Harvard in Nederland is niet haalbaar

Sijbold noorda stond gisteren niet op de Dam. Studenten van zijn eigen universiteit, de Universiteit van Amsterdam, vroegen hem vergeefs mee te demonstreren tegen de plannen van de liberale staatssecretaris Nijs.

``Deze plannen zijn te vaag om te bestrijden, die eer gun ik ze niet'', zegt Noorda op zijn werkkamer in het Amsterdamse Maagdenhuis. Yvonne van Rooy, vorige maand aangetreden als voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, is voor dit gesprek op bezoek bij haar Amsterdamse collega. Ook zij maakt zich geen grote zorgen over de plannen van Nijs: ``Ik deel de overtuiging dat de universiteiten een sterke rol moeten spelen in de kennisinfrastructuur, maar de uitwerking van de uitgangspunten is nog niet duidelijk.''

Het is te vroeg voor de barricades, menen de twee collegevoorzitters. Ondertussen zijn ze het er wel over eens dat een kernpunt uit de plannen onuitvoerbaar is: de zogenoemde prestatieafspraken. Nijs wil dat onderwijsinstellingen zich verbinden aan `landelijke ambities' en binnen een paar jaar bepaalde doelen halen: meer vrouwelijke hoogleraren bijvoorbeeld, of meer promoties. Vanaf 2006 worden de bereikte resultaten per instelling openbaar. Falen heeft geen financiële consequenties. De enige sanctie is de openbaarheid. Nijs denkt dat studenten instellingen die slecht presteren zullen mijden.

Van Rooy: ``Dat je dit soort ambities na een paar jaar in één cijfer zou kunnen vatten is een illusie. Dit zijn processen die veel langer nodig hebben, en die je nauwelijks op een objectieve manier kunt meten.''

Noorda: ``Het zal niet werken. Het resultaat van die ambities is niet te meten. Je kunt er alleen naar streven. Ik probeer het studierendement te verbeteren, te internationalisen en meer samen te werken met het bedrijfsleven. Maar het resultaat kan ik niet garanderen, want er zijn meerdere partijen bij betrokken. Andere Europese universiteiten, het bedrijfsleven, ze moeten maar net mee willen werken.''

Al die grafiekjes van het ministerie, daar schieten we geen mallemoer mee op. Volgens Nijs is het rendement van Nederlandse studenten te laag, ze haken meer af dan elders. Maar in internationaal perspectief scoren we juist goed: vanaf de instroom verlaat na acht jaar 85 procent het hoger onderwijs met een diploma. Het moet korter kunnen, goed, laten we daar naar streven. Onze score aan promoties vergelijken met Duitsland is onzin, want Duitse proefschriften hebben een heel andere status. Wanhoop over ons systeem zou Nijs niet moeten hebben.''

``Al die dingen die in de plannen worden genoemd streven we met z'n allen al na. Daar hebben we geen prestatieafspraken voor nodig.''

Van Rooy: ``Dat we gedwongen worden om onze ambities expliciet te maken vind ik winst. Ik heb er ook geen moeite mee om meer verantwoording te moeten afleggen over wat we doen dan voorheen. Maar als we afspraken gaan maken over prestaties, dan moet het wel tweezijdig. Dan verwacht ik ook iets van de overheid. Doe dan eindelijk iets aan de hoge bedragen die buitenlandse onderzoekers moeten neerleggen als ze naar Nederland willen komen.

``Nijs gaat uit van de veronderstelling dat het Nederlandse hoger onderwijs op veel punten tekort schiet, dat er van alles hersteld moet worden. Laatst publiceerde The Economist, een onverdachte bron, een vergelijkend onderzoek naar hoger onderwijs in Europa. Conclusie: Finland en Nederland hebben modern hoger onderwijs, en de instellingen worden er het best bestuurd. Ik vind het jammer dat er in Nijs' plannen niets doorklinkt van trots over wat we hier bereikt hebben.''

Noorda: ``De nadruk ligt te veel op streven naar de top. Harvard in Nederland, dat is absolute flauwekul. Wie dat zegt heeft geen flauw idee hoe zo'n schatrijke universiteit werkt. Het private fonds van Harvard is twee keer zo groot als de totale omzet van alle Nederlandse universiteiten bij elkaar. Alleen op Europese schaal zou zoiets kunnen.''

Van Rooy: ``Altijd die vergelijking met de Verenigde Staten, daar moeten we vanaf. Een typisch Nederlandse houding is het: het gras bij de buurman is altijd groener.''

Noorda: ``In plaats van ons blindstaren op Amerika moeten we ons meer richten op Europa. Het gaat niet goed met de universiteiten in Engeland, Duitsland, Frankrijk. Wij zijn organisatorisch heel sterk, we zijn qua universiteiten het Real Madrid van Europa. Wat we nodig hebben is visie en geld, pas dan kunnen we echt mee gaan doen in de Europese kennissamenleving.''