Juliana bleef zoekende, haar hele leven

Formeel is het hof Nederlands-hervormd, maar prinses Juliana geloofde in reïncarnatie en had van huis uit een zeer brede spirituele belangstelling.

. Ook al heeft ze vier kinderen opgevoed, was ze tweeëndertig jaar koningin van Nederland en voor velen een symbool van menselijkheid, prinses Juliana vond dat haar taak op deze wereld nog niet was volbracht. Vurig hoopte ze dat ze haar na haar dood nog een betekenisvolle rol zou kunnen vervullen. In een nieuw leven.

Prinses Juliana geloofde in reïncarnatie, zo zeggen diverse theologen die de afgelopen decennia een rol heben gespeeld bij haar geestelijk leven. ,,Ze liet zich inspireren door een spirituele visie op het hiernamaals'', zegt Aart van Lunteren, predikant bij de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap in Baarn. Op Soestdijk sprak hij met haar over hiernamaals en reïncarnatie. ,,Ze bezon zich op de eindigheid van het bestaan, maar niet uit angst. Ze had een levenshouding van vertrouwen.''

Ze stapte buiten de grenzen van het christendom. De vraag is of dergelijke esoterische gedachten een rol zullen spelen in de uitvaartdienst dinsdag in Delft. Aan de remonstrantse predikante Welmet Hudig zal het niet liggen. Zij staat ,,heel open voor nieuwe vormen van spiritualiteit'', aldus haar voormalige collega Erik Cossée uit Rotterdam.

Juliana was zoekende, haar hele leven. Officieel zijn de Oranjes Nederlands-hervormd. Maar ook haar ouders, koningin Wilhelmina en vooral prins Hendrik, namen achter de façade van de officiële leer geen genoegen met de protestantse dogma's. ,,Juliana had die trek naar esoterie van haar vader'', zegt professor Gilles Quispel, emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis, expert op het gebied van de gnostiek en sinds de jaren vijftig een kennis van Juliana. ,,Hij vertelde haar over Bô Yin Râ,'' aldus Quispel. Hendrik had deze van oorsprong Duitse mysticus in Zwitserland ontmoet en raakte zoals velen in diens ban. Bô Yin Râ predikte een reïncarnatieleer en beweerde contacten te hebben met andere planeten. Het geloof in reïncarnatie zou er bij Hendrik ook mede toe hebben geleid dat hij in het wit begraven wilde worden, een voorbeeld dat door Wilhelmina werd gevolgd. In het wit op weg naar een nieuw leven, een beeld dat natuurlijk ook strikt christelijk kon worden geïnterpreteerd.

Voor de buitenwacht bleef het hof gewoon Nederlands-hervormd, met tot aan de oorlog een officiële hofpredikant. Nadat Juliana in 1948 koningin was geworden, liet ze de hervormde façade een beetje zakken en bezocht ze regelmatig de doopsgezinde gemeente in Baarn. Een piepklein kerkje met honderd zitplaatsen. Daar stond in die dagen de vrouwelijke predikante Ans Meerdink-van der Ban, die zij kende uit het Leidse studentenleven. Soms kwam ook haar moeder Wilhelmina mee. Behalve actief, enthousiast en sociaal voelend was Meerdink volgens Frits Groeneveld - tegenwoordig predikant van die gemeente - net als vele andere Doopsgezinden ook pacifistisch.

[vervolg PACIFISME: pagina 3]

PACIFISME

Katholiek priester leidde bijbelclub Juliana

[vervolg van pagina 1]

Bij het beeld dat Juliana pas in de jaren vijftig pacifistische ideeën ontwikkelde onder invloed van de gebedgenezeres Greet Hofmans, stelt Groeneveld dan ook vraagtekens. Ze had al kennis gemaakt met het pacifisme van de doopsgezinden. Professor Quispel kan nog boos worden als hij denkt aan minister Stikker van Buitenlandse Zaken en zijn ambtenaren die zich inhoudelijk bemoeiden met de toespraak die Juliana in 1952 voor het Amerikaanse Congres hield over coëxistentie en ontwapening. ,,Macho's en biermagnaten die zich vermeten aan de heilige overtuiging van een zeer intelligente vrouw!''

