Leefstijl bepaalt woningkeuze

Mensen kiezen voor een woning op basis van hun leefstijl en levensfase, hoort Bernard Hulsman van woonstijlonderzoekers. Wordt een huis kopen zoiets als een auto kopen?

`Wonen is emotie!' zo valt regelmatig te lezen in kleine advertenties voor woningen in dagbladen. Wie vervolgens bijvoorbeeld de internetsite bezoekt van Ready4Living, een bedrijf dat mensen helpt bij het vinden, bouwen én inrichten van woningen, kan nog meer te weten komen over het nieuwe `emotionele' wonen. ,,Wonen is een individuele belevenis'', staat er bijvoorbeeld. En: ,,U wilt toch ook een huis waar u een thuisgevoel kunt ervaren, tot rust kunt komen en waar uw identiteit van afstraalt?''

,,Ook wonen is onderdeel aan het worden van de beleveniseconomie'', bevestigt Gert Jan Hagen van het onderzoeksbureau The Smart Agent Company in Leusden. ,,Van materie naar emotie, zo zou je de ontwikkeling van de economie na de Tweede Wereldoorlog kunnen samenvatten. En dat begint nu ook voor wonen te gelden. Onroerend goed wordt ontroerend goed. De rauwe woningnood, zoals Nederland die vlak na de Tweede Wereldoorlog kende, bestaat niet meer: iedereen heeft in Nederland wel een dak boven zijn hoofd. Een gewoon product is de woning nog niet, maar sinds de terugtreding van de overheid uit de woningbouw in de jaren negentig, krijgt de consument er wel steeds meer over te zeggen. Meer en meer wordt de woning ook een middel tot wat wel `zelfrealisatie' wordt genoemd. Het kopen of huren van een huis begint steeds meer te lijken op het kopen van een auto: mensen willen er ook iets mee zeggen over zichzelf.''

Hagen en zijn medewerkers doen daarom een nieuw soort onderzoek naar woonbeleving. Worden in traditionele woningmarktonderzoeken bewoners ingedeeld aan de hand van de omvang van hun inkomen, leeftijd en gezinssamenstelling, Hagen doet daar een extra dimensie bij: leefstijl. ,,Voor de keuze van het woningtype is de levensfase belangrijk'', legt Hagen uit. ,,Mensen met kinderen willen bijvoorbeeld vaak een huis met veel kamers en een tuin. Als het gaat om de prijsklasse van een woning en de wens om in een nette buurt te wonen, is de koopkracht bepalend. Maar leefstijl geeft de doorslag als het gaat om architectuur- en stijlvoorkeuren en de wens om bijvoorbeeld in een druk, oud stadscentrum te wonen.''

Als voorbeeld van een wijk waarvoor mensen kozen op grond van `leefstijl' noemt Hagen Brandevoort, de neotraditionalistische Vinex-wijk bij Helmond die het aanzien krijgt van een oud vestingstadje, compleet met grachten. ,,Voor veel bewoners was de traditionalistische architectuur belangrijk voor hun keuze,'' zegt hij. Ze gaan zich gedragen naar de wijk: ze hangen een ouderwets naambordje met krulletters aan hun huis.

KNALLENDE KLEUR

Het omgekeerde was het geval op Hageneiland, het deel van de Vinex-wijk Ypenburg dat ontworpen is MVRDV, het Rotterdamse architectenbureau bekend van de Villa VPRO in Hilversum. Hageneiland bestaat uit opvallende puntdakhuisjes die zijn opgetrokken uit één materiaal (dakpannen, golfplaat, enzovoort) en in één knallende kleur (azuurblauw, zilver, diepzwart enzovoort). Hier bleek uit onderzoek dat de opvallende architectuur nauwelijks een rol speelde bij de keuze van de bewoners voor deze wijk: het ging hen vooral om het type huis.

Bij zijn onderzoek maakt Hagen onderscheid tussen zes typen bewoners: `ongebondenen', `dynamische individualisten', `samenlevers', `genieters van stille luxe', `terugtreders' en `verankerden' (zie kader). De zes typen, met ieder hun eigen voorkeuren, laten een grotere verscheidenheid zien dan die waarmee woningbouwers en projectontwikkelaars in het algemeen rekening houden.

GEEN RIJTJES MAAR BUURTJES

,,Projectontwikkelaars gaan nog veel te veel uit van het bekende, van wat ze al maken'', vindt Hagen. ,,Ze kunnen heel goed rijtjeshuizen maken en de consument is er vertrouwd mee, en dus krijgen we nog meer rijtjeshuizen. Het liefst in lange rechte rijen, omdat de gemeente dan gemakkelijk de kabels en riolering kan aanleggen.'' Volgens Hagen zouden projectontwikkelaars zich op veel meer verschillende doelgroepen moeten richten – niet alleen bij het bouwen van de woningen; ze zouden al in een eerder stadium een bemiddelende rol kunnen spelen. ,,Collectieven van gelijkgestemden die een buurtje willen vormen, zouden zich moeten kunnen wenden tot een projectontwikkelaar die hun wensen vervolgens realiseert. VPRO-leden, om ze zo maar even te noemen, zitten niet te wachten op een woning in een Vinex-wijk, maar willen bijvoorbeeld wonen op een oud bedrijfsterrein, zoals het Shell-terrein in Amsterdam-Noord. En ouderen zijn vaak niet tevreden over verzorgingstehuizen en wat hun voor de rest wordt aangeboden. Ze zouden zich moeten kunnen verenigen in een groep die een projectontwikkelaar de opdracht geeft hun specifieke woon- en verzorgingswensen te realiseren.''

Voor zulk groepsgewijs wonen ziet Hagen een mooie toekomst. Want al zijn de bewoners nog zo divers, ze zoeken elkaar wel steeds meer op om groepen van gelijkgestemden te vormen. ,,Er ontstaat steeds meer een eilandjescultuur'', stelt Hagen vast. ,,Het was in Nederland altijd een beetje not done om lid te zijn van een exclusieve club en `de ander' buiten te sluiten. Maar vooral onder jongeren verdwijnt het taboe op exclusiviteit snel.'' Het oude sociaal-democratische ideaal van de egalitaire samenleving lijkt te hebben afgedaan. Ook de behoefte aan veiligheid speelt mee. Hagen: ,,In veel nieuwbouw in de naoorlogse wijken en ook in nieuwbouwwijken zie je halfgesloten of zelfs helemaal gesloten blokken met binnenterreinen. Dat bevordert de sociale controle en beheersbaarheid van de ruimte. Gated communities, zoals Amerika die al lang kent, zijn nog steeds niet echt bespreekbaar voor projectontwikkelaars in Nederland. Maar ik vrees dat dit niet meer lang zal duren.''