Het Spaanse heuvelland van El Cid, Lucebert en...

Met het boek van Cervantes in haar tas reisde Godeke Donner Don Quijote achterna. Ze trof er schilderkunst en kastelen met jacuzzi's.

`In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, leefde niet lang geleden zo'n edelman met een lans in zijn wapenrek, een antiek leren schild, een magere knol en een hazewind.' Zo begint Cervantes zijn verhaal over Don Quijote de la Mancha, de komisch-tragische edelman die met zijn schildknaap Sancho Panza de wereld intrekt, windmolens bevecht en een hopeloze liefde koestert voor zijn droomvrouw Dulcinea.

Het landschap waarin zich deze avonturen afspelen, is te vinden even ten zuiden en oosten van Madrid. Behalve Segovia, Toledo, Aranjuez en El Escorial, de toeristische topbestemmingen in die omgeving, is La Mancha het bezoeken meer dan waard – vooral nu de streek dankzij een niet lang geleden geopende snelweg naar Guadalajara uitstekend te bereiken is.

Onderweg in de richting van het stuwmeer Buendia biedt de route naar het hooggelegen stadje Sacedon mooie vergezichten. Vandaar is het nog geen uur rijden naar Cuenca, dat zijn faam te danken heeft aan de huizen die zich naar voren lijken te storten boven de rivier de Huécar. Bij binnenkomst voert de route door het lawaaiige, moderne Cuenca omhoog naar het oude stadsgedeelte waar zich de parador bevindt, een fraai hotel dat in een voormalig klooster is gevestigd. Er is volop parkeerruimte en gelegenheid om vanuit de kloostergangen het zicht op de hangende stad te bewonderen. Wie geen last heeft van hoogtevrees, neemt de loopbrug die naar de oude stadskern leidt waar zich de hangende huizen bevinden.

LUCEBERT

Er is een leuk museum van moderne kunst in een van deze huizen gevestigd, maar het loont ook de moeite voorbij de Plaza Mayor door de nauwe straatjes omhoog te klimmen naar de Fundación Antonio Pérez, een kunststichting die onderdeel uitmaakt van de lokale universiteit. Antonio Pérez is een zeventigjarige kunstenaar die in de loop van zijn leven met vele schilders vriendschap sloot. Naast het werk van zijn landgenoten Tápies, Barceló, Saura en anderen zijn in deze privé-collectie ook werken te zien van internationale schilders en beeldhouwers, onder wie enkele Nederlanders. De grote verrassing bevindt zich op de tweede verdieping van het oude kloosterpand, waar een prachtige verzameling schilderijen en tekeningen van Lucebert hangt. De Nederlandse Cobra-schilder en dichter woonde tot zijn dood in 1994 in Jávea aan de Spaanse oostkust. Pérez en Lucebert ontwikkelden een warme vriendschap. Als bewijs daarvan stelde Tonny, de weduwe van Lucebert, een deel van Luceberts werk ter beschikking aan Pérez kunststichting.

Er zijn heel wat redelijk ogende restaurants in het oude gedeelte van de stad, maar Antonio Pérez verwijst resoluut naar tapasbar La Ponderosa in de nieuwe stad beneden. In olijfolie gesudderde paddestoelen, aspergepunten van minstens vijf centimeter doorsnee, knoestige tomaten, opengesneden en met knoflook besproeid, open streekwijn – alles smaakt er naar goud.

Langs het volgende stuwmeer leidt de weg naar Alarcón, een dorpje dat met zijn oude kasteel als boegbeeld oprijst uit de immense vlakte. In het kasteel is een parador gevestigd. Het gewelf bevat een in Middeleeuwse stijl uitgevoerd restaurant met in de toren erboven veertien kamers, elk met één klein raam dat niet meer is dan een lichtgat. De huidige luxe in de kamers bestaat onder andere uit verwarmde vloeren en jacuzzibaden.

ENGELTJES

Op een uur rijden in westelijke richting bevindt zich kasteel Belmonte. Markies de Villena liet het in 1456 bouwen ter verdediging en als paleis. Binnen de wal met negen torens is het kasteel goed te bezichtigen, zij het op eigen risico omdat het hier en daar zichtbaar op instorten staat. Het houtwerk van de plafonds en muren is voorzien van prachtige Escher-achtige motieven. Het kasteel is in 1969 het decor geweest voor de film El Cid met Charlton Heston en Sofia Loren.

De oude handelsnederzetting Almagro is een aantrekkelijk stadje met witte laagbouw. De Plaza Mayor bestaat uit een langgerekt rechthoekig plein, omzoomd door huizen op pilaren die mintgroene balustrades dragen. Hieraan ligt ook een zestiende-eeuws theater, de Coral de Comedias, waar rondtrekkende theatergezelschappen opvoeringen gaven. Ertegenover staat het Theatermuseum dat een enorme verzameling kledingstukken en andere theaterattributen huisvest. Koning Juan Carlos en Koningin Sofia, of `Los Reyes' zoals ze hier worden genoemd, openden het gerenoveerde museum op 4 februari dit jaar. In zijn soort is het 't grootste in Spanje.

Even achter het plein bevindt zich een groot Franciscaner klooster waar de parador met zijn veertien patio's een labyrint vormt voor zijn nietsvermoedende gasten. In de hal wordt de hotelgast getrakteerd op een demonstratie van het regionale ambacht kantklossen. De witgesausde muren zijn beschilderd met trompe l'oeils en met engeltjes die de dolende gast de weg moeten wijzen. In de trapgaten hangen handgeweven reproducties van antieke wandkleden met bijbelse motieven.

De noordelijke route terug naar Madrid voert langs Consuegra, het hart van La Mancha. Nergens komt het Don Quijote-landschap beter tot uitdrukking. Een rij windmolens op een heuvelrug staat naast een twaalfde-eeuws kasteel, dat deels is gerestaureerd. Veel Madrileense families maken hier een zondags uitstapje en nemen als souvenir een plastic zakje met saffraan mee dat uit de lokale bloemen wordt gewonnen.

EI MET BONEN

In herbergen in La Mancha, die niet zelden Mesón de Don Quijote heten, worden in op hout gestookte ovens streekgerechten bereid als `Pisto Manchego' (een soort ratatouille van lokale groenten zoals tomaat, paprika en aubergine) of een jachtschotel van gestoofde patrijzen. Maar we kunnen ook in de sfeer van het boek blijven en Duelos y Quebrantos bestellen; dat gerecht uit de Quijote komt op elke menukaart in La Mancha voor.

Het heeft vertalers van Cervantes van oudsher beziggehouden hoe dit ondefinieerbare gerecht, dat het zaterdagse kostje van Don Quijote vormde, genoemd moet worden. De uitdrukking betekent letterlijk zoiets als `Pijn en Smarten'. Maar in de voetnoten bij haar recente Nederlandse vertaling vertelt Barber van der Pol dat in oudere vertalingen voor `eieren met spek' werd gekozen – volgens de Spaanse opvatting bestaat het gerecht uit roerei met bruine bonen, plakken aardappel, worstjes en inderdaad veel spek. Alleen eet je in elk restaurant een andere Duelos y Quebrantos. Het kan worden geserveerd in de vorm van een vuurvast schaaltje waarin capucijners, tomaten, worst en een rauw gestort ei zijn gemengd, maar het kan ook een kluts zijn van gebakken ei, bonen en spek – of elke mogelijke variant van bovenstaande ingrediënten. Of we hetzelfde eten als Don Quijote zelf, blijft dus uiteindelijk een raadsel.