Quispel zelf werd op 29 mei 1954 aan het Oude Loo in Apeldoorn uitgenodigd op een bijeenkomst om een lezing te houden. Samen met zijn vrouw trof hij behalve Juliana een gezelschap aan van bankier Pierson, een dokter Fentener van Vlissingen, barones Van Heeckeren van Molecate. Onder de sprekers bevond zich volgens Quispel luchtmaarschalk Lord Dowding die de Battle of Britain had gewonnen en hier sprak over de landing van buitenaardse wezens in Californië. Ook Greet Hofmans was aanwezig, maar die zei niets. Later organiseerde Quispel op Soestdijk nog twee keer soortgelijke bijeenkomsten waar hij onder meer Gershom Scholem, kenner van de joodse mystiek, uitnodigde om te spreken. Aanwezig waren veel rijke mensen uit Baarn, vaak lid van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap aldaar. Over politiek werd niet gesproken, aldus Quispel.

De uitkomst van de `Greet Hofmans-affaire' betekende het einde van dergelijke bijeenkomsten op Soestdijk. Het hof werd gereorganiseerd, Juliana verbrak het contact met de gebedsgenezeres, en ze zocht weer toenadering tot prins Bernhard. Toch was haar grote belangstelling voor het spirituele allerminst geknakt, zo zou later blijken: ,,Je kunt een leeuwin wel in een kooi opsluiten, maar je kunt haar niet temmen'', zegt Quispel.

Koningin Juliana bleef verkeren in kringen van doopsgezinden. Volgens Groeneveld heeft ze in die jaren ook aanzienlijke giften overmaakt aan de landelijke doopsgezinde vredesgroep met een radicaal pacifistische traditie. Van de kerk in Baarn bleef ze bezoeker, ook toen dominee Meerdink werd opgevolgd door H.C. Valeton ,,een beau garçon die in de smaak viel van Baarnse dames'', aldus Groeneveld. Maar ook vrijzinnig, zo weet een vriendin van Juliana nog. Ze gingen samen naar de kerk. ,,Ja, dat spraken we dan af. Gaan we morgen, of niet? Prins Bernhard ging alleen met Kerstmis.'' Dominee Valeton had groot succes: ,,Omdat hij gewone taal sprak, blij was als het mooi weer was en dat ook in het gebed liet doorklinken'', aldus de vriendin.

Contacten waren er ook met de katholieke kerk, waar prinses Irene bij haar huwelijk toe is overgegaan. Op een witte donderdag rond 1980 belde prinses Irene hem op, herinnert de progressieve pater G. Oostvogel uit Bilthoven zich. Ze vertelde hem dat ze in Baarn naar de mis was geweest en dat de pastoor haar bij de communie had overgeslagen omdat ze een gescheiden vrouw was. Of pastor Oostvogel dat ook zou doen als ze naar zijn kerk zou komen. Natuurlijk niet, was zijn antwoord en er ontstond een hechte vriendschap tussen beiden. Een vriendschap die Oostvogel ook op Soestdijk bracht. Daar had Juliana inmiddels een tweewekelijks bijbelclubje op de dinsdagmiddag met een aantal dispuutsvriendinnen uit Leiden en jeugdvriendin mevrouw De Kanter. ,,Juliana wilde per se niet bij iets horen. Een dominee moest haar aanspreken, maar de prinses moest er niet aan vastzitten'', aldus De Kanter. Oostvogel werd gevraagd het clubje te leiden, hetgeen strikt geheim moest worden gehouden: ,,Denkt u eens in, een hervormde bijbelclub met een katholieke priester'', zegt Oostvogel. De priester leidde ook een dienst in zijn parochie in Bilthoven voor de Eerste Communie van de drie kinderen van Irene. De hele koninklijke familie, behalve Beatrix en Claus, ging mee ter communie. Toen Juliana in 1998 bij het huwelijk van prins Maurits ter communie ging, leidde dat nog tot een rel. Maar toen was er televisie bij. Oostvogel is boos op kardinaal Simonis die dat deze week nogmaals aan de toenemende verwardheid van de prinses toeschreef. ,,Onzin, het was een bewuste keuze.''

