van de liberalisering van de woningbouw in de jaren negentig.

Het omgekeerde – koopwoningen bouwen in buurten met sociale-huurwoningen – is wel mogelijk. En het gebeurt ook, op steeds grotere schaal. Van Bilgaard in Leeuwarden tot Malberg in Maastricht en van Hoogvliet in Rotterdam tot Nieuw Den Helder in Den Helder – overal in de naoorlogse wijken worden de komende jaren in totaal vele tienduizenden woningen gesloopt en vervangen door koopwoningen. Het is een belangrijk onderdeel van de `stedelijke vernieuwing' die van de oude en naoorlogse wijken van de grote steden weer aantrekkelijke wijken moet maken. Het fenomeen raakt zelfs zo wijdverbreid dat de tentoonstelling over de stedelijke vernieuwing die nu in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam is te zien de titel De grote verbouwing heeft gekregen.

Waar de `verbouwing van Nederland' toe zal leiden is, in embryonale vorm, vooral in de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden te zien. Dit westelijke deel van Amsterdam, dat bekend staat als het `grootste herstructureringsgebied van Europa', omvat de deelgemeenten Geuzenveld/Slotermeer, Bos en Lommer, Overtoomse Veld/Slotervaart en Osdorp. Hier zijn de afgelopen jaren al enkele complexen met koopwoningen gebouwd op lege plekken. De komende tien jaar worden niet minder dan 13.000 van de 54.000 woningen gesloopt. Ze zijn eigendom van twaalf woningbouwverenigingen en woningcorporaties, die zich voor de stedelijke vernieuwing hebben verenigd in drie consortia. Verder is ook het centrale stadsbestuur erbij betrokken en een aantal projectontwikkelaars. Voor de coördinatie van deze gigantische operatie is in 1999 het bureau Parkstad opgericht. Dit bureau maakte het `Ontwikkelingsplan Richting ParkStad 2015', het vernieuwingsplan voor de Westelijke Tuinsteden dat nu wordt uitgevoerd.

Bewoners ruimen

Eens waren de Westelijke Tuinsteden, het belangrijkste onderdeel van het wereldberoemde Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) uit 1934, de trots van Amsterdam. Na de Tweede Wereldoorlog werden hier in een ongelooflijk tempo woningen gebouwd, vooral voor de jonge gezinnen die werden geteisterd door de woningnood en veelal nog inwoonden bij hun ouders. De beroemde trits `licht, lucht en ruimte' was het leidende beginsel voor Van Eesterens Westelijke Tuinsteden: stralende wijken met veel groen en open ruimte voor frisse mensen die hard werkten aan de wederopbouw van Nederland. Heel de wereld kwam hier kijken hoe een moderne stad moest worden gebouwd.

,,Maar in de jaren negentig waren veel woningen in de Westelijke Tuinsteden oud en op'', vertelt Ronald Janssen, directeur van Westwaarts, een van drie consortia van woningbouwverenigingen. ,,Een groot deel van de woningen uit de Westelijke Tuinsteden dateert uit de jaren vijftig en zestig, toen er vooral snel en goedkoop werd gebouwd. Ze zijn klein en gehorig, sommige woningen hebben niet eens douches. Daar kwam nog bij dat bijna de hele Westelijke Tuinsteden bestaan uit sociale-huurwoningen. Hierdoor dreigden de Westelijke Tuinsteden in de jaren negentig te veranderen in een immens gebied waar alleen plaats was voor de `kansarmen'. De grote vraag was hoe dit kon worden voorkomen. Het antwoord was: meer verschillende soorten woningen, waaronder ook koopwoningen, vooral in de middencategorie, dus rond de twee ton euro. En meer buurten met een verschillend karakter, van dichtbebouwd bij de ringweg tot echt suburbaan in andere delen van de tuinsteden.''

Volgens de vernieuwingsplannen voor de Westelijke Tuinsteden komen er 24.000 woningen terug voor de 13.000 gesloopte woningen – over het geheel genomen zullen de tuinsteden dichter worden bebouwd dan nu. Zestig procent van de nieuwbouw zal bestaan uit koopwoningen. Dit is een radicale breuk met de bestaande situatie: nu is bijna 90 procent van de woningen in de Westelijke Tuinsteden een sociale-huurwoning. In absolute getallen is de verandering minder dramatisch: er komen bijna 10.000 sociale-huurwoningen terug voor de 13.000 gesloopte woningen. Bovendien verlaat gemiddeld vier procent van de bewoners jaarlijks de Westelijke Tuinsteden, zodat het verdwijnen van 3.000 huurwoningen niet leidt tot gedwongen verhuizingen naar elders. De `verhuisstroom' van bewoners van sloop- naar nieuwbouwwoningen is op gang gebracht doordat de eerste nieuwe woningen op lege plekken in de Westelijke Tuinsteden werden gebouwd.

Iedere bewoner van een huurhuis in Geuzenveld/Slotermeer heeft de garantie op een nieuw huurhuis in hetzelfde stadsdeel. Ook bestaan er uitgebreide inspraakprocedures voor de huidige bewoners bij de nieuwbouw. Desondanks is er verzet van de huidige bewoners tegen de stedelijke vernieuwing. Sommige bewoners vinden sloop van hun woningen niet nodig, omdat ze in hun ogen nog voldoen. ,,Wij willen niet geruimd worden'', riep Gideon Mensink, de voorzitter van een bewonersgroep van met sloop bedreigde woningen in de herfst van 2003 tijdens een turbulente vergadering van de deelraad Geuzenveld/Slotermeer over de stedelijke vernieuwing.

Ook de opvatting dat stedelijke vernieuwing erop neerkomt dat de `armen' moeten wijken voor de `rijken', vindt aanhang in Geuzenveld/Slotermeer. De plaatselijke partij van het moderne onbehagen, Leefbaar Geuzenveld/Slotermeer (LSG), is dan ook, naast de PvdA, met 6 zetels de grootste partij in de deelraad. LSG pleit voor een minder rigoureuze aanpak van de stedelijke vernieuwing. ,,Het is onverstandig om in tijden van woningnood goede woningen te slopen'', zei een van de LSG-raadsleden in dezelfde vergadering.

Emancipatiemachine

Maar volgens Robin de Bood (38), de PvdA-stadsdeelvoorzitter van Geuzenveld/Slotermeer, is stedelijke vernieuwing geen kwestie van `arm' tegen `rijk'. ,,Het gaat niet om koopwoningen voor rijken'', zegt hij in zijn kamer in het stadsdeelkantoor Geuzenveld/Slotermeer. ,,Stedelijke vernieuwing is veel meer dan het slopen en bouwen van woningen, maar omvat ook wat wij `de sociale en economische pijlers' noemen: uitgebreide sociale en economische programma's die de noden achter de deuren van de woningen moeten lenigen. Zoals taallessen, ondersteuning bij de opvoeding, cursussen voor sociale activering, steun voor verbetering van de positie van kansarmen op de arbeidsmarkt, activiteiten voor tieners en bejaarden enzovoort. Stedelijke vernieuwing is ook het bouwen van welzijnsclusters, nieuwe scholen en zorgwoningen. Stedelijke vernieuwing moet een emancipatiemachine zijn van de kansarmen. Stedelijke vernieuwing moet de kansarmen aan werk, opleiding en sociale vaardigheden helpen. Werk is nog altijd het beste middel tot integratie. Maar het probleem in Geuzenveld/Slotermeer is dat, zodra de kansarmen zich hebben geëmancipeerd, er geen plaats meer is voor ze in de wijk, omdat hier nauwelijks ruimere en duurdere woningen zijn. Dan trekken ze weg.''

,,Stedelijke vernieuwing is vooral gericht op de bewoners van de wijken zelf'', valt Piet Dikken (50, PvdA), wethouder Wonen, Stedelijke Vernieuwing, Economische Zaken en Werk, hem bij. ,,We zijn er natuurlijk niet op tegen dat mensen van buiten de Westelijke Tuinsteden hier komen wonen, maar de stedelijke vernieuwing is in de eerste plaats bedoeld voor de wijkbewoners zelf.''

Voor Dikken is stedelijke vernieuwing nadrukkelijk ook niet een middel om de voortgaande etnische segregatie tegen te gaan. ,,De etnische samenstelling van Geuzenveld/Slotermeer interesseert me helemaal niets'', zegt hij. ,,Stedelijke vernieuwing is geen etnisch spreidingsbeleid. Het zou me niets kunnen schelen als hier alleen maar Marokkanen zouden wonen.'' Segregatie is niet een etnische, maar een sociaal-economische kwestie, vindt Dikken. ,,Kansarmen en allochtonen gaan nu toevallig samen. Maar ook allochtonen werken zich op. Waar het bij stedelijke vernieuwing om gaat, is dat de wijk een sociaal gemengde bevolking krijgt: mensen met lage, midden en hoge inkomens bij elkaar.''

Voorlopig heeft de stedelijke vernieuwing dan ook nog niet geleid tot een daling van het aantal allochtonen in de Westelijke Tuinsteden. Zo steeg het aantal allochtonen van de eerste en tweede generatie in het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer van 52,4 procent in 1999 tot 59,7 procent in 2003. In het naburige Bos en Lommer was er zelfs een stijging van 60,2 procent tot 65,8 procent in hetzelfde tijdvak. Het aantal sociale woningen daalde wel in de afgelopen jaren. ,,Het aandeel van sociale-huurwoningen in het totaal aantal woningen van Geuzenveld/Slotermeer is gedaald van 85 procent tot 79 procent'', aldus Dikken. Van de nieuwe koopwoningen in het complex `Tussen Water en Park' in Geuzenveld is nu tachtig procent van de woningen van tussen de 184.000 en 220.000 euro verkocht aan Amsterdammers. ,,De helft van de Amsterdamse kopers komt uit de Westelijke Tuinsteden'', zegt Dikken. ,,Twintig procent van de kopers komt van buiten de stad.''

Maar de nieuwe koopwoningen, zoals die in de Hof van Hoytema, worden niet allemaal verkocht. De woningmarkt is niet meer zo florissant als een paar jaar geleden, toen de plannen voor de eerste nieuwe woningcomplexen in de Westelijke Tuinsteden werden gemaakt. Toch leidt de stagnerende woningmarkt niet tot grote vertragingen in de stedelijke vernieuwing. ,,Het niet verkopen van koopwoningen heeft nog niet geleid tot problemen'', vertelt Dikken. ,,Ik vind dat de woningcorporaties hun sociale taak in dit geval niet verwaarlozen. Ze hebben nog geen plannen uit- of afgesteld, omdat er niet voldoende woningen waren verkocht. De regel dat 70 procent van de woningen moet zijn verkocht voor de bouw begint geldt hier niet. Binnenkort beginnen we dan ook met de bouw van 600 woningen op en bij de Geuzenbaan. Wat niet wordt verkocht, zal voorlopig worden verhuurd.''

Dikken maakt zich wel zorgen over de bezuinigingen die het kabinet-Balkenende II na 2005 wil doorvoeren op de stedelijke vernieuwing. Want al lijkt `stedelijke vernieuwing' het enige en laatste middel tegen de volledige sociaal-economische dan wel etnische segregatie van Nederland, voor het kabinet is het ondanks alle gepraat over de integratie van allochtonen niet echt een belangrijk onderwerp. Had stedelijke vernieuwing in het laatste paarse kabinet in de minister van Grotesteden- en Integratiebeleid Van Boxtel nog een eigen bewindsman, nu is het onderdeel van het ministerie van VROM. ,,Vanaf 2005 wordt er flink gekort op het budget van het grotestedenbeleid'', zegt Dikken. ,,Daar houd ik mijn hart voor vast. Ik hoop dat de bezuinigingen worden gecompenseerd door geld van de gemeente Amsterdam. Anders voorzie ik grote vertragingen in de stedelijke vernieuwing.''

Enclaves van rijken

Behalve sommige bewoners en politieke partijen hebben ook sociologen kritiek op de stedelijke vernieuwing. Het bouwen van complexen koopwoningen in zeeën van sociale-huurwoningen bevordert de integratie niet, stellen zij; de bewoners van koopwoningen gaan niet of nauwelijks om met de bewoners van de sociale huurwoningen. ,,Ja, ik ken dat verhaal'', zegt De Bood, voorzitter van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer, over de sociologische kritiek. ,,Complexen met koopwoningen zouden in een buurt met huurwoningen enclaves worden van rijken die zich helemaal niet met hun omgeving bemoeien. Een soort getto's in getto's. Maar dat is niet wat ik hier zie gebeuren.'' De Bood vertelt over Noorderhof, een nieuwe buurt met veel koopwoningen in Geuzenveld/Slotermeer, die in alles een ontkenning is van de openheid van Van Eesterens tuinsteden. Het buurtje, dat een paar jaar geleden naar een ontwerp van de Luxemburgse neotraditionalist Rob Krier werd gebouwd, heeft een besloten, dorps karakter, met intieme straatjes en private tuinen. ,,Maar de bewoners van Noorderhof hebben zich niet van de buurt afgekeerd'', zegt De Bood. ,,Ze hebben juist gezorgd voor een opleving van het verenigingsleven en activiteiten als buurtfeesten.''

Ook Iwan Daniëls beschouwt de Hof van Hoytema waar hij woont niet als een woonburcht van rijken. ,,Hardwerkende mensen van allerlei slag, zo zou ik de bewoners hier omschrijven'', zegt hij. ,,Zwart en wit, jong en oud, alles door elkaar. Sommige bewoners, zoals ik, komen uit andere delen van Amsterdam. Maar er komen ook bewoners uit de buurt.''

Ook Daniëls leidt niet het leven van een burchtbewoner die er alleen in de veilige omhulling van zijn auto op uittrekt. ,,Mijn boodschappen doe ik allemaal hier in de buurt'', vertelt hij. ,,De garnalenkroketten van de Marokkaanse visboer zijn uitstekend! Ik ga hier ook voor tien euro naar de kapper. Tussen de middag haal ik vaak even een pizza bij de Turkse bakker. Ik maak gebruik van de bibliotheek en ik ben lid van de sportschool hier in de buurt.''

Bewoners als Daniëls stemmen de bestuurders van Geuzenveld/Slotermeer optimistisch over de stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden. Hun geloof in de maakbare stad is ongebroken: zoals Van Eesteren geloofde dat hij met de Westelijke Tuinsteden een betere wereld schiep, zo weten stedelijke vernieuwers nu zeker dat hun wijk in de toekomst weer zal stralen. ,,Over 15 jaar is Geuzenveld/Slotermeer een schitterende wijk met allerlei verschillende bevolkingsgroepen'', zegt Dikken. ,,Ik woon zelf in buurt 9, een van de eerste gebieden die vernieuwd worden. Dat is nu al een prachtige buurt.''