Palestijnen en joden, of integratie in Nederland: het gaat erom of je in de ogen van anderen mag bestaan

Veel Marokkanen voelen zich in Nederland als Palestijnen in Israël, want het Palestijns-Israëlisch conflict is het scharnierpunt geworden tussen het Westen en de islamitische wereld. Nu met de liquidatie door Israël van Hamas-leider sjeik Ahmed Yassin het conflict in het Midden-Oosten verder dreigt te escaleren, is er des te meer reden `hier' en `daar' te scheiden.

Na afloop van een debat met AEL-leider Abou Jahjah sprak ik met een jonge Nederlands-Koerdische vrouw. We hadden net uitvoerig gediscussieerd over het Palestijns-Israëlisch conflict. Zij vatte de emoties van de aanwezigen kort en krachtig samen: ,,Wat mij overkomt in Nederland herken ik in uitvergrote vorm in de Palestijnse zaak. Als ik de straat opga om te demonstreren voor Palestina, protesteer ik dus eigenlijk tegen mijn situatie in Nederland.''

Het lijkt nogal potsierlijk, ja zelfs aanmatigend, om een parallel te trekken tussen het conflict in Nederland en dat in het Midden-Oosten. Toch speelt zich, in verschillende gedaanten, dezelfde problematiek af: beide zijden vragen wanhopig, en steeds grimmiger, om erkenning door de ander. We debatteren ons suf over staatsrechtelijke kwesties met betrekking tot islamitisch onderwijs en het hoofddoekje, terwijl het gaat om de vraag of we in de ogen van de ander mogen bestaan.

Maar in Nederland zijn we niet verwikkeld in een bloedige vendetta, en is er geen sprake van een bezetting. Juist daarom moeten we een nadrukkelijke scheiding aanbrengen tussen `hier' en `daar'. Kan de Koerdische vrouw niet gewoon tegen Nederland demonstreren, zonder dat daar de Palestijnen bij gehaald moeten worden? Dezelfde vraag geldt ook andersom: kunnen wij, Nederlanders, niet begrijpen dat veel Arabische en moslimse medeburgers een historische achtergrond hebben die nauw verbonden is met het Palestijns-Israëlische conflict?

Er is namelijk iets bijzonders met dat conflict - niet alleen bij allochtonen, maar ook bij autochtonen. Ondanks de legerscharen journalisten die dagelijks over het conflict rapporteren, weten maar weinigen wat zich daar concreet voordoet. Zelfs de meest intensieve krantenlezer is totaal onvoorbereid als hij de twee volkeren met een bezoek vereert. De confrontatie met de werkelijkheid daar blijkt iedere keer weer schokkend te zijn, niet zozeer omdat het `erg' is, maar vooral doordat de complexiteit van het conflict ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een simpel `goed' en `kwaad' kan niet altijd worden gehandhaafd.

We weten er dus weinig van, maar hebben er wel een mening over. Sterker nog: de heftige gepassioneerdheid die je bij zoveel betrokkenen ervaart, zie je weinig bij andere conflicten. Het Palestijns-Israëlische conflict heeft de bijzondere positie verworven het archetype te zijn van de strijd tussen onderdrukker en onderdrukte, tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Niet de werkelijke gebeurtenissen doen er toe, maar de symbolische waarde ervan. Het is de moeder van alle conflicten.

Daarmee is, naast de twee volkeren zelf, nu ook dit conflict in een diaspora geraakt. Er is een `Amerikaans', een `Arabisch' en een `Nederlands' Palestijns-Israëlisch conflict. Conflicten die niets meer uit te staan hebben met de werkelijkheid in het Midden-Oosten, maar des te meer met de eigen, ondergelegen twisten die leven in al die diaspora-landen. De hevigheid van het debat over het Palestijns-Israëlische conflict zegt meer over onze eigen nationale trauma's en pijnen.

De historische en emotionele pijnlijkheden aan West-Europese en Arabische zijde komen samen in het Palestijns-Israëlische conflict dat fungeert als een roestig scharnier tussen de twee werelden. Voor West-Europa is er een direct - volgens sommigen zelfs causaal - verband tussen Israël en de Tweede Wereldoorlog en de holocaust. Die twee gebeurtenissen dienen bij uitstek als ons morele referentiekader. Bijna zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog kan er in Nederland geen boek verschijnen of film uitkomen, of het gaat wel weer over die oorlog. Nog steeds kunnen emoties oplaaien als het gaat om `goed', `kwaad' of 'grijs' in de Nederlandse oorlogstijd. De film 'De Tweeling' ging zelfs voor een Oscar. Vrienden van buitenlandse origine zuchtten toen ik naar die film wilde: `Weer die oorlog...'

