Groei economie China kan niet standhouden

,,We hoeven Gulliver alleen maar te ontketenen'', meent Heinrich von Pierer. De topman van Siemens betoogt in het Duitse weekblad Wirtschaftswoche dat innovatie in Duitsland meer gebaat is bij meer vrijheid dan bij meer gelijkheid. Ook denkt hij dat ,,het begunstigen van elites niets met geld van doen heeft'', maar wel met meer autonomie voor het hoger onderwijs. Maar wil Duitsland wetenschappelijk en technisch blijven meedoen in de top, dan moet het volgens het blad meer uitgeven aan wetenschappelijk onderzoek.

Het is nog niet te laat, want Duitsland doet nog volop mee, schrijft het blad trots. Gerekend naar het aantal internationale octrooiaanvragen per jaar staan er vier grote Duitse ondernemingen bij de toptwaalf: Siemens, Bosch, BASF en Infineon, waarvan de topman gisteren om onopgehelderde redenen plotseling is vertrokken. Maar dat is niet genoeg, want afgezien van geldgebrek is het op de markt brengen van nieuwe vindingen het grootste probleem. Het gevolg is dat Duitsland op het gebied van informatietechnologie, en bio- en genentechnologie terrein verliest aan de Verenigde Staten, de Skandinavische landen en de opkomende economieën in Azië, constateert het blad.

Daarom adviseert het Duitse maandblad Finanzen zijn lezers om hun geld niet in Duitsland, maar in Azië te beleggen. In een lofzang op de ontwikkelingen in Azië stelt het blad vast dat 54 procent van de bevolking in India jonger is dan 25 jaar. Dat betekent ,,een gestage stroom aan nieuwe arbeidskrachten, terwijl Europa op dit moment al ingenieurs tekortkomt''. Daarnaast stijgt de productiviteit snel: ,,Iedere in China of India geïnvesteerde dollar brengt duidelijk meer winst op dan investeringen in de huidige industriestaten'', zo citeert het blad Jim O'Neill, economisch onderzoeker bij de investeringsbank Goldman Sachs.

Maar dat is niet het hele verhaal. Zo is er in China een acuut risico op heftige beursschommelingen. ,,De dramatische stijging van de grondstofprijzen in 2003 en van de aandelenprijzen in Chinese ondernemingen heeft alle kenmerken van een luchtbel'', meent Stephen Roach van de concurrerende investeringsbank Morgan Stanley. Hij vindt dat veel investeringen in China op de verkeerde plek terechtkomen en waarschuwt voor te veel optimisme.

Een goede reden om zijn waarschuwing ernstig te nemen is de relatie tussen China en Taiwan. Want, schrijft het Amerikaanse weekblad BusinessWeek, als de pas herkozen Taiwanese president Chen Shui-bian zijn beleid voor meer formele onafhankelijkheid voortzet, zou dat gemakkelijk kunnen leiden tot oorlog met de volksrepubliek China. Het blad denkt echter dat het niet zo ver zal komen omdat het Taiwanese bedrijfsleven andere belangen heeft. Meer dan 60 procent van de Taiwanese technologieproductie vindt plaats op het Chinese vasteland. En gedurende Chens eerste ambtstermijn is de Volksrepubliek China Taiwans grootste exportmarkt geworden.

Er is weinig twijfel over dat China Amerika's belangrijkste handelspartner is geworden in plaats van Japan. Juist dat is de reden, meent het Britse weekblad The Economist, waarom de Amerikanen bij de WTO, de Wereldhandelsorganisatie, protest hebben aangetekend tegen China's BTW op halfgeleiders. Daarmee, zo luidt de klacht, zou China buitenlandse producenten discrimineren. Volgens het blad is het Amerikaanse protest bedoeld om uit te zoeken in hoeverre de Chinezen bereid zijn zich aan de spelregels te houden. Niet alleen de Amerikaanse techneuten maken zich boos over China's mentaliteit, maar ook Amerika's grootste vakbond AFL-CIO. De Amerikaanse vertegenwoordiger bij de WTO, Robert Zoellick, zal ook die klacht aanhangig maken. Deze houdt onder andere in dat de Volksrepubliek China werknemers belet om zich te organiseren en vakbondsleiders het werk onmogelijk maakt.

Na Saoedi-Arabië is China de grootste risicofactor in de wereld, zegt Ian Bremmer in gesprek met het Amerikaans beursweekblad Barron's. Bremmer is president van Eurasia Group, een adviesbureau dat is gespecialiseerd in onderzoek naar de invloed van politiek op economie. Het grootste probleem is volgens hem dat de gemiddelde investeerder zulke hoge verwachtingen koestert: ,,iedereen heeft het over de enorme groei in China, maar wij onderzoeken wat China uitgeeft aan de infrastructuur''. En dat gebeurt zo weinig dat een groei van 7 tot 9 procent niet vol te houden is, concludeert Bremmer: ,,Wall Street doet economische voorspellingen voor periodes van tien of soms zelfs vijftien jaar maar bagatelliseert de grote politieke onderwerpen.'' Als voorbeeld noemt Bremmer de landbouwhervormingen waardoor honderd miljoen Chinezen naar de stad zullen trekken, waar de werkloosheid wacht. Hij betwijfelt of het huidige politieke systeem wel is opgewassen tegen dergelijke enorme problemen. Chaos zal het misschien niet worden, maar economische stagnatie ligt wel voor de hand.

,,Stagnatie zit in het hoofd'', meent het Duitse weekblad Die Zeit. Op de vraag hoe je daar vanaf komt, zegt de Duitse minister van financiën Hans Eichel: ,,Door opheldering.'' Natuurlijk, 80 miljoen Duitsers exporteren meer dan 290 miljoen Amerikanen of 120 miljoen Japanners. Maar ze moeten ook begrijpen dat ze niet langer zoveel schulden kunnen maken. En natuurlijk is economische groei hard nodig, maar de Duitsers moeten volgens Eichel ook beseffen dat Duitsland een van de laagste geboortecijfers ter wereld heeft. Dat betekent dat ,,we massaal moeten investeren in de volgende generaties''.