Met het bijbelclubje behandelde Oostvogel diverse boeken: Geliefd is de mens, een boek over de joodse principes van vrijheid, vieren en vreugde. ,,Daar was ze gek op.'' Of het werk van de 15de eeuwse bisschop Nicolaas van Cusa onder de titel Docta Ignorantia, geleerde onwetendheid. ,,Dat sprak haar geweldig aan en pastte ook erg bij haar denken: Je kunt niet de waarheid bezitten, dat was zo wezenlijk voor haar.'' Maar de dames bespraken ook Lessen voor Levenden van Elisabeth Kübler-Ross over het sterven. Daarin wordt beschreven dat mensen vanuit agressief verzet tegen de dood in fases kunnen komen tot een soort overgave. Oostvogel: ,,Ik kon daar niet in mee gaan, maar Juliana geloofde in reïncarnatie. Dat was helemaal haar visie. Ze is altijd een zoekende vrouw geweest. Ze was niet tevreden over welke dogmatische godsdienst dan ook. Ze vond inspiratie ook uit het hindoeïsme en het boeddhisme. Daar wordt het eerste leven meer gezien als een soort zuiveringsproces. Zo kun je een steeds volmaakter mens worden.'' Het geloof in reïncarnatie wordt bevestigd door dominee Hetty de Groot van de Evangelische Broedergemeente in Zeist die het bijbelclubje van Oostvogel na twee jaren overnam en zondag in het tv-programma Kruispunt verklaarde: ,,Ze hoopte met heel haar hart dat ze een echte taak zou krijgen na haar sterven.''

Juliana is nog tot diep in 2000 of 2001 kerken in de omgeving van Soestdijk blijven bezoeken. Diverse kerkgenootschappen, vooral van vrijzinnig protestantse signatuur. Bij Aart van Lunteren in de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap in Baarn: ,,Ze vond het leuk als je in de liturgie afweek van de gebaande paden. Bij een doopdienst hielden we een soort processie door de kerk. Zij was de eerste die zich aansloot. Ze nam deel aan meditatieve diensten en ik heb haar vaker een sacrale dans zien maken.''

Ze kwam ook bij Willemien Van Veen-de Graeff, predikante van de remonstrantse gemeente in Bussum, zeker nog tot 2000. ,,Veel mensen hebben het misschien niet eens doorgehad dat de prinses er was. Ze ging graag achterin zitten, met een hofdame, in het vak bij de kinderen. Toen ze wat minder zag, ging ze wat meer naar voren en vroeg wel eens hulp aan iemand naast haar.'' Na afloop maakte ze altijd even een praatje en reageerde op de preek: ,,Of over de uitleg van het bijbelverhaal, dat moest bijbels verantwoord zijn. Of over de actualiteit. Ze wilde dat de preek in volheid op die actualiteit betrokken was. Geen volstrekt abstracte analyses.''

Professor Quispel kwam Juliana voor de laatste keer tegen bij een bijeenkomst van de antroposofische vereniging over karma en reïncarnatie in 1995. Daar was ze samen met een vriendin met wie ze kibbelde: ,,Je moet me niet zo betuttelen'', zei ze. Ze bleven de hele dag, boterhammetje mee, banaantje. Quispel herinnert zich dat Juliana doodsbang was voor de pers. Die moesten er geen lucht van krijgen dat ze dit soort bijeenkomsten bijwoonde.

m.m.v. Jutta Chorus.