Een pub kan niet zonder rookgordijn

Maandag wordt in Ierland als eerste EU-land een landelijk rookverbod van kracht. Gaat er iets onvervangbaars verloren als de pubs niet langer blauw staan? ,,Nu zijn het sigaretten, straks chocoladerepen en Big Macs.''

Aan frisse buitenlucht is in Ierland al weinig gebrek. Vanaf maandag wordt het ook binnen fris: als eerste land in de Europese Unie gaat dan een totaal rookverbod in voor alle openbare ruimtes om werknemers en niet-rokers te beschermen tegen de gevaren van passief roken.

Wie in een Ierse pub, restaurant of theater nog een sigaret opsteekt, kan een boete tot 3.000 euro krijgen, net als kroegbazen die niet toezien op het verbod. Bus, trein en vliegtuig waren al rookvrij. Voortaan mag zelfs in een auto van de zaak niet meer worden gerookt. En nog sterker: ook een sigarenboer mag er in zijn eigen winkel niet langer eentje opsteken.

,,Ik dacht dat we hier in een democratie leefden, maar het blijkt een dictatuur'', zegt Eamon Cleary, manager van Gus O'Connor's, een kroeg in Doolin aan de Atlantische westkust waar in de zomer de veerpont naar de Aran-eilanden vertrekt. ,,Ik kan me geen boete veroorloven, dus ik zal het verbod naleven. Maar vraag me niet hoe het moet om tegen vaste klanten te zeggen dat ze hun peuk moeten uitmaken.''

Het is inderdaad een bericht dat je met je ogen doet knipperen: een rookverbod, in Ierland of all places. Het land mag dankzij de schone computer- en biotechsector economisch een Europese voortrekker zijn, sociaal-cultureel is het imago minder steriel. De donkerbruine drie-eenheid van turf, tabak en Guinness waren altijd onmisbare ingrediënten van de craig, het onvertaalbare woord voor Keltische gezelligheid. Of dat zo blijft, is de vraag.

Rationeel is er genoeg te bedenken dat pleit voor een tabaksverbod en dat heeft Michael Martin dan ook gedaan. Hij is de niet-roker en bijna-geheelonthouder die aan het hoofd staat van het ministerie van Slaínte (wat ook in dit land zowel `gezondheid' als `proost!' betekent). Per jaar sterven volgens zijn ministerie zevenduizend (van de 3,5 miljoen) Ieren door ziektes die direct of indirect door roken worden veroorzaakt. Passief roken verhoogt de kans op longkanker onder niet-rokers (72 procent van de bevolking) met een kwart en de kans op een hersenbloeding zelfs met tachtig procent. Tweederde van de Ieren is vóór een verbod, waaronder ook bijna de helft van de rokers, die hopen op die manier te minderen.

Artsen, de vakbond van barkeepers en gezondheidsgroepen steunen Martins wet, begeleid met slogans als `Rookloos werkt' en `Dublin, a breath of fresh air'. Maar Ierse horeca-lobbygroepen en sigarettenautomatendistributeurs blijven zich verzetten, deels óók met rationele argumenten. Ze vrezen voor een dramatische omzetdaling en verlies van 65.000 banen als rokers de pub zullen mijden en thuis gaan drinken omdat ze daar wel kunnen roken. Statistiek uit New York en Californië, waar eerder een verbod is ingevoerd, zou dat uitwijzen. Ze vinden het oneerlijk om de naleving in handen te leggen van de kroegbaas. Ze vinden dat de overheid onvoldoende alternatieven heeft onderzocht, zoals het verplicht stellen van betere ventilatie. En bovendien, zeggen ze, is het een nieuw bewijs voor het oprukken van de nanny state, de overheid-als-kindermeisje dat de burgers politiek correct betuttelt. ,,Nu zijn het sigaretten, straks chocoladerepen en Big Macs'', zegt Bob, de manager van Kavanagh's, een oeroude, kale pub naast het Glasnevin-kerkhof in Dublin, die in de volksmond Gravedigger's heet en waar het ruikt naar 150 jaar verschaalde rook en gemorste stout.

Er zijn een paar uitzonderingen: hotels kunnen een vrijstelling krijgen, net als gevangenissen, bejaardentehuizen en psychiatrische ziekenhuizen. Hun bewoners hebben het kennelijk al zwaar genoeg, moet de regering van Bertie Ahern gedacht hebben. En veel kroegbazen hebben er ook een list op gevonden: op een terras mag volgens de nieuwe wet namelijk wel gerookt worden. Daarom wordt menige pub nu uitgebereid met luifels en andere tent-achtige, half-open bouwsels met gasverwarming. Zo hoef je dus niet echt naar buiten voor een paar halen nicotine.

