IPO en de waterlanders

Veel bedrijven zinnen weer op een `initial public offering' (IPO), zoals een beursgang in het jargon heet. Maar de laatste tijd mislukten er in Europa even veel beursintroducties als er slaagden.

Hoe is de stemming op de aandelenbeurzen op dit moment? Dat is af te lezen aan tal van waarderingsmaatstaven, maar een van de meest veelzeggende is de trek die beleggers hebben in nieuwe aandelen. Aan het eind van de jaren negentig resulteerde de irrationele uitbundigheid op de financiële markten in een carnaval van beursgangers. De ene introductie van het piepjonge nieuwe-economiebedrijfje zonder uitgewerkt plan was nog niet achter de rug, of de andere volgde. Daarna volgde, met het barsten van de zeepbel, een lange stilte – behalve dan in de rechtbanken.

Toen de internationale beurzen in de loop van 2003 weer wat opkrabbelden, keerden ook de eerste tekenen van leven terug op de IPO-markt. IPO staat voor initial public offering, de introductie van een nieuw fonds op de beurs. In China, waar de beurzen weinig last hadden van het spatten van de internetzeepbel, is het aantal introducties fors opgelopen. Dat culmineerde december vorig jaar in de beursgang van China Life, een van een staatsbedrijf afgesplitste levensverzekeraar. Beleggers stonden als vanouds in een lange rij.

Ook in Europa nam het animo toe. Maar in de afgelopen week bleek dat het leven nog niet overal is teruggekeerd. Maandag was de introductie van het Belgische telefoniebedrijf Belgacom. Dat leek, zo op het eerste gezicht, een riskante operatie omdat juist de telecommunicatiesector een behoorlijke reputatieschade leed in de nasleep van de jaren negentig. Maar Belgacom was toen al anders. Het deed niet mee aan de orgie van fusies, overnames en miljardeninvesteringen waar de concurrenten (KPN) zich in lieten meeslepen. Daarom stond het er 2,5 jaar geleden zo goed voor dat het, hoewel veel kleiner, op vrijwel gelijkwaardige voet bijna met KPN fuseerde.

Beleggers beschouwen, zo stellen Britse analisten, Belgacom eerder als een traditioneel nutsbedrijf zonder al te veel risico, en de beursgang verliep maandag dan ook meer dan voorspoedig. Gisterochtend werd bekend dat Belgacom ook zijn green shoe-optie uitoefent. Dat is het recht om extra aandelen op de markt te brengen.

Die voorspoed ging aan andere recente Europese beursgangers voorbij. Vorige week stelde het Duitse high-techbedrijf X-Fab zijn beursgang uit wegens te slechte marktomstandigheden en wegens ontevredenheid bij beleggers over uitstel van het prospectus. Deze week kreeg de Duitse markt een nieuwe schok te verwerken toen het chip-bedrijf Siltronic zijn woensdag geplande IPO eveneens uitstelde. De marktomstandigheden waren, zo heette het, verslechterd: beleggers hadden na de aanslagen in Madrid van 11 maart ook nog eens de aanslag op Hamas-leider Sjeik Yassin van maandag te verduren, en haakten af. Tussendoor was er de herintroductie van het Ierse telefoniebedrijf Eircom, dat drie jaar geleden door onder meer George Soros van de beurs werd gehaald en vorige week vrijdag werd geherintroduceerd. De aandelen van Eircom doken onder hun introductieprijs. De beursgang kan daarom niet echt als geslaagd worden beschouwd. Er was echter ook succes: het Zweedse cosmeticabedrijf Oriflame ging woensdag naar de beurs, en sloot zijn eerste handelsdag af met een keurige koerswinst van 10 procent.

Waarom slagen Oriflame en Belgacom wel en de rest niet? Dat heeft, naast het karakter van de bedrijven zelf, alles te maken met de hogere kunst van het prijsstellen, waarbij de begeleidende banken de hoofdrol spelen. Wie te veel vraagt voor de aandelen, riskeert dat er te weinig animo is, of dat de beurskoers instort na de introductie. Dat laatste is voor het beursgaande bedrijf niet direct een probleem, maar doet schade aan de reputatie en kan verhinderen dat een toekomstig beroep op de kapitaalmarkt minder soepel verloopt.

Wie te weinig vraagt doet zijn verkopende aandeelhouders en het eigen bedrijf zelf te kort: er had meer binnengehaald kunnen worden. De koers schiet vervolgens omhoog, en beleggers hebben dan de neiging om die direct te verzilveren. Daardoor riskeert het bedrijf dat het na verloop van tijd niet de stabiele aandeelhouders heeft waarop werd gehoopt, maar een horde speculanten die de koers alle kanten uit sturen.

Belgacom en Oriflame blijken uitstekend te zijn geprijsd, en dat scheelt veel. IPO's zijn hoe dan ook terug, en er is zelfs sprake van een pijplijn. De Duitse Postbank liet juist deze week weten om in plaats van in de herfst al in juni van dit jaar naar de beurs te willen. Voor de bank is het te hopen dat de beurzen dan weer rustiger zijn, en andere beursgangers de sfeer in de tussentijd niet verpesten. Dat geldt vooral voor China, waar meer dan tien bedrijven op de rol staan voor een IPO.

China Life, het fonds dat in december nog voor zoveel enthousiasme zorgde, is daarbij een voorbeeld hoe het niet moet: het aandeel steeg eerst als een raket, maar zakte daarna in toen bleek dat er boekhoudkundige onregelmatigheden zijn ontdekt van omgerekend meer dan een half miljard euro bij de rechtsvoorganger van het bedrijf. Het zal niet verbazen dat de eerste Amerikaanse advocaten zich al hebben gemeld.