Rubens: grand seigneur en wetenschapper

Peter Paul Rubens was een heer. De wereldwijze Antwerpse kunstenaar was hofschilder van de aartshertogen Albrecht en Isabella en onderhield nauwe contacten met de Europese vorstenhuizen. Uiteindelijk verwierf hij zelf een adellijke titel, al was dat meer wegens zijn internationale diplomatieke werkzaamheden dan om zijn artistieke kwaliteiten. Rubens' status kwam onder meer tot uitdrukking in het voorname huis in classicistische stijl dat hij naar eigen ontwerp in Antwerpen liet bouwen. Bij dat stadspaleis, compleet met statige binnenhof en grote tuin, steekt het toch ook niet onaanzienlijke pand van zijn jongere tijdgenoot Rembrandt in Amsterdam bijna pover af. Een overeenkomst tussen de huizen is dat ze volgestouwd moeten zijn geweest met de collecties van de twee helden van de 17de-eeuwse schilderkunst van respectievelijk de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden. Vijf jaar geleden wijdde Museum het Rembrandthuis een expositie aan de verzameling van zijn oorspronkelijke bewoner; nu pakt het Rubenshuis uit met een tentoonstelling over de collectie van de Antwerpse meester.

De reconstructie van Rembrandts boedel gaf destijds een prachtig beeld van een 17de-eeuwse kunstenaarscollectie, met schilderijen en prenten, maar ook bijvoorbeeld naturalia, muziekinstrumenten en kledingstukken die leken op de rekwisieten in Rembrandts eigen schilderijen. In Antwerpen getuigt de reconstructie van de verzameling van Rubens van een andere opvatting. De presentatie bestaat uit louter kunstwerken van doorgaans hoge kwaliteit: schilderijen, tekeningen, antieke sculptuur. Voorwerpen die niet tot de categorie `kunst' gerekend worden, maar die toch een instructieve kijk op de smaak en belangstelling van de kunstenaar hadden kunnen bieden, ontbreken. Misschien ligt de reden daarvoor in het feit dat dergelijke voorwerpen niet voorkomen in de inventaris die in 1640 na de dood van Rubens is opgemaakt, en die als uitgangspunt is gekozen van de tentoonstelling. Uit het duizendtal kunstwerken dat Rubens bezat, werd bij die gelegenheid een selectie van schilderijen gemaakt om te verkopen. Dat de verzameling prinselijk allure bezat, blijkt wel uit de Engelse vertaling van de lijst ten behoeve van koning Karel I. Deze liet zijn oog ook vallen op diverse begeerlijke stukken maar wist er uiteindelijk geen van in de wacht te slepen.

De expositie toont dat Rubens' collectie er inderdaad niet om loog. De `kunstkamer' op de begane grond van zijn woning puilt uit van de schilderijen; een presentatie waaruit vooral de belangstelling van de kunstenaar blijkt voor de meest uiteenlopende meesters, thema's en genres. Een grote Boetvaardige Maria Magdalena van de hand van een schilder uit het atelier van de bewonderde renaissancekunstenaar Titiaan, hangt er tussen twee portretten van de zestiende-eeuwse Vlaming Frans Floris, maar ook zijn er kleine schilderijen van zeventiende-eeuwse Hollandse meesters: een zeegezicht van Jan Porcellis, een stilleven van Willem Claesz. Heda. Een directe relatie met Rubens' eigen werk vertoont een Romeinse beeldengroep uit de eerste eeuw, die ook voorkomt op een zelfportret (de expositie toont een atelierkopie) waarin de schilder zichzelf presenteert als kenner van antiquiteiten.

Op de bovenverdieping wordt duidelijk waar de zwaartepunten in Rubens' kunstcollectie lagen. Antwerpse tijdgenoten zijn goed vertegenwoordigd, en niet alleen de Rubensleerlingen Van Dyck en Jordaens: vier werken van Adriaen Brouwer vertegenwoordigen bijvoorbeeld de grote belangstelling die Rubens had voor deze Antwerpse schilder van boerentafereeltjes. In vitrines liggen de pronkstukken van de expositie: gesneden stenen uit de Romeinse oudheid, waaronder een uitzonderlijk grote, in een rijk gedecoreerde en vergulde montuur gevatte, camee van tweelagige agaat met de Triomf van Constantijn uit de vierde eeuw. De collectie van dergelijke kleinodiën weerspiegelt ook iets van Rubens' wetenschappelijke belangstelling: samen met de Franse verzamelaar Peiresc had hij in 1622 het - nooit uitgevoerde - plan opgevat een `Gemmenboek' te publiceren met prenten naar de mooiste antieke cameeën.

Tegelijkertijd is in Museum Platin-Moretus een expositie over de privé-bibliotheek van de kunstenaar. Uit de reconstructie van Rubens' boekenbezit, dat wordt geïllustreerd aan de hand van fraaie exemplaren van onder meer traktaten op het gebied van kunsttheorie en architectuur, uitgaven van klassieke letterkunde in het Grieks en Latijn, en religieuze teksten, blijkt dat het een typische 17de-eeuwse geleerdenbibliotheek moet zijn geweest. Het beeld van Rubens als `grand seigneur' is niet verrassend. Maar nauwgezette, representatieve en aantrekkelijke reconstructies van zijn kunstcollectie en bibliotheek als deze, waren nog niet eerder vertoond.

Tentoonstellingen: Een huis vol kunst; Rubens als verzamelaar. Rubenshuis (Wapper 9-11, Antwerpen); Een hart voor boeken; Rubens en zijn bibliotheek, Museum Plantin-Moretus (Vrijdagmarkt 22, Antwerpen). T/m 13/6. Inl www.museum.antwerpen.be