Ontroerd

Drie keer ontroerd geweest, deze week. Het is een score waar ik zelf van opkijk. In het Concertgebouw is het vanzelfsprekend, maar een brok in de keel langs de lijn? Ik was al vergeten dat het kon.

Dinsdagavond gebeurde het, toen ik Clarence Seedorf zag schitteren in San Siro. De verguisde international is niet alleen de architect van AC Milan, hij is de draaischijf van heel Italië. Minzaam om zich heen kijkend, strooit hij met vernuftige steekpasses, schijnbewegingen en dribbelkunst. Hij zet geen stap te veel, droomt zich een half uur uit de wedstrijd, maar ook dan streelt hij de bal. En zichzelf.

In het Nederlands elftal is hij ongewenst. Bij Milan is hij de gelijke van Kaka en Maldini. Gebeiteld in het triumviraat van publiekslieveling. Er is sprake van een persoonsontdubbeling. Het mysterie Clarence Seedorf. Wat is toch die geheimzinnigheid in het rare mechaniekje van hoofd en wreef dat danst in het shirt van de rossoneri en sputtert in de vale oranjekleur?

Clarence Seedorf is de eerste mens die kan spinnen. In Italië ben je dan sowieso al een halfgod, in Nederland ben je een curiosum van de dakgoot. Doe daar gillende meisjes voor de wisselende excentrieke kapsels bovenop en Clarence krijgt waar hij zijn hele leven om gesmeekt heeft: respect. Niet de bal, de spiegel is de maat van de begenadigde middenvelder.

Nou, dan moet je niet bij Dick Advocaat zijn, en al helemaal niet bij Willem van Hanegem. In Nederland is Clarence een weeskind, in Milaan is het grijze jochie een filosoof die ook in zijn publicaties serieus wordt genomen. In gedachten over spiritualiteit, geweten, lotsverbondenheid en andere tralala.

Dan groei je als een paddestoel in jezelf.

Het vertrouwen dat Milan hem geeft, krijgt hij in Nederland niet. Voor Seedorf is vertrouwen een vorm van elegantie - de enige erosievrije substantie waarop hij is gebouwd. In San Siro mag hij zijn precaire hang naar de `quasi-ziel' voltooien, in de Kuip of in de Arena wordt hij juist daar op afgerekend. In Milaan is Clarence genesis, in Nederland is hij hooguit een grillig alter ego van Jomanda.

Tweede ontroering: het verlossende doelpunt van Mark van Bommel in de wedstrijd van PSV tegen Auxerre. Ook hij is op de schaal van land en volk neergezet als een schlemiel. Ordinair in tackle en grimassen. Zelfs PSV-voorzitter Harry van Raaij meende Van Bommel te mogen kapittelen voor nonchalance en andere kwalen van de hedendaagse jeugd. Mark blufte de preses af met een geweldige wedstrijd en een fantastisch doelpunt.

Het misverstand over Van Bommel begint pathetische vormen aan te nemen. Nooit is iets goed, nooit is zijn persoonlijke bijdrage doorslaggevend. Mark wordt opgesloten in een delta van vooroordelen, onbegrip en meewarigheid. Elke wedstrijd weer moet hij zich vrij vechten en spelen van achterdocht en achterklap. Terwijl hij zo gewoon is, in winst en verlies, zo nederig als blinden op een rij. Ja, een randstedelijke dissident is hij wel. Mag het? Of moet hij gekruisigd worden zoals Jan van Beveren ooit gekruisigd is door Johan Cruijff?

De provinciaal.

Mark van Bommel is niet gebouwd op de elegantie van Seedorf, en ook niet op het inherente lef van Ajax en Feyenoord. Maar hij is wel zichzelf. Aan hoofd en wreef ontbreekt het niet, en ook niet aan passie. Hij kan het niet helpen dat om zijn genereuze lichaam meer hooivorken dan babes dansen. Wat zegt dat verder over het karaat van de voetballer? Helemaal niets. Afgezien van zijn brille op het veld vind ik nog het mooiste aan Mark van Bommel: het vermogen om `kaart te spelen van verdriet'. Reken maar dat deze jongeling lijdt, aan zichzelf, aan PSV, aan de schizofrenie van voetbal en leven.

Laatste ontroering: de 71-jarige Bobby Robson doet er nog een jaartje bij als coach van Newcastle. De Brit heette een tactisch onbenul te zijn, bij PSV en Barcelona. Hij zou niet eens het onderscheid kennen tussen positiespel, combinatievoetbal en het gedrocht van de counter. De oude glorie Frank Arnesen mocht hem in Eindhoven uitleggen hoe een corner wordt getrapt.

Kwaadsprekerij van journalisten die geen affiniteit hebben met gratie en noblesse, met de tristesse van een verrimpelde neus. Liefdeloze harken. Ik zou graag Bobby zijn: vluchteling voor persoonlijke vragen, maar wel de gekartelde ziel van de Magpies. Dom in het leven, maar zo gelukkig in een liefde.