Grieks-orthodoxe kerk hoeft niet bang te zijn voor Apollo

Bij de ceremonie voor het aansteken van de Olympische Vlam donderdagmiddag voor de Hera-tempel van Olympia ontbrak de kerk. Dat is iets heel bijzonders, want haar hoogwaardigheidsbekleders zijn in ruime mate aanwezig bij alle plechtigheden in Griekenland: politieke, educatieve, wetenschappelijke en vooral ook militaire. De orthodoxe kerk is hier nu eenmaal staatskerk, zij kan en wil nergens bij weg blijven.

Maar de Vlam is een apart geval. Daar wordt Apollo bij aangeroepen als `God van de Zon en van de idee van het Licht' en hem wordt om de zonnekracht gesmeekt waarmee de toorts wordt aangestoken (vier jaar geleden was er bewolking en werd op een noodoplossing teruggegrepen). In een latere fase wordt Apollo zelfs om `vrede voor alle volkeren' gevraagd.

De Griekse kerkleiding heeft bij vroegere gelegenheden wel eens van ontstemming blijk gegeven over de `heidense' grondslag van de ceremonie. Er zijn in Griekenland steeds kleine bewegingen geweest die zich richtten tegen het christendom en die pleitten voor `erkenning' dat de oudere religie van de Twaalf Olympische Goden toch eigenlijk de Griekse godsdienst bij uitstek is. Het is onmiskenbaar dat deze groeperingen de laatste jaren sterker worden, alleen bestrijden ze nu ook elkaar. Zo is er een groepje dat de oude goden, als dragers van ideeën, wil `vereren' terwijl een ander ze slechts als dragers van symbolen wil `respecteren'. Nog twee andere vinden gewoon dat de staatsgodsdienst afbreuk doet aan belangstelling voor het oude Hellas.

De ceremonie van donderdag, met haar gewaden, archaïsche muziekinstrumenten, olijf- en lauriertakken, deed sterk denken aan die welke, in toenemende mate, worden georganiseerd door `Vrienden van de Oudheid' aan de voet van Olympus of in de buurt van Delphi. Daar willen ze ook een tempel oprichten, iets wat tot nu toe door de plaatselijke priesters is verhinderd. Uit de dictatuur-Metaxás (1936-1940) dateert een wet die de kerk zeggenschap geeft inzake de bouw van orthodoxe godshuizen.

De aanhangers van de Twaalf Goden zijn dus elke keer weer verheugd als Apollo hoogtij viert in Olympia, al nemen zij zelf niet aan de plechtigheid deel. Zij verschijnen de laatste tijd steeds vaker op panels van enkele televisiekanalen waar ook priesters en theologen aan deelnemen. De kerk neemt de toename van het `Griekse heidendom' hoogst serieus en de discussies lopen hoog op, ook over de vraag hoeveel aanhangers van de oude godsdienst door de christenen zijn vermoord onder het Romeinse Rijk. Ik mag graag kijken naar zulke uitzendingen, hoewel de Twaalf Goden-aanhangers helaas vaak nog antisemitischer blijken te zijn dan nogal wat priesters, want de joden krijgen indirect de schuld voor de kerstening van het land.

Laatst kwam een van deze leiders met de these dat de nieuwe Olympische Spelen van 1896 waren te danken aan hun acties in de negentiende eeuw ,,toen er nog godsdienstvrijheid bestond in Griekenland''. Een van hun mensen had in Parijs Pierre de Coubertin overtuigd van de noodzaak de Spelen weer in te stellen.

De huidige aartsbisschop van de Grieks-orthodoxe kerk, Christódoulos, hoewel in veel opzichten heetgebakerd, heeft zich onthouden van kritiek op de Apollo-ceremonie en heeft zelfs de organisatrice van de Spelen, Janna Daskalaki, vriendelijk ontvangen. Hij had zich extra kunnen opwinden over het feit dat de ceremonie plaats vond op een religieuze feestdag, Maria Boodschap, die tevens nationale feestdag is omdat op die dag de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turken in 1821 zou zijn begonnen. Hij was natuurlijk wel aanwezig bij de mis in de Atheense Metropoolkerk, vroeg in de ochtend, en bij de militaire parade aldaar, laat in de middag.

Hij laat ook geen gras groeien over zijn vreugde dat de conservatieve partij Nieuwe Democratie eerder deze maand de verkiezingen heeft gewonnen. Eergisteren ontving hij de nieuwe premier Kostas Karamanlis en zei met zoveel woorden: de toestanden zijn veranderd, godzijdank. Hij maakt er geen geheim van dat hij te zijner tijd de kwestie van de bijschrijving van de religie op identiteitsbewijzen, die onder Karamanlis' voorganger Simitis was afgeschaft, weer wil oprakelen.

Karamanlis heeft, met de meeste van zijn huidige ministers, indertijd het referendum tegen de afschaffing van deze vermelding ostentatief ondertekend, samen met drie miljoen van zijn medeburgers (eenderde van het totaal). De staatskerk heeft na de overwinning van de overwegend clericale conservatieven, nog minder reden bang te zijn voor Apollo.