De linkse leegte

Is Nederland al een land van bommen geworden? Vooral van bommeldingen, denk ik. Nog niet zo lang geleden gold nuchterheid als een excellente eigenschap, inmiddels staat nuchterheid gelijk aan zielige naïviteit. Er is hier nog niets ontploft, nog geen aanslag gepleegd, er dreigt geen islamitische opstand in onze voorsteden, de Hollandse AEL wil maar niet groeien - maar wie afgaat op de media begrijpt dat die betrekkelijke rust een dwaze luchtspiegeling is; in werkelijkheid vindt er hier allang een strijd op leven en dood plaats.

Die strijd kent gelukkig ook helden die bereid zijn hun leven te geven voor onze rechtsstaat. Toen de kritische professor Cliteur de afgelopen week de publiciteit zocht met de mededeling dat hij zich de mond liet snoeren door De Limburger, waren zijn medestanders onmiddellijk bereid zich als martelaren van het vrije woord op te werpen. Hun woorden, geciteerd in de Volkskrant, schetsten een inspirerend beeld van het nieuwe verzet. Afshin Ellian: ,,Ik heb één keer in mijn leven ondergedoken gezeten. Ik ben niet van plan dat nog eens te doen.'' Volgens redacteur Jaffe Vink van Trouw worden collega's en vrienden van hem fysiek bedreigd: ,,Het is in Nederland onmogelijk vrijuit te discussiëren over de islam.'' En de nog veel moediger Sylvain Ephimenco, columnist van Trouw, wil ,,liever staand en schrijvend sterven, dan knielend en likkend leven''.

Bij dit soort larmoyante zelfvergroting hoort een catastrofe, en een beetje snel ook, anders zou al die heroïsche vrijheidsstrijd wel eens gevaarlijk veel op gebakken lucht kunnen gaan lijken. Want de neoconservatieve revolutie in Nederland heeft tot nu toe juist opvallend weinig agressie teweeggebracht bij haar vermeende tegenstanders. Zowel professor Cliteur als het VVD-Kamerlid Wilders heeft verklaard dat je als Hollandse neocon je afwijkende meningen extra vet moet aanzetten, anders luistert er niemand in deze verdorven consensusmaatschappij. En bij gebrek aan felle weerwoorden beginnen de moedige filippica's tegen een radicale islam en de linkse kerk een beetje voorspelbaar te worden. De naïeve maakbaarheidsgedachte van links, scheiding tussen kerk en staat, vanzelfsprekende integratie, een noodzakelijke Verlichting voor de islam, het dragende idee van burgerschap - het zijn steeds opnieuw dezelfde riedels, en in de publieke arena zijn er nauwelijks stemmen te horen die deze opvattingen in de kern betwisten. En waarom zou je? Alleen over de methoden kun je van mening verschillen. Het heetste hangijzer is ongetwijfeld de rol die de godsdienst krijgt toebedeeld, maar van het zwarte schaap van nieuw rechts, de burgemeester van Amsterdam, kun je niet zeggen dat hij over die kwestie dreigende taal uitslaat.

Nee, dat breed uitgemeten slachtofferschap van al die moedige stukjesschrijvers lijkt me eerder een vorm van wishful thinking - daar helpt geen column van Marcel van Dam aan. Of van hysterie: als jullie geen martelaar van mij maken, dan doe ik het zelf wel even. Niet voor niets zijn het de beschouwers die week in week uit smalen en honen en verdacht maken, die nu ineens klagen dat ze doelwit van persoonlijke aanvallen zijn geworden.

Hun grootste angst is helemaal geen angst voor geweld en fanatisme en islamitische doodseskaders in de straten van Den Haag - hun angst is de angst voor de stilte. En die stilte, dat moet ik toegeven, is vaak oorverdovend. Er wordt braaf tegengesputterd wanneer een geradicaliseerde VVD weer eens de grondwet aan haar politieke agenda wenst aan te passen. Er wordt geprotesteerd wanneer Kamerlid Wilders te ver doorschiet in zijn publieke verzetsfantasieën, maar verder mogen de zelfbenoemde strijders van de liberale jihad vrij schieten - de media kunnen er geen genoeg van krijgen.

Tegensputteren is geen antwoord geven. Begin deze maand verkondigde PvdA-Kamerlid Adri Duivesteijn in de Volkskrant dat hij zich schaamde voor het integratiedebat: ,,Waar is de zelfbeheersing? Wij als PvdA hebben fouten gemaakt. Oké, op sommige punten waren we te soft. Maar dit rechts-moralisme is belemmerend, beangstigend. Zo bont hebben zelfs wij als sociaal-democraten het niet gemaakt. We zijn beland in het maakbaarheidsideaal van conservatief Nederland.''

Daar lijkt het inderdaad op - kijk naar de fatale tegenstelling die de VVD in zijn greep heeft: enerzijds wordt gezocht naar dragende algemeenheden die een samenleving met verschillende culturen een fundament kunnen geven, anderzijds heerst daar een klimaat van improvisatie, waarbij bij ieder nieuw wetsvoorstel de onderlinge culturele verschillen nog verder benadrukt worden. Maar wat voor antwoord heeft Duyvesteijn hