Nog negen ogen

Volgens de Engelse schaakjournalist Malcolm Pein is er op IJsland eens een opiniepeiling geweest naar de populariteit van beroemdheden op alle gebieden des levens, waarvan de uitslag was 1. Gari Kasparov 2. Nigel Short 3. Madonna. Als het waar is, moet het omstreeks 1993 zijn geweest, toen Kasparov en Short een match om het wereldkampioenschap speelden.

Als het om schaken gaat, hebben de IJslanders een olifantengeheugen en toen Kasparov en Short vorige week de finale speelden van het rapidtoernooi in Reykjavik, werd het een kleine revanche voor 1993 genoemd. Net als toen won Kasparov, maar de onweerstaanbare kracht die hij in 1993 nog leek te zijn, is hij nu niet meer.

In een verslag werd hij ,,het monster met de negen ogen'' genoemd, misschien naar analogie met de gevreesde kat met de negen staarten, waarmee vroeger matrozen werden gegeseld. De uitdrukking komt eigenlijk van Tony Miles, die in 1986, toen hij een match tegen Kasparov met 5,5-0,5 had verloren, over het monster met de duizend ogen sprak. Toen duizend ogen, nu nog maar negen. Gewone schakers die het met twee moeten doen kunnen er nog steeds jaloers op zijn.

Kasparov is op 13 maart 41 jaar geworden. Hij is zich altijd goed bewust geweest dat de middelbare leeftijd niet de beste voor een schaker is, zeker niet voor iemand die altijd zo fel heeft gebrand als hij.

Acht jaar geleden, toen hij in Las Palmas al zijn rivalen van dat moment weer eens de baas was gebleven, vroeg hij zich af hoe lang hij nog zou blijven schaken.

In ieder geval moest zijn zoon Vadim hem nog op het podium kunnen zien, zei hij. Hij was in een goed humeur en vertelde over zijn openingsanalyses die hij kort daarvoor met behulp van zijn computer van fouten gereinigd had. Daarmee kan ik de jongens nog wel een tijdje de baas, zei hij opgewekt.

In Reykjavik ging het stroef. In zijn eerste rapidpartij kwam hij tegen de dertienjarige Magnus Carlsen verloren te staan. Hij redde die partij en won de tweede. ,,Over twee, drie jaar verplettert Magnus hem'', juichte Carlsens coach Simen Agdestein.

Op Kasparovs overwinningen op Jan Timman en Peter-Heine Nielsen viel niet veel aan te merken, al viel de oude onweerstaanbare kracht ver te zoeken, en toen kwam de finale tegen Short. In hun eerste partij leek Kasparov weggevaagd te worden, maar Short miste de winst en vervolgens ook de remise die er nog makkelijk in had gezeten.

Wat vervolgens in hun tweede partij gebeurde was ook niet gewoon. Drie pionnen meer voor Kasparov en groot positioneel overwicht leidden ten slotte slechts tot een gelijk lopereindspel. Goed, hij had aan remise genoeg, maar in zijn grote tijd zou het anders zijn gegaan.

Wit Short-zwart Kasparov

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lf1-e2 e7-e6 7. f2-f4 Lf8-e7 8. Lc1-e3 0-0 9. g2-g4 Net als in hun match in 1993 pakt Short het scherp aan. 9...b7-b5 In Shirov-Kasparov, Linares 2001, deed zwart 9...d5 10. e5 Pe4. Wat hij nu doet is interessanter, maar ook veel riskanter. 10. g4-g5 Pf6-d7 11. a2-a3 Lc8-b7 12. Th1-g1 Pd7-c5 13. f4-f5 Kg8-h8 14. Le2-d3 Pb8-c6 15. Dd1-h5 g7-g6 16. Dh5-h4 Tf8-e8 17. 0-0-0 Pc5xd3+ 18. Td1xd3 Pc6-e5

jmMejmMf

mimMcgmg

gmMagmgm

mgmMbGAM

MmMBGmME

AMBJCMmM

MAGmMmMA

mMFMmMDM

Wits aanval is al flink opgeschoten en hier had hij kunnen winnen met het fraaie offer 19. Pxe6 (een vondst van Junior 8) fxe6 20. Ld4. Er dreigt dan 21. Lxe5+ en vooral 21. fxg6. Een mooie variant is 20...Dc7 21. fxg6 Ld8 22. Tf3 Dg7 23. Tf7 Dxg6 24. Txb7 met beslissend voordeel. Als beste verdediging voor zwart werd het dameoffer 20...exf5 21. Lxe5+ dxe5 22. Txd8 Taxd8 aangegeven, maar ook dan staat wit na 23. Dh3 Lc5 24. g6 gewonnen. 19. f5xe6 f7xe6 20. Pd4xe6 Dd8-d7 21. Pe6-f4 Pe5xd3+ 22. c2xd3 Kh8-g8 23. Le3-d4 d6-d5 24. Pf4xg6 Na het simpele 24. Pcxd5 zou wit met twee pionnen voor de kwaliteit en sterke aanval nog steeds voordeel hebben. 24...d5xe4 25. Pg6xe7+ Te8xe7 26. Ld4-f6 Wit had nog remise met 26. g6 Dxd4 27. gxh7+ Kh8 28. Tg8+ Txg8 29. hxg8D+ Kxg8 30. Dxe7 26...e4xd3 27. g5-g6 En nu viel met 27. Lxe7 nog ongeveer gelijkspel te bereiken. 27...d3-d2+ 28. Kc1-c2 Dd7-f5+ 29. Kc2xd2 Te7-d7+ 30. Kd2-c1 h7-h5 Hiermee is wits aanval afgeslagen en nu heeft zwart groot voordeel. 31. Lf6-g5 Lb7-f3 32. Lg5-h6 Ta8-e8 33. Dh4-b4 Df5-e6 34. Db4-f4 Lf3-g4 35. h2-h3 Lg4-f5 36. g6-g7 Hij laat zich ook nog mat zetten, maar het was al mis. 36...De6-e1+ Wit gaf op.