Faghag

Elke week in Leven &cetera een column van het online jongerenmagazine Spunk, verbonden aan NRC Handelsblad. Over de wereld van de 16-plussers. Deze week de (ingekorte) column van Renske de Greef (19).

Het is zondagavond. Ik spendeer mijn tijd door tegen mezelf te zeggen dat ik wat moet gaan doen. Dat is dan ook echt het enige wat ik doe. Dat tegen mezelf zeggen. Dan gaat de telefoon. Mijn allerliefste homo-vriend tettert uitgelaten in mijn oor. ,,Hoertje van me! Ga je mee naar een homodiscotheek?''

Ik heb het nobele streven van mijn vriendenkring een zeer politiek-, maatschappelijk- en sociologisch-correcte groep te maken. Tot zover heb ik één homo en mis ik nog de jood, de neger, de gehandicapte en de bejaarde. Maar je kunt altijd maar beter lekker vet in je homo's zitten. ,,Ja, dat is goed. Zodra ik de mentale en fysieke kracht heb gevonden om me van deze bank af te trekken, kom ik daar wel naar toe.'' ,,Oké. Als je maar niet na elven komt, want dan kom je er niet meer in.'' O nee. In plaats van een gezellig houthakkershemd-homocafé gaan we blijkbaar naar een of andere exclusieve geoliede leernichtenclub.

Als ik ruim op tijd aankom in de straat die mij gezegd is, bel ik mijn homo weer op. ,,Heel grappig. Er is hier dus niks behalve wat gesloten winkels en een heleboel regen. Ik ben zeiknat en toch ook wel zeikpissig.'' Ik sta middenin een winkelstraat om half elf en er is dus echt niks. ,,Wacht maar, zo komen er mensen, ik kom er aan, het komt goed. Aanstellerige hetero.'' Ik ga in een bushokje wachten op de blijkbaar miraculeuze opening van het homowalhalla. Na een tijdje komt er een zeer plausibele homo aan, die langzaam (terwijl het dus echt heel hard regent) langs de huizen loopt. Hij inspecteert de ramen en loopt weer verder. Daarna komen twee überhomo's aanlopen. Ze lopen langs me heen, maar gaan dan samen in een telefooncel staan. Hier is duidelijk een proces aan de gang dat mij compleet ontgaat. Alsof ik per ongeluk in een redelijk foute maar toch wel sinistere filmset ben gestapt.

Dan gaan er opeens twee deuren open. Vanaf dat moment stromen aan alle kanten homo's toe, al waren het ratten van Hamelen die hun fluitmuziek horen. In een mum van tijd ontstaat er een grote rij. Ik zie mijn lieve homo en we sluiten ons gezamenlijk aan. Ook al is het zondag, je merkt dat de alcohol al rijkelijk heeft gevloeid. Als we binnen zijn moeten we eerst langs een groot bord: `Dit is een niet-commerciële potten- en flikkerdiscotheek. Alleen mensen die zichzelf pot of flikker noemen zijn hier welkom.' Ze houden hier blijkbaar niet van hetero's. Die vieze onnatuurlijke hetero's. Ik zet mijn pottengezicht op (al weet ik niet hoe dat eruit ziet) en probeer niet meer aan mijn homo's arm te hangen.

Eenmaal in de discotheek laaf ik mij aan alle types die er rond lopen. Van overduidelijk dominant tot schandknaap, van nichterig naar beer, van kleine jongetjes naar glijerige oude mannetjes, alles is er. Al mijn overdreven meisjestrekjes komen eruit. Ik giechel met de barman, slaak kreten om iemands outfit, wapper met mijn handen en zeg vertraagd: ,,Oh my gooooood.'' Dat mag hier namelijk. En opeens zie ik het licht: ik ben een faghag. Een wijf dat zich omringt met homo's, omdat die zo lekker shoppen, zo ongegeneerd vrouwelijk zijn en omdat ze zo fijn roddelen. En omdat ze nooit aan je gaan zitten. Alle meisjes die ik hier spreek komen er openlijk voor uit dat ze geen pot zijn, maar faghag. Ik voel me opeens helemaal op mijn plek en leef me uit in mijn nieuw gevonden bewustzijn.

Maar na een paar uur verander ik. Ik word stiller, doe niet meer uitbundig mee en sta niet eens arm in arm keihard mee te zingen met I Will Survive. Ik ga even op een barkruk zitten en kijk om me heen. Ik zie jongens. Allemaal jongens. Een héle hoop jongens. Hele leuke knappe aantrekkelijke jongens. Maar op de een of andere fucking manier kijken ze dus niet naar mij.

Ik zucht en realiseer me hoe verwend ik ben. Wat voor een naar, aandachtsbehoevend wezen ik ben geworden. Dat ik het dus niet meer aankan dat mensen niet met een seksuele ondertoon met je omgaan. Ik zucht nog eens en drink met een melancholische zwaai het restje van mijn biertje op. Ik sta op en trek mijn truitje strak. Goed. Heupwiegend loop ik op een meisje af.

Meer: www.spunk.nl