`Kom alsjeblieft een spelletje doen. Ik ben alleen'

Miek de Kanter-Von Mühlen (95) speelde als kind met prinses Juliana. Later werd ze benoemd tot `dame du palais'. En dat bleef ze. Dienst is dienst, zegt ze. `Maar gewoon onder elkaar denk ik wel dat we vrinden waren.'

De eerste keer dat Maria Aletta Rebecca von Mühlen (Miek) prinses Juliana zag, was tijdens het kerstfeest in 1910 op paleis Noordeinde. Juliana was bijna anderhalf jaar oud, Miek, toen Micky, was tweeënhalf jaar. Aanwezig waren, behalve koningin Wilhelmina met haar dochter, de kinderen van hofdignitarissen met hun moeders en kinderjuffrouwen. Micky's vader was adjudant van prins Hendrik. Ter herinnering aan hun eerste gezamenlijke kerstfeest kregen alle kinderen een gouden kettinkje met een medaillon. Daarop staat `PX 1910'. Bij latere kinderpartijen op het paleis droegen de genodigde kinderen dat kettinkje. ,,Het verbond ons'', zegt Miek de Kanter-Von Mühlen nu.

Dat eerste kerstfeest herinnert ze zich niet. Wel de kerstfeesten die volgden. De cadeaus! Ze kreeg een grote beer op wieltjes, waar je op kon zitten. Als je aan een ringetje trok, zei hij `boehoe'. Toen was ze vier of vijf. Af en toe belde iemand van de hofhouding. Kom je spelen? ,,Het prinsesje vond het heerlijk als er kinderen waren. Alleen wilde Juliana het liefst wilde spelletjes doen. Een grote pluche bal de trap op gooien zodat hij terugstuiterde. Ik wilde eigenlijk met al dat mooie speelgoed spelen in de kinderkamer. Alleen al ernaar kijken was heerlijk.''

Mevrouw de Kanter-Von Mühlen (95) is bijna een eeuw bevriend geweest met prinses, koningin en prinses Juliana. Eerst als jeugdvriendin, later, eind jaren zestig, als `dame du palais', de rang onder de grootmeesteres en boven de hofdame. Als ze spreekt over de Tweede Wereldoorlog, zegt ze `de laatste oorlog', als ze spreekt over Juliana zegt ze `prinsesje' of `prinses'. Het is haar de dagen na de dood van de prinses opgevallen dat het beeld van Juliana op de televisie en in de krant eenzijdig is: de koningin van het volk. Ze was geen gewone mevrouw. Hoe ze wel was, in haar kindertijd en daarna, wil mevrouw De Kanter vertellen, op voorwaarde dat zijzelf een bescheiden rol speelt in het verhaal. ,,Het gaat om de prinses'', zegt ze. Dat zijzelf de laatste getuige is van het hele leven van de prinses is voor haar een reden om mee te werken. Naast haar op tafel liggen drie fotoalbums: het rode, het groene en het grijze.

In de straten van Den Haag lagen kinderhoofdjes. Je hoorde van verre dat er een rijtuig aankwam en of het de groenteboer was of de bakker. De bakker had een handkar. Kachels werden op steenkool gestookt en toen die in de Eerste Wereldoorlog schaars was, stookten de Von Mühlens ballen van krantenpapier, geweekt in zout water. Jonkvrouw Miek von Mühlen kwam uit een gezin van vier. Haar vader, op foto's te zien met een steek op het hoofd, was adjudant en later secretaris van prins Hendrik. ,,Ze gingen wel eens samen op jacht en prins Hendrik kwam veel bij ons, een kaartspelletje spelen. Hij was hartelijk, vrolijk, aardig. Hij liep niet stevig en dat werd hem wel eens euvel geduid. Dan werd er gezegd dat hij altijd dronken was. Geen sprake van.''

Als koningin Wilhelmina haar liet bellen, werd ze opgehaald met een rijtuig en naar paleis Noordeinde gebracht. Ze liep langs de wacht, die een hoge rechte berenmuts droeg, met een hofdame naar de speelkamer. Ze moest beleefd `een knicksje' maken voor de koningin.

In de tuinen van paleis Het Loo speelde Miek eens `tegenkommertje', een soort krijgertje, met het prinsesje. De koningin zat met haar moeder te praten op een tuinbank. Toen holde haar jongste zusje naar hen toe en legde haar hand op de knie van de koningin. ,,Hè'', zei ze buiten adem. ,,Doen jullie nou ook mee?'' ,,Als iets ouder kind zag ik dat dat een heerlijk moment was voor de koningin'', zegt mevrouw De Kanter nu. ,,Ik dacht: wat goed dat ze dat gedaan heeft. Ze hebben niet meegespeeld hoor.''

Juliana was een `heel opgewekt kind'. ,,Iets heel kostbaars. Het was alles wat we hadden aan nageslacht van de Oranjes. Het was natuurlijk erg genoeg voor haar dat het prinsesje zo werd beschermd.'' Als Juliana het paleis verliet in een koninklijk rijtuig, stond iedereen langs de weg stil. ,,De hofdame in het rijtuig fluisterde dan steeds: `groeten, groeten'. En dan wuifde de prinses. Dat was heel moeilijk. Zo'n kind. Ik voelde bewondering en meeleven.''

Een zomer toen Miek buiten kwam spelen op landgoed De Horsten tussen Wassenaar en Den Haag of in de tuin van Huis ten Bosch, moest ze handschoentjes aan. ,,Iemand had bedacht dat de stelen van sommige bloemen giftig konden zijn. Prinsesje moest beschermd worden en wij kregen ook handschoentjes, anders was het zielig voor haar.''

Ze zongen veel samen, deden spelletjes als Jan Huygen in de ton en later Schipper mag ik overvaren. De beroemde zangpedagoog Catharina van Renes had vlak na de Eerste Wereldoorlog een zangklas van 25 kinderen op paleis Noordeinde. Koningin Wilhelmina gaf toestemming om de prinses met haar koor op te laten treden in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen in Den Haag.

Tijdens een volkszang, in een afgeladen volle zaal, stond Juliana, toen negen jaar, te zingen op het podium. ,,Zij was aan aandacht gewend, maar ik stond naast haar en ik vond het heel griezelig'', zegt mevrouw De Kanter. ,,Het was een groot succes. Al die kinderen met de prinses in het midden! Heel modern van de organisatie om dat in die tijd te durven vragen aan de koningin. Maar het kwam haar goed uit: zij wilde graag een entree hebben tussen het volk.''

Juliana zei altijd: onze vriendschap is ontstaan toen jij je been had gebroken. Miek was vijftien jaar toen ze op zomerkamp in Loosdrecht haar been brak. Tijdens een wedstrijdje hollen over de hei stortte zich bij de finish een meisje met het volle gewicht op haar been. Dat moest in het gips en de zomervakantie van de familie Von Mühlen dreigde te worden afgelast. De koningin kwam met een oplossing. ,,Als jullie het mij toevertrouwen'', zei ze tegen Mieks moeder ,,mogen wij dan voor haar zorgen?''

,,Dat was voor die tijd heel bijzonder'', zegt mevrouw De Kanter nu. Juliana en Miek waren ochtend, middag en avond bij elkaar op Het Loo. ,,We waren allebei nogal opgewekt van aard. We konden heel plezant samen praten. Niet over politiek, wel over vaderlandse geschiedenis, haar voorvaderen en zeehelden. In mijn tijd had je daar bewondering voor, daar trok je je een beetje aan op.

,,We hadden vaak dezelfde smaak, alleen kon zij ontzettend goed toneelspelen. Wij, het troepje erom heen, deden mee, maar we waren niet allemaal van die goede acteurs. We moesten ons best doen om niet steeds de slappe lach te krijgen.''

In het rode fotoalbum herinneren gedrukte programma's aan de zelfgeschreven toneelstukken De levende mummie en De gouden pantoffel (25 maart 1923), uitgevoerd door toneelgroep Achmajeem (de naam was samengesteld uit de eerste letters van de voornamen van de spelers), steeds met de prinses in de hoofdrol en haar vriendin in een bijrol. De uitvoeringen waren op Het Loo of op paleis Huis ten Bosch. Op de bijgeplakte foto's staat Juliana vastgebonden aan een kartonnen boom als bedreigde schone jonkvrouw.

In juni 1925 mocht Miek von Mühlen met de koninklijke familie mee naar Zwitserland. Ze werd tijdens die reis met de koninklijke trein zeventien jaar en zag voor het eerst in haar leven bergen. Van het Vierwoudstedenmeer bij Luzern reed het gezelschap omhoog naar de gletsjer Mer de Glace bij de Mont Blanc om uiteindelijk hoog in de bergen van Zermatt te eindigen. ,,Daar werden Juliana en ik bergziek.''

Foto's in het groene album laten de kastelen zien waar het gezelschap logeerde. Een wandeling door het dorp Chamonix, een ontbijt op het balkon. Onder de foto's staat HKH (de prinses), HM (de koningin), ZKH (de prins) MAR (Miek). De meeste foto's maakte Von Mühlen zelf met haar `kleine kiekkastje'. Een dorpsfotograaf legde verborgen achter een ijsblok de wandeling vast die de koninklijke familie met gidsen en hofdames maakte over de Mer de Glace.

In 1927 verliet Juliana het ouderlijk huis om in Leiden vaderlands recht en algemene geschiedenis te studeren. Met een hofdame en een huishoudster betrok ze een villa in Katwijk die de koningin voor haar had gehuurd. Drie vriendinnen, ,,een aardig troepje'', kwamen bij haar wonen. Miek von Mühlen was daar niet bij. Zij werkte als Rode-Kruishelpster in een Haagse volksbuurt.

Ze zagen elkaar op feesten, ze correspondeerden met elkaar op verjaardagen en met Kerstmis. Miek von Mühlen zag in kranten foto's van Juliana arm in arm met haar nieuwe vriendinnen. ,,Het studentenleven trok me niet'', zegt ze nu. De studie in Leiden zou een jaar duren, op verzoek van de prinses werd het drie jaar.

Ze was op enige afstand getuige van de plotselinge komst van Bernhard van Lippe Biesterfeld in 1936 in zijn rode twoseater. Een enorme optimist. Hij nam Juliana uit rijden. Ze was verliefd. Iedereen op het paleis was blij en opgelucht dat er getrouwd zou worden.

Zelf was Miek von Mühlen inmiddels mevrouw Hubert de Kanter geworden, echtgenote van een jurist, moeder van uiteindelijk zes kinderen. Drie zoons, drie dochters. Twee dagen voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kwam prinses Juliana bij haar op bezoek in Wassenaar. De hofauto stopte voor het grindpad, de prinses stapte uit en liep zelf naar de deur. In `een bakje' lag de pas geboren Irene. Beatrix liep naast haar.

Aan haar man, die als reserveofficier was gemobiliseerd, schrijft ze in een brief over het bezoek van Juliana. Beatrix had die dag voor het eerst een strik in haar haar. Ze vroeg aan de twee oudste zoons van mevrouw De Kanter: ,,Vind je me een groot kind?'' De jongens – die zelf al op school zaten – beaamden het.

In de oorlog was er geen contact. Via bekenden kwam het bericht dat de prinses weer een baby kreeg: Margriet. ,,We waren zo gelukkig als we iets hoorden van de koningin'', zegt mevrouw De Kanter nu. Toen prinses Juliana en haar gezin met twee oorlogsschepen de oversteek hadden gemaakt van Millford Haven in Wales naar Canada, riep de jonge mevrouw De Kanter door het huis: ,,De prinsesjes zijn veilig!'' ,,Daarna leek het of de zon doorbrak'', herinnert een van haar zoons zich. ,,De dagen die volgden op dat nieuws waren beslist vrolijker.''

,,Voor Juliana had het verblijf in Canada zeer grote minpunten, want Nederland was in oorlog'', zegt mevrouw De Kanter nu. ,,Maar ook grote pluspunten eerlijk gezegd, want de prinses was vrij en ze kon leven als een gewone mevrouw.'' Het gezin De Kanter moest in 1944 het Wassenaarse huis verlaten, omdat V1's en V2's in de buurt werden afgeschoten. Tot de bevrijding verbleef het gezin in Rotterdam.

Niet lang na de bevrijding ging in Wassenaar de telefoon. De prinses was teruggekeerd uit Breda, waar zij de laatste oorlogsmaanden in bevrijd gebied had doorgebracht. Zij nodigde Miek de Kanter en haar kinderen uit in het duinhuis De Ruige Hoek, achter de watertoren in Den Haag. Haar zoon herinnert zich dat bezoek als `zomers'. ,,In ons huis zat geen enkel raam meer. De Ruige Hoek leek op een karkas, maar was heerlijk na de oorlog. Van daaruit renden we naar het strand om te zwemmen.''

Juliana verhuisde naar Soestdijk, kreeg in 1947 prinses Marijke en werd in 1948 ingehuldigd als koningin. Aan het einde van de jaren zestig, toen het echtpaar De Kanter terugkeerde van een wintersportvakantie, ontving mevrouw de boodschap contact op te nemen met Soestdijk. Koningin Juliana had gehoord dat de familie een huis zocht op de Utrechtse heuvelrug.

De vraag was of Miek de Kanter dame du palais wilde worden. ,,Maar daar ben ik helemaal niet geschikt voor'', zei ze. ,,Ik wist niet wat ik hoorde. Een buitenstaander denkt: ze is in die contreien opgegroeid, dat gaat vanzelf, maar dat is niet zo. Het is een verplichting die op je pad komt. En ik dacht: iedereen kan het beter dan ik. Pas toen ik was begonnen, wist ik: `als het moet, kun je alles'.''

,,Wil je alsjeblieft een huis zoeken in de buurt van Soestdijk?'', vroeg de koningin. ,,We hebben toen onze huizenzoektocht beperkt tot de omgeving van Baarn'', zegt mevrouw De Kanter nu.

Wat hield die functie in, dame du palais? ,,Dat wist ik eigenlijk zelf niet en dat weet ik nog niet. Er zijn! Er moest altijd iemand bij de koningin zijn. En Juliana werd op de officiële reizen naar het buitenland vergezeld door leden van de hofhouding. Als je dienst had, ging je mee. Als je dienst had, kreeg de koningin alle aandacht en ik stond ergens op de achtergrond. Als je dienst had, was het geen kwestie van wel of geen vriendschap. Dienst is dienst. Maar gewoon onder elkaar denk ik wel dat we vrinden waren. Ze was een bijzondere vrind, beter kan ik het niet definiëren.''

De aanstelling bracht grote veranderingen in het leven van mevrouw De Kanter. ,,Tijdens mijn huwelijk had ik nooit een baan gehad.'' De koningin belde haar ook wel eens buiten de diensten op: `kom alsjeblieft een spelletje doen, want ik verveel me.' Of: `Ik ben alleen.' ,,We deden veel spellen altijd. Vooral Scrabble. Dat kon ze ontzettend goed, omdat ze zoveel woorden wist.''

's Zondags ging ze soms met Juliana naar de kerk. ,,Alleen gaan vond de koningin niet prettig.'' In de jaren zestig bij dominee Valeton in de Doopsgezinde kerk. Daarna naar de Vrijzinnige gemeente in Baarn en naar de Remonstranten in Bussum. ,,Juliana wilde per se niet bij iets horen. Een dominee moest haar aanspreken, maar de prinses moest er niet aan vastzitten. Juliana kon er niet tegen als iets voor haar werd bepaald.'' Over de Lockheed-affaire in 1972 herinnert mevrouw De Kanter zich één uitspraak van Juliana: ,,Als ze hem in de gevangenis stoppen, ga ik hem gewoon bezoeken.'' ,,De prinses stond pal achter Bernhard.''

Miek de Kanter-Von Mühlen is nooit afgetreden als dame du palais. ,,De prinses is op een gegeven moment minder gaan doen. We gingen wel naar Porto Ercole, maar officiële bezoeken waren er niet meer bij. Het kabbelde door. Je wordt alsmaar ouder. Voor de prinses werd het een heel ander leven. En ik was er gewoon altijd.''

De laatste weken voor de dood van de prinses is mevrouw De Kanter nog bij haar op bezoek geweest. ,,Contact was niet meer mogelijk. Juliana was al langer onbereikbaar.'' Ze zal de bijzetting aanstaande dinsdag niet bijwonen. Lichamelijk is ze er niet toe in staat. ,,Ik zit dan aan de buis, dan beleef ik meer dan als ik er ben. Afgelopen zondag heb ik afscheid genomen. Dat was heel persoonlijk en dierbaar.''

Prins Hendrik kwam veel bij ons, een kaartspelletje spelen

Een dominee moest haar aanspreken, maar de prinses moest er niet aan vastzitten

Beatrix vroeg aan de jongens: Vind je mij een groot kind?