De bijna sacrale lading die de Tweede Wereldoorlog en de holocaust hebben voor westerlingen, geldt niet voor de Arabieren. Dat ik tien jaar geleden in Kairo werd uitgemaakt voor nazi, was dan ook geen belediging, maar een compliment vanwege mijn blanke uiterlijk met blauwe ogen en blond haar. In het Egyptisch historisch bewustzijn zijn nazi's de Duitsers die ver weg in Europa een oorlog hebben gevoerd, en die onder leiding van generaal Rommel bijna de gehate Engelse bezetter uit Egypte hebben verdreven.

Dat is de andere kant van het scharnier: bezetting. Dat is het trauma van de Arabieren. De hele Arabische wereld is bezet geweest, eerst door de Turken, later door Engelsen en Fransen. Dat Groot-Brittannië en Frankrijk bovendien met imperialistisch gemak het Midden-Oosten in stukjes hakten, opdeelden en weggaven aan Turken (Alexandretta), joden (Palestina), christenen (Libanon) of aan Arabische koningen (Syrië, Jordanie en Irak), heeft de gevoeligheid hierover alleen maar vergroot, zoals nu ook weer blijkt uit de Arabische reactie op de situatie in Irak.

Bezetting tegenover holocaust, dat zijn twee onvergelijkbare grootheden. Maar ze bepalen wel de gevoelswaarde over het Palestijns-Israëlische conflict. Dat de holocaust aan Arabische zijde geen rol speelt, wordt daarom vaak aan onze zijde gezien als een ontkenning ervan. Maar dat de Arabische wereld bijna geen weet heeft van de holocaust, is geen kwade wil. De holocaust is domweg geen onderdeel van de historische betrekkingen tussen Israël en de Arabische wereld. Deze vond immers plaats in Europa, en de Arabieren kregen pas enkele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog te maken met de staat Israël.

Dit werd mij opnieuw duidelijk toen ik enkele jaren geleden tijdens de jaarlijkse boekenkbeurs in Damascus probeerde te achterhalen wat er zoal in het Arabisch is geschreven over de holocaust. ,,Boeken over de holo-wat?'' Het onbegrip van de vrouw aan de informatiebalie was oprecht. Voor haar stond een computer met toegang tot tienduizenden titels van Arabische boeken die op de beurs voorradig waren. ,,Nooit van gehoord. Spel het even voor me, wil je? hoe-loe-koest? Geen titel voorradig.''

In de Arabische wereld heeft men inmiddels door dat de holocaust en het nazisme in West-Europa ijkpunten vormen in ons referentiekader over goed en kwaad. Daarom proberen zij Europees medeleven op te wekken door dezelfde grootheden te gebruiken voor hun eigen lijden. Israëliërs worden vergeleken met nazi's, en het leed dat de Palestijnen wordt aangedaan ziet men in de Arabische wereld als een plaatselijke holocaust. Er ontbreekt ook enig besef aan Arabische kant dat zij Europeanen daarmee nog meer van zichzelf vervreemden.

Het gebrek aan inlevingsvermogen is wederzijds. Het Westen toont weinig compassie als het gaat om Arabische gevoelens met betrekking tot onderdrukking en bezetting. Als het gaat om kwesties als Israël en Irak, spreekt het Westen daarover in termen van internationaal recht. De Arabische overgevoeligheid over de bezetting van Irak word terzijde geschoven als hypocriet: de meeste Arabieren vonden het immers maar wat fijn dat het Westen de vuile Saddam-zaakjes voor hen opknapte. Voor de Arabieren is het echter vooral een herhaling van traumatische episoden uit hun eigen geschiedenis.

Inmiddels hebben zich in de perceptie van het Palestijns-Israëlische conflict de afgelopen tien jaar dramatische ontwikkelingen voorgedaan. Wat ooit door de Arabische wereld werd ervaren als een nationaal, want Palestijns-Israëlisch conflict, is uitgegroeid tot religieus, want islamitisch-joods conflict. Niet omdat de Arabieren hun conflict op de agenda van hun moslimbroeders in Azië en Afrika hebben gezet. Ook niet omdat de verre moslimlanden er vanwege CNN dagelijks mee worden geconfronteerd. Want dat verklaart niet waarom met zoveel hartstocht het conflict overal bij wordt gehaald.

