Land van duizend leugens

Komende week tien jaar geleden slachtten honderdduizenden Rwandezen met hakmessen en knuppels een miljoen landgenoten af. Een onbegrijpelijke, collectieve misdaad die Rwanda nog niet heeft verwerkt. Wie is er niet schuldig? Correspondent Koert Lindijer, ooggetuige van de genocide, sprak moordenaars en slachtoffers in het land waar geschiedenisles verboden is.

Charles Serombo heeft op zijn erf een massagraf gegraven. Er liggen dertig leden van zijn familie in. Hij zit er iedere dag te mijmeren. Zijn blik daalt af naar de vallei beneden, trillende spiertjes in zijn gelaat ontspannen. Daar bij die heuvels liggen andere massagraven, dat geeft rust.

Charles loopt van het graf naar zijn huis op de berg in Byumba. In zijn eenzaamheid heeft hij er een veranda aangebouwd, om omwonenden te lokken voor een praatje. Ze kwamen. Maar velen van hen bleken moordenaars van zijn familie te zijn. ,,Hoe kan ik wraak nemen'', vraagt hij met een onduidelijk lachje, ,,ik sta alleen en kan het niet opnemen tegen alle heuvels.'' Er valt een stilte, met alleen de wind in de bananenbomen.

Rwanda na de genocide is een land van wantrouwen en leugens. Moordenaars en slachtoffers, iedereen weet dat je moet zwijgen als je wilt leven. Nog tienduizenden moordenaars lopen vrij rond. Honderdduizenden Hutu's deden mee aan de klopjacht waarbij in 1994 in drie maanden bijna één miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's werden geëlimineerd. In sommige streken deden alle Hutu's mee. Een massamoord begaan door een massa, bewapend met hakmessen en knuppels, een collectieve misdaad zonder precedent. Nazi's sloten joden op en openden de gaskraan, een klinische ingreep. In Rwanda was het buren tegen buren, vrienden tegen vrienden. In openheid. Huisvrouwen, dokters, priesters, dominees en nonnen, iedereen ging mee in de furie. In het overbevolkte en arme land verspreidde de slachting zich als een bosbrand, de ene heuvel stak de andere aan.

Charles had vóór de genocide een man in dienst die zijn kudde hoedde. De herder zit nu in de gevangenis, die is volgepropt met moordenaars. Allemaal Hutu's. Hij had weerstand geboden tegen de druk van de Hutu-milities om Tutsi's te vermoorden. Tot zij zich wreekten op zijn echtgenote. Toen was de herder omgeslagen en veranderde hij in een bezielde moordenaar. Twee van Charles' kinderen doodde hij. ,,Ik heb hem vergeven'', zegt Charles, ,,ik weet dat ook de moordenaars lijden''. Zijn vriend Anastase Kalisa knikt. ,,Dat is zeker zo, ik ken een Hutu die de schedel van zijn Tutsi-slachtoffer op het nachtkastje heeft staan.'' De schedel staat voor schuld en schaamte. Ze lachen.

Anastase, net als Charles een Tutsi, is ook een overlevende van de genocide. Hij zet zijn bril af en verbergt het hoofd in de handen. Hij moest in 1994 twee maanden onderduiken in een beerput. Hij kan niet vergeven, zoals Charles. Wild schudt hij zijn hoofd. ,,Ik heb nog steeds niemand ontmoet die oprecht spijt heeft betuigd. De moordenaars zeggen altijd dat het de schuld was van de staat. Zo pleitten ze zich vrij.''

Geweerschot

Volgens de officiële lezing van de geschiedenis waren Hutu's daders en Tutsi's slachtoffers. De waarheid is gecompliceerder. Een Franse onderzoeksrechter verdenkt de huidige Tutsi-president ervan opdracht te hebben gegeven op 6 april 1994 het vliegtuig neer te schieten van de toenmalige Hutu-president. Dat was het startschot, daarna brak de jacht op Tutsi's los. En zoals niet alle Tutsi's goed waren, waren niet alle Hutu's slecht, hebben de Rwandezen geleerd. Er waren helden. Hutu's die niet meededen, die Tutsi's beschermden. Charles dankt aan hen zijn leven. Hij maakt een flesje Primusbier open en vertelt.

Op zes april verbleef hij in de hoofdstad Kigali. Een Hutu-collega kwam naar hem toe en waarschuwde: ,,Het is voorbij voor u, we gaan alle Tutsi's doden.'' Charles smeekte en werd beschermd: zijn Hutu-collega loog de milities voor dat hij zijn lijk had zien liggen tussen de stapels op straat.

Dat was de eerste Hutu die Charles redde. De volgende, een openbare aanklager uit zijn geboortestreek, wist waar Charles zich schuilhield. Zijn advies aan Charles luidde: ga snel dood. Want geen Tutsi kon ontkomen, vrijwel het hele overheidsapparaat stond de moordenaars ten dienste. Een enkel geweerschot was een mooi einde.

Maar Charles wilde leven. Hij smeekte de openbare aanklager om hulp en die liet hem ontsnappen in een gevangenisauto. Buiten Kigali hoorde hij wat er met zijn familie was gebeurd. Het liefst was Charles toen gestorven, hij had geen doodsangst meer. ,,Ik was niet bang meer, misschien dat daarom iedereen dacht dat ik Hutu was. Ik trok verder, langs kerken, stadions en wegversperringen waar ze Tutsi's doodden. Onopgemerkt.'' Charles bereikte Congo.

Twee jaar verbleef hij daar, tot ook in Congo een oorlog uitbrak. De enige route die toen nog overbleef was die naar Rwanda. Nooit had Charles terug gewild, in zijn herinnering bestond zijn vaderland uit stapels lijken. Hij keerde terug, samen met de openbare aanklager, die hij in een vluchtelingenkamp in Congo had gevonden. In Rwanda werd de openbare aanklager gearresteerd. ,,Tevergeefs pleitte ik voor hem, de autoriteiten konden niet geloven dat iemand in zo'n hoge functie geen deel had aan de genocide. Hij was onschuldig, maar niemand wilde het weten.'' Verborgen tussen de tienduizenden daders verblijven vermoedelijk ook vele onschuldigen in de gevangenissen.

We zitten inmiddels vier uur te praten. Elk gesprek in Rwanda duurt uren. De pijn, de stiltes, het zoeken naar woorden nemen hun tijd. De Rwandezen leven met de dood, de gruwelen, de angst. Dagelijks komen moordenaars en overlevenden elkaar tegen. We nemen nog een flesje bier, dat maakt de kans op de waarheid groter. Rwandezen gedragen zich als een introvert bergvolk, ze hebben niet de spontaniteit van elders op het continent. Argwaan en volgzaamheid aan het gezag kenmerken het volkskarakter. Eigenschappen die een heersende kliek Hutu's aanwendde om moordzucht op te wekken.

Kakkerlakken

Hutu's en Tutsi's leven al eeuwen samen en delen taal en cultuur. De Tutsi's, de minderheid, waren de koninklijke heersers in een van Afrika's oudste rijken. De Belgische kolonialen benadrukten de tegenstellingen: zij maten voorhoofden en neuzen op om de tribale achtergrond te bepalen. In 1935 voerden ze identiteitskaarten in met vermelding van de stamafkomst. Deze identiteitsbewijzen vormden in 1994 een hulpmiddel voor de moordenaars, want uiterlijk vallen Hutu's en Tutsi's niet zo makkelijk van elkaar te onderscheiden.

De periode na de onafhankelijkheid in 1962 kenmerkte zich door discriminatie van de Tutsi's. Tutsi-ballingen organiseerden zich in het Rwandese Patriottische Front (RPF) en vielen in 1990 Rwanda binnen vanuit Oeganda. De regering antwoordde met giftige propaganda waarin ze de Tutsi's afschilderde als slangen en kakkerlakken of andere wezens, monsters met horens en staarten. Intussen importeerden Hutu-extremisten kapmessen. Het neerschieten van het vliegtuig van president Juvenal Habyiramana was de vonk in het kruitvat.

Het land van de duizend heuvels, het land van de duizend leugens. Het meest ongelooflijke was misschien wel dat de moordenaars tegenover journalisten de moorden ontkenden, terwijl ze aan het moorden waren. Feiten en fictie liepen in elkaar over, de Hutu's hielden stug vol dat zij zich verdedigden tegen een aanval van de Tutsi's. Het door de overheid verspreide gif had hun het zicht op de werkelijkheid ontnomen. Er vond helemaal geen genocide plaats. Of misschien een dubbele genocide.

Tien jaar later zijn veel mythes nog niet de wereld uit, Rwanda is nog lang niet in het reine met zichzelf. Over de slachtingen door Hutu's is inmiddels veel bekend, maar de moordpartijen door Tutsi's worden doodgezwegen. Charles wijst van zijn veranda naar de heuvel Zoko in de vallei. ,,Daar liggen duizenden mensen in begraven, zowel Hutu's als Tutsi's. Niemand wil dat weten.'' Als onderdeel van de herdenking van de genocide worden dit jaar veel massagraven geopend om de lijken te herbegraven. ,,Als ze die op Zoko openmaken, zal blijken dat er meer Hutu's dan Tutsi's liggen.''

Een week na het begin van de genocide waren bij de stad Byumba in Noord-Rwanda nog slechts een paar honderd Tutsi's over. Zij zochten bescherming bij regeringssoldaten die zich inderdaad over hen ontfermden op de heuvel Zoko. Een andere groep in het leger opende samen met milities de aanval op hen, maar zij werden verdedigd door de barmhartige regeringssoldaten. Toen de legerleiding hiervan hoorde, werden de Hutu-soldaten die de Tutsi's beschermden vervangen. Bij de volgende aanval stak het regeringsleger geen vinger uit en werden alle Tutsi-overlevenden gedood. Een dag later trokken de Tutsi-soldaten van het RPF Byumba binnen. Het zien van het massagraf deed hen in een blinde woede ontsteken. Ze omsingelden een groep bewoners en knuppelden iedereen dood. Sommigen van hen waren Hutu's die Tutsi's hadden beschermd. ,,Het RPF maakte een einde aan de genocide, maar alle waarheden moeten naar buiten komen'', herhaalt Charles, ,,ook de minder aantrekkelijke voor het RPF.''

Kopje thee

,,Ik heb verschrikkelijk veel spijt.'' De 39-jarige François is klaar met het bewerken van zijn stukje land en rust uit op het gras. Zijn verhaal past in het officiële verzoeningsproces. Hij zat zes jaar gevangen. Tot hij bekende en een brief stuurde waarin hij de nabestaanden van zijn vroegere buren om vergiffenis vroeg. ,,Ik heb ze met knuppels doodgeslagen'', vertelt hij over de meisjes van acht en twaalf jaar die hij doodde. Het waren de dochters van zijn buren, met wie hij jarenlang had samengeleefd. ,,In hun doodsangst probeerden ze nog weg te rennen.''

In zijn dorpje bij Kibuye in West-Rwanda bevonden zich geen Hutu-milities of regeringssoldaten. De Hutu-bewoners handelden op eigen initiatief bij het uitmoorden van hun Tutsi-medeburgers. François heeft daar geen verklaring voor. ,,Ik doodde mijn buren uit angst dat ze mij zouden doden.'' Dat excuus voeren vele gevangenen aan. François peutert zenuwachtig aan zijn tenen. Na zijn vrijlating ging hij drie maanden naar een kamp waar de regering iedereen heropvoedt met een nieuwe waarheid. ,,Daar leerde ik dat Hutu's en Tutsi's vroeger geen stammen waren maar sociale groepen'', zegt hij, geheel volgens de uitleg van het RPF over de verdeeldheid van Rwanda. ,,Fout leiderschap leidde tot de genocide.''

François zet een rem op de waarheid. Wat hij zegt verklaart wellicht waarom hij doodde, niet hoe hij doodde. Het valt een dader moeilijk om terug te voelen hoe hij vrienden of kennissen in stukjes hielp hakken. Misschien ervoer hij opwinding. Bij de moordenaars kwam een furie los. In groepjes, verkleed en schreeuwend, joegen ze op Tutsi's alsof het wild was. Om na hun moordpartijen met een kopje thee te ontspannen.

Wie omkwam door een kogel had geluk. Mannen werden verminkt, hun lichamen in stukjes gehakt, langzaam en met tussenpozen: eerst de rechterhand, toen de linker, daarna de rechterbovenarm, toen de linker, daarna de rechtervoet, toen de linker. Tot de beurt aan de penis was, die in de mond werd gestopt, waarna het slachtoffer kon doodbloeden. Wie dat iemand aandoet moet zich oppermachtig voelen. Hij láát de ander leven, heeft volledige controle over zijn slachtoffer. Hij daagt zichzelf uit te durven, zoals een kind op jonge leeftijd de poten van een vlieg uittrekt. Hij doodt langzaam, want als het slachtoffer sterft, is zijn macht verdwenen. Bij het martelen van kinderen werken deze wreedheden niet, zij brengen de moordenaar niet in extase. Daarom werden zij in 1994 meestal met één klap tegen de muur kapotgeslagen.

Wie kan de aard van zulke gruweldaden bevatten? ,,Ik word bang als ik daaraan denk, overal voel ik pijn'', zegt François. ,,Dat is goed, heb ik in het heropvoedingskamp geleerd. Herinneren is beginnen met de wederopbouw van Rwanda.'' Met het oog op strafvermindering bekennen steeds meer moordenaars hun misdaden en schrijven ze brieven naar de overlevenden waarin ze vragen om vergiffenis. Menen ze het? Is François bereid mee te gaan naar de nabestaanden van zijn vermoorde buurman? Als een goede leerling van het heropvoedingsklasje antwoordt hij onmiddellijk ja.

