Grensgevallen

Na jarenlang in het buurland te hebben gewerkt ontdekken Nederlanders en Belgen dat de sociale voorzieningen volstrekt niet op elkaar aansluiten. Deze week kwamen Europa's politieke leiders bijeen om te praten over een dynamischer economie - maar aan de grens zijn de moeilijkheden na gedane arbeid nog legio.

Putte, Ossendrecht, Aanwas, Woensdrecht, Hoogerheide. Dorpjes in een hoekje van Noord-Brabant, dat tegen Zeeland en België ligt aangeklemd. Dit is Nederland, maar in de hoofden van de mensen die hier wonen is niet Bergen op Zoom of Roosendaal, maar Antwerpen dé stad. ,,In de jaren zeventig werkte driekwart van de beroepsbevolking in Antwerpen, met name in de haven'', vertelt voormalig grensarbeider Antoine Cleiren. ,,Hier was geen werk, behalve een beetje bij de boeren.''

Grensarbeid bestaat al sinds de grens er is. Hoeveel mensen uit deze streek vandaag de dag over de grens werken, is niet precies bekend, maar het moeten er duizenden zijn. Grensarbeiders heten ze, de mensen die in Nederland wonen en bijvoorbeeld in België werken. Zij belichamen een Europees ideaal, het ideaal van het werken over de grenzen heen. Grenspendelaars zijn de Stachanov-arbeiders van het verenigde Europa. Maar voelen de grensarbeiders zich ook Europese vaandeldragers?

Niet echt. In een Ossendrechts drank- en spijslokaal vertellen een grensarbeider en enkele voormalige grensarbeiders over hun bestaan dat nog altijd in het teken staat van de vroegere keuze om in België te werken. Het zijn verhalen over onverwachte financiële tegenvallers, pensioengaten en tochten door administratieve doolhoven. Ivan Cools, secretaris van de Stichting Grensarbeid, constateert dan ook: ,,De verhalen van deze mensen zijn een antireclame voor het grensoverschrijdend werken dat Europa zo graag wil.''

Een van die verhalen is dat van Antoine Cleiren (80), die vanaf zijn veertiende heeft gewerkt, bijna altijd in België. ,,Mijn laatste baan was kraanmachinist in de haven van Antwerpen, waar ik schepen moest laden en lossen totdat mijn bedrijf in de jaren tachtig werd gesloten.'' Cleiren ontving zes jaar lang een werkloosheidsuitkering totdat hij in 1988 op 65-jarige leeftijd met pensioen ging. Van de Belgische staat kreeg hij toen een ouderdomsuitkering, een zogeheten `gezinspensioen' voor hem en zijn vrouw.

Alles liep goed, totdat de vrouw van Cleiren een jaar later 65 jaar werd. De Belgische Rijksdienst voor Pensioenen verlaagde de uitkering onmiddellijk met 20 procent, omdat zij in Nederland een AOW-uitkering kon aanvragen. Die uitkering is echter heel laag: Nederland gaat ervan uit dat mevrouw Cleiren als huisvrouw 27 jaar lang niet beschikbaar is geweest voor de arbeidsmarkt en slechts over een klein aantal jaren AOW-rechten heeft opgebouwd. Cleiren: ,,Het scheelt honderden euro's per maand.''

Bijna vijftien jaar is hij nu bezig verhaal te halen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die in Nederland de AOW-uitkeringen regelt. In de ogen van grensarbeiders worden hun vrouwen gediscrimineerd, omdat zij de enige AOW-gerechtigden zijn bij wie wordt geëist dat ze voor hun 65ste beschikbaar waren voor de arbeidsmarkt. In een rechtszaak - bekend geworden als zaak-Wessels-Bergervoet - oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2000 dat de SVB de discriminerende kortingen met terugwerkende kracht moet repareren.

Geen reden tot vreugde bij Cleiren, die dat jaar al het genoegen van een kleine reparatie had mogen smaken. De SVB repareert namelijk alleen bij die grensarbeiders, die op de juiste wijze en op tijd bezwaar hebben aangetekend. Volgens de SVB heeft Cleiren en met hem vele anderen dat niet gedaan en krijgt hij alleen reparatie tot 1 januari 2001. Dit ondanks het feit dat de commissie-Linschoten in mei 2001 al had geadviseerd om oud-grensarbeiders volledige genoegdoening te geven.

,,Ronduit schandalig'', noemt Euro-parlementariër Johanna Boogerd (D66) de gang van zaken rond de familie Cleiren. Zij heeft zich vastgebeten in de verbetering van de positie van grensarbeiders, voor wie ze geregeld een spreekuur houdt in Zeeuws-Vlaanderen. Boogerd, in haar kantoor in Brussel: ,,Wij willen dat de Europese arbeidsmarkt beter functioneert. Laten we dan eerst zorgen dat degenen die een voortrekkersrol vervullen, daarvan geen financieel nadeel ondervinden.''