Nee, de reden ligt aan een oud, maar herlevend trauma van de moslims. In zijn geruchtmakende speech voor de Islamitische Conferentie, vorig jaar oktober, verwoordde de toenmalige Maleisische premier Mahathir dat trauma als volgt: ,,Wij zijn allen moslims. Wij worden allen onderdrukt. Wij worden allen vernederd.'' Weinig zal het verre Maleisië weten van Palestijnen en Israëliërs, maar weer waren zij de kapstok om deze gevoelens van vernedering en onderdrukking aan op te hangen.

Waar het Palestijns-Israëlisch conflict eerder het scharnierpunt tussen West-Europa en het Midden-Oosten was, is het nu uitgegroeid tot het scharnierpunt tussen het Westen en de islamitische wereld. De Palestijnse kant vertegenwoordigt naast bezetting nu ook onderdrukking en vernedering. En onderdrukking betekent dan niet alleen het onder de duim houden, maar het wegdrukken, ontkennen, uitsluiten. De muur is daar het meest uitgesproken symbool van. Omgekeerd staat de Israëlische kant voor de angst overweldigd te worden, niet alleen door aantallen Palestijnen, maar ook door het geweld dat zij met zich meevoeren.

De parallel met de nieuwe trauma's in het Westen is opvallend. Moslims ervaren dat er een symbolische muur tegen hen wordt opgetrokken. Zij worden uitgesloten van deelname, mogen hun rechten niet opeisen. Aan de andere kant staan de autochtonen, bevreesd voor de aantallen moslims en het gedachtegoed dat zij vertegenwoordigen. De moslims als vijfde colonne, als sluipende overmacht. En deze diepgewortelde emoties vinden opeens hun uitweg via het Israëlisch-Palestijnse conflict. Nederland schrok op toen tijdens een anti-Israëlische demonstratie enkele Marokkaanse jongeren de nazi's en de holocaust erbij haalden.

In een stuk in Vrij Nederland (29 november 2003) getiteld `Hedendaags antisemitisme. De joodse almacht' schreef Evelien Gans dat het erop leek dat Marokkanen het Westen wilden raken op het eigen referentiekader van goed en kwaad. Zij heeft hierin volledig gelijk, maar dit is wel een typische uiting van de Eurocentrische kijk op het Israëlisch-Palestijnse conflict, van hoe `zij' weten `ons' te raken. Want het mes snijdt aan twee kanten: het Palestijns-Israëlische conflict is ook het referentiekader van goed en kwaad voor Marokkanen. Twee diaspora's van het conflict, namelijk de Nederlandse en de Marokkaanse, hebben elkaar op de Dam ontmoet.

Maar er is meer. Net als de Koerdische jonge vrouw zijn er veel Marokkanen, en waarschijnlijk ook veel moslims in Nederland die niet alleen solidair zijn met de Palestijnen, maar zich voelen als een Palestijn in Europa. De gevoelens van uitsluiting, tweederangs burgerschap, wantrouwen over hun vermeende sympathieën met Osama bin Laden - een spiegeling met het lot van de Palestijnen is snel gemaakt. Maar daardoor wordt een conflict gegijzeld, en krijgt het een heel andere invulling. Meer dan ooit is nu sprake van een `Nederlands' Palestijns-Israëlisch conflict.

Over welk conflict hebben wij het dan nog? Israëliërs en Palestijnen staan aan de zijlijn en kijken enigszins verbouwereerd toe. Of leggen zich toe op het bespelen van deze emoties om zo hun eigen zaak op de voorgrond te krijgen. Maar het werkelijke conflict gaat niet om hen, maar om ons, Nederlanders en Marokkanen, moslims en niet-moslims, autochtonen en allochtonen. Wij vechten onze onderlinge problemen uit met gebruikmaking van de Moeder van Alle Conflicten.

Is jurist en Arabist, verbonden aan Instituut Clingendael. Dit artikel is een bewerking van zijn voordracht in het debat met Abou Jahjah deze maand in De Unie in Rotterdam.