Geschiedenisles

Adriënne is de tante van de door François gedode meisjes. Haar huisje ligt twee heuvels lopen van zijn akker. François en Adriënne schudden elkaar de hand, het lijkt net een toneelstukje. Peuters buiten het lemen huisje spelen met brilletjes gemaakt van scheuten suikerriet. Een geit wroet in het afval.

Woede en verdriet vechten op het gezicht van Adriënne. Zij verloor haar eigen kinderen en veertig familieleden. ,,Natuurlijk zin je op wraak.'' Ze spreekt alsof ze het over iemand anders heeft. Kan ze François vergeven? ,,Ik heb zijn brieven gelezen'', zegt ze bits. François zit ineengedoken, de handen tussen de benen geklemd, een lijdzaam hoopje mens. Hij zwijgt, zijn blik op de vergeelde kranten aan de muur. Iedereen zwijgt.

Adriënne wrijft in haar ogen en murmelt: ,,Ik vergeef hem.'' Ze twijfelt. Ook zij dankt haar leven aan een Hutu, die haar in een grot verborg. ,,Ja, ik schenk hem vergiffenis, maar als een rechter hem alsnog wil veroordelen, kan ík daar niets aan doen.'' Opnieuw blijft het enkele minuten ongemakkelijk stil. Denkt zij dat er in haar dorp opnieuw zo iets verschrikkelijks kan gebeuren? Ze haalt haar schouders op: ,,Ik weet het niet. Ook vroeger konden we met onze buren goed opschieten en toch hebben ze ons vermoord.''

Naarmate de datum van de herdenking van de genocide nadert, stijgt de spanning in Rwanda. ,,Het hele jaar ben ik nationalist, maar in april word ik weer een Hutu. Dan schaam ik me'', vertelt een student aan de universiteit van Butare. ,,Dan krijg ik nachtmerries, dat ik een Tutsi ben, in een kerk waar Hutu-milities moorden.'' Triestheid en schaamte. Onder de universiteitsbevolking heerst wantrouwen, ,,niet zozeer door de repressie van de overheid'', in de woorden van een professor, ,,maar door een angst die aan ons allen knaagt, diep van binnen''.

In Butare studeren Tutsi's zij aan zij met de kinderen van in 1994 naar Congo gevluchte Hutu's. De RPF-soldaten voerden vanaf 1996 een klopjacht uit op die Hutu's, waarop zo'n één miljoen Hutu's terugkeerden naar Rwanda. Tienduizenden van hen werden echter gedood in het Congolese oerwoud. Hun lot staat nergens beschreven. En over de oorlogen in Congo die uitbraken als gevolg van de genocide wil al helemaal niemand in Rwanda iets weten. Bij die strijd kwamen nog eens een geschatte drie miljoen mensen om.

De Rwandezen zijn zo verdeeld over hun verleden dat op Rwandese scholen geen geschiedenisles meer mag worden gegeven. Er zijn te veel moordenaars, daar kan geen gerechtelijk systeem tegenop. Gerechtigheid is onmogelijk geworden. ,,Sommige daders moeten amnestie krijgen, een staat valt niet te bouwen op doden en moordenaars'', concludeert een hoogleraar. ,,Ieders individuele lijden moet een plaats krijgen bij herdenkingen, zonder de aard van de genocide te ontkennen.''

Studente Thérèse Nyirahabimana verliet de universiteit voortijdig. In gedachten verzonken zit ze te breien op een heuvel. De mist ontneemt haar de blik op haar overbevolkte land. Zo is Rwanda mooi. ,,Ik wilde een nieuw leven beginnen'', mompelt ze. Haar huid is vaal, haar ogen dof. Beide ouders verloor ze door de genocide. Eerst haar Tutsi-moeder tijdens de genocide in 1994, later haar Hutu-vader in de gevangenis. Ze geloofde dat haar moeder zelfmoord pleegde om haar vader te redden. Met die gedachte kon ze jaren leven. Tot ooggetuigen haar vertelden wat er werkelijk was gebeurd. Haar vader had haar moeder vermoord. De waarheid heeft haar gek gemaakt.

Alle namen in dit artikel zijn veranderd. Rwandezen waren alleen anoniem bereid te praten over hun ervaringen tijdens de genocide.