Wat een echt Europese arbeidsmarkt zou kunnen betekenen, is te zien aan de andere kant van de Schelde en het Verdronken land van Saaftinge, in Zeeuws-Vlaanderen. In deze van oudsher arme streek zorgde na de Tweede Wereldoorlog de komst van enkele grote industrieën zoals Dow Chemical en Philips voor nieuwe banen, maar de werkloosheid is altijd aan de hoge kant gebleven. ,,De traditionele industrie zorgt bovendien voor steeds minder banen'', zegt Frans Buter van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) in Terneuzen. ,,Veel industrie is verplaatst naar lagelonenlanden. Zo is Philips hier een paar jaar geleden vertrokken. Daar komt bij dat bijvoorbeeld de chemie-industrie vroeger enkele honderden laagopgeleide mensen een fabriek liet draaien, terwijl tegenwoordig enkele tientallen hoopopgeleide mensen genoeg zijn. Je hebt nu minimaal MTS nodig.''

Voor de vele laagopgeleide werklozen in Zeeuws-Vlaanderen lijkt België dan ook het beloofde land. ,,Vlaanderen heeft een heel gezonde en gevarieerde economie'', zegt Buter. ,,Je hebt daar echt allerlei soorten bedrijven, die mensen zoeken.'' Zo is de Volvo-fabriek in Gent voor de productie van de nieuwe S40/V50 geruime tijd op zoek geweest naar 2.000 werknemers in België en Nederland.

Dat ging overigens niet zo eenvoudig. De Belgische tak van Volvo biedt elke nieuwkomer een bedrijfsopleiding van een half jaar, die wordt gecombineerd met werken. De werknemer-in-opleiding verdient elke maand meer geld totdat zijn opleiding is voltooid. Aan deze Individuele Beroepsopleiding (IBO) betaalt de Vlaamse Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening mee - tenminste als de kandidaat-werknemer in België woont.

De opleiding van de kandidaat-werknemer die in Nederland woont, zou voor rekening moeten komen van het Nederlandse UWV, de uitvoerder van werknemersverzekeringen zoals de WW. Maar het UWV doet dat niet, omdat de wet niet toestaat scholing voor werk in het buitenland te financieren. Het ministerie van Sociale Zaken is gevraagd om een uitzondering toe te staan, maar heeft daarover nog geen beslissing genomen. ,,Als Volvo moet kiezen tussen een Nederlander van wie het bedrijf zelf de opleiding moet betalen en een Belg die zijn IBO vergoed krijgt, ligt het voor de hand wat er gebeurt'', zegt Buter.

Ongeveer 6.000 Nederlanders werken in België, terwijl andersom veel meer inwoners van België in Nederland een baan hebben - onder wie ook Nederlanders die in België wonen. Hoeveel meer is niet helemaal duidelijk. Het Bureau voor Belgische Zaken (BBZ) houdt het op 17.000 Belgen in Nederland, de Stichting Grensarbeid komt tot een aantal van 35.000. Niet genoeg, vonden grote bedrijven zoals Philips in Eindhoven. ,,Grote werkgevers in Zuid-Nederland willen bij het werven van werknemers graag putten uit een ruime arbeidsmarkt, die ook Vlaanderen omvat'', vertelt Buter van het CWI. ,,Zij hebben dan ook aangedrongen op wijziging van het belastingverdrag.''

De regels in dat verdrag bepaalden namelijk tot voor kort: belasting betaal je in het woonland, sociale premies in het werkland. In Nederland zijn - heel grof gesteld - de belastingen laag en de premies hoog, terwijl dat in België precies andersom is. Belgen met een Nederlandse werkgever waren daardoor erg slecht af, terwijl de Nederlanders in België juist profiteerden.

Met het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en België dat begin vorig jaar van kracht werd, is dat rechtgetrokken. Voortaan betalen werknemers in één land belastingen én premies, namelijk in het werkland. Belgen zijn nu ongeveer even goed af als Nederlanders, tenminste bij de betaling van belasting en premies, is het oordeel van bijvoorbeeld de BBZ. De Stichting Grensarbeid vindt echter dat mensen die in Nederland wonen en in België werken door het nieuwe verdrag ,,zwaar werden benadeeld''. Dat komt doordat zij in België de hoge directe belastingen betalen en in Nederland de hoge indirecte belastingen zoals die op consumptie (BTW). ,,Werknemers blijven het liefst werken in hun eigen land'', vertelt Buter. ,,Door de soms ongunstige publiciteit rond het verdrag is de terughoudendheid onder baanzoekers groter geworden.''

Nederlanders die overwegen om in België te gaan werken, kunnen zich al een halve eeuw informeren bij het BBZ, dat in Breda is ondergebracht bij de Sociale Verzekeringsbank. ,,Wij zijn er niet om grensarbeid te bevorderen'', zeggen Saskia Croes en Peter Korebrits van het BBZ, ,,maar om mensen te informeren over de verschillen tussen de verzekeringen en voorzieningen van Nederland en België.'' En die verschillen zijn groot.

Neem de kinderbijslag. Krijgt een gezin in Nederland met twee jonge kinderen 174 tot 211 euro per kwartaal, in Belgie is dat 206 euro per maand. Naarmate de gezinnen groter zijn, loopt dat verschil sterker op. Dat betekent niet dat elke Nederlandse werknemer in België voor zijn gezin automatisch de Belgische kinderbijslag krijgt. Als zijn echtgenote in Nederland recht heeft op kinderbijslag, krijgt zij voor haar kinderen geld van de Sociale Verzekeringsbank. Wel is het zo dat de Nederlandse werknemer in aanmerking komt voor aanvulling tot het Belgische peil. De Nederlandse werknemer heeft ook recht op de Belgische geboortepremie, die voor het eerste kind 1.000 euro bedraagt.

Soms ontstaan de moeilijkheden na gedane arbeid in België, zoals in het geval van Martin Oomen (64). Na eerst al op een binnenschip te hebben gevaren, begon Oomen in de jaren zeventig te werken in de haven van Antwerpen. Totdat hij twee jaar geleden met pensioen ging. Omdat hij in België altijd premies had afgedragen voor zijn oudedagsvoorzieningen, ontvangt hij nu de Belgische `AOW'.

Tot zijn grote schrik ontving Oomen echter een naheffing van de Nederlandse belastingdienst voor niet-betaalde premies voor de AOW. Oomen had bijtijds een vrijstelling moeten aanvragen, maar zegt hij: ,,Dat wist ik niet.'' Hij moet een bedrag van 3.000 euro gaan terugbetalen. ,,Bij de Sociale Verzekeringsbank zeiden ze: `U gaat er ook op vooruit hoor, want u krijgt dan ook een kleine AOW-uitkering'. Maar die wordt meteen in mindering gebracht op mijn uitkering uit België.''

Instanties? De voormalige grensarbeiders kunnen er moedeloos van worden. ,,De Nederlandse belastingdienst is voorbeeldig'', zegt secretaris Ivan Cools van de Stichting Grensarbeid. ,,Met de Belgische belastingdienst gaat het ook steeds beter.'' Maar de instellingen voor de sociale zekerheid krijgen een minder gunstig oordeel, net als het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken. ,,Daar heeft een hoge ambtenaar me wel eens gezegd: `U heeft toch ook voordelen, zoals het goedkoop tanken van benzine in België'. Ja, élke grensbewoner heeft dat kleine voordeel.''

De traagheid van instanties met het compenseren van onredelijke nadelen voor grensarbeiders irriteert Europarlementariër Johanna Boogerd buitengewoon. Met het oog op de parlementaire behandeling van de Europese richtlijn 1408/71 voor grensoverschrijdende arbeid heeft zij onlangs een notitie geschreven waarin zij de verschillen in regelgeving tussen Nederland en België inventariseert die problemen geven bij bijvoorbeeld vervroegde uittreding en werkloosheid. ,,Deels schiet de Europese regelgeving tekort, deels is de samenwerking tussen de lidstaten slecht'', zegt zij. ,,In de tussentijd moeten landen het onderling proberen te regelen. Dat is ook gewoon een kwestie van willen.'' Een aanbeveling van Boogerd is het instellen van een permanente commissie die besluiten van de Nederlandse regering direct toetst op de gevolgen voor grensarbeiders.

Dan kunnen schrijnende gevallen als het volgende misschien worden voorkomen. Een Nederlandse vrouw van in de zestig heeft jaren gewerkt in België, voordat ze korte tijd werkt in een atelier in Zeeuws-Vlaanderen. Bij dat atelier krijgt ze zo'n ernstige longproblemen, dat ze niet meer mag werken volgens de dokter. De vrouw gaat naar België waar ze jaren voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering premie heeft afgedragen, maar daar krijgt ze geen uitkering. In België gaan vrouwen met hun zestigste met pensioen en dus moet de vrouw geen WAO- maar een ouderdomsuitkering aanvragen, zegt de Belgische instantie. In het land waar ze het laatst heeft gewerkt, Nederland dus, maar daar heeft ze nog geen recht op omdat ze nog geen 65 jaar is. ,,En dus werkt die mevrouw nog steeds in het atelier'', zegt Cools.

In dit geval speelt in feite discriminatie een rol, zegt Paul de Leeuwe, die tot voor kort op de Nederlandse ambassade in Brussel werkte aan verbetering van de Europese arbeidsmarkt. ,,Het probleem is hier dat vrouwen in België vroeger met pensioen gaan dan mannen. Aan die discriminatie zou je iets moeten doen. Europa kent een vrij verkeer van producten en diensten, van kapitaal en in behoorlijke mate van personen. De eenwording van de arbeidsmarkt loopt daar verder bij achter.''

In het Ossendrechts drank- en spijslokaal kunnen de grensarbeider en de voormalige grensarbeiders ervan meepraten. Eenstemmig zeggen zij: ,,Wij raden niemand aan om grensarbeider te worden.''