Depressieve kinderen 3

Als kinder- en jeugdpsychiater schrijf ik soms ook ssri's (serotonineheropnameremmers) voor, met wisselende resultaten. De eventuele positieve effecten treden meestal pas na een aantal weken op, de bijwerkingen zijn vaak hinderlijk en inderdaad niet altijd ongevaarlijk, zij het dat ik zelf geen zelfmoord(pogingen) heb waargenomen als direct gevolg van de inname van ssri's.

Cees de Wit breekt echter terecht een lans voor de psychotherapie bij kinderen met depressieve stoornissen. Hij noemt hierbij wel het probleem van de lange wachtlijsten én van de weerstand bij de ouders, die maar al te graag een snelle en voor henzelf niet bedreigende vorm van hulpverlening zouden verkiezen. Wat niet door hem genoemd wordt is echter de duidelijke weerstand van de overheid tegen psychotherapie, die met name tot uiting komt in de onzalige – en allerminst kostenbesparende – maatregel om niet meer dan 30 (of wellicht slechts 25) psychotherapiezittingen te vergoeden. Daardoor wordt de continuïteit van de behandeling ernstig bedreigd. Zoals Cees de Wit het immers duidelijk stelde zijn depressieve stoornissen bij kinderen en jeugdigen complex in hun verschijningsvormen, ze worden gedetermineerd door een samenspel van genetische invloeden en negatieve ervaringen, ze zijn meestal hardnekkig en langdurig, zodat snelle oplossingen meestal slechte oplossingen zijn.

Niet alleen huisartsen, maar ook kinder- en jeugdpsychiaters worden door deze kortzichtige bezuinigingspolitiek gefrustreerd in hun handelen, waardoor ze inderdaad vaker zullen kiezen voor zogenaamd snelle, doch onbevredigende en wellicht soms noodlottige behandelmethodes.