Toch klinkt in het verzet ook door dat er met de tabaksrook iets onvervangbaars verloren gaat. Dat een pub geen échte pub is zonder rookgordijn. Bij het ,,solide comfort van negentiende-eeuwse lelijkheid'' van The Moon Under Water, de ideale pub die George Orwell in 1946 beschreef, horen niet alleen een gietijzeren open haard met een opgezette beestenkop erboven en een pront meisje achter de bar dat iedereen `Dear' noemt, maar óók een plafond dat donkergeel is gekleurd door de tabaksrook. Al zouden de Martins daar natuurlijk meteen aan toevoegen dat Orwell niet lang daarna aan longkanker is gestorven.

Orwell's Moon was een fictieve pub. De ideale pub van John Walsh bestond echt. Het was, schreef hij vorig jaar in The Independent, de pub van Gus O'Connor in Doolin en hij kwam er dertig jaar geleden terecht, doorweekt en verwaaid na een lange wandeling over de cliffs. ,,Ik opende de deur'', schreef Walsh, ,,en een warm miasma sloot ons in de armen: een koppig geurmengsel van brandende turf, gemorst bier, champignonsoep, sigarettenrook, natte tweed die langzaam droogt en de alarmerende tandartsstank van kruidnagelen voor de hot whiskeys - een dikke, zoutige atmosfeer, als ansjovistoast, met ingeademde en uitgeblazen tabak, die langzaam omhoog dreef, als een offer aan de huisgoden.''

Achter de deur van Gus O'Connor's pub is de neus dertig jaar later minder belangrijk dan het oor: Doolin - een paar huizen in een plooi van het landschap en drie kroegen - profileert zichzelf als het mekka van de Ierse traditionele muziek. En dat trekt veel, heel veel toeristen. Volgens Eamon Cleary, de manager, heeft hij in het hoogseizoen minimaal tien busladingen toeristen over de vloer. Zelfs op deze doordeweekse middag in maart is een bus toeristen komen luisteren naar de oer-Ierse combinatie van trekharmonica, platte trommel, pennywhistle en fiddle, de viool. De pub zelf is met zijn tijd meegegaan, want radicaal verbouwd en uitgebreid met een eetzaal. Aan de muur hangen schildjes van Amerikaanse politiekorpsen en Amerikaanse nummerplaten, zodat het belangrijkste deel van Gus O'Connor's clientèle toch een beetje thuis is. Of hun authentieke beleving erg zal lijden als de rook verdwijnt, lijkt de vraag.

Paul Sexton (35), die aan de bar zit met een pint, een pakje Carrolls-sigaretten en een volle asbak, is een Ierse toerist in Doolin. Hij werkt als computeringenieur in Limerick en heeft een dag vrij. Hij blijft ook na maandag naar de pub gaan, zegt hij. ,,Ik heb alleen zin om te roken als ik drink en ik kan best zonder als het niet mag. Zonder rook verliezen de pubs hun karakter echt niet.'' Volgens Sexton is het verbod hard nodig om de Ieren gezonder te laten leven en is het gewoon een kwestie van wennen. ,,Tien jaar geleden rookte iedereen in de trein en als je nu een sigaret opsteekt, wordt iedereen boos. Dat zal ook in de pub gebeuren'', voorspelt hij. ,,En wie niet naar de pub gaat omdat hij wil blijven roken, zal snel ontdekken dat hij zijn vrienden kwijtraakt.''

Of en hoe het verbod zal worden nageleefd, is onzeker. Er zijn landelijk niet meer dan veertig inspecteurs. Op 1 mei, een vrije dag die veel Ieren in de pub doorbrengen, zal het zo goed als zeker overal nog blauw staan. Dat heeft de regering vermoedelijk ingecalculeerd. Na het eerste symbolische verzet zullen de meeste Ieren, inclusief de tabakslobby, zich neerleggen bij het verbod, zeggen de peilingen.

En daar blijft het vast niet bij. David Byrne, Europees Commissaris met de gezondheidsportefeuille en eveneens een Ier, heeft al gezegd dat hij het voorbeeld nagevolgd wil zien in de hele EU, al kan dat nog lastig worden met het zeer hoge aantal rokers in de nieuwe lidstaten. Maar niet-EU-lid Noorwegen voert op 1 juni wel een soortgelijk verbod in. En ook op in het naburige Verenigd Koninkrijk staan de tekenen aan de wand. De zelfbesturen van Schotland (met de slechtste kankerstatistieken van West-Europa) en Wales bereiden wetgeving voor, terwijl de regering van Tony Blair overweegt lokale overheden de vrijheid te geven een verbod in te voeren. De gemeente Bristol heeft al gezegd daar meteen gebruik van te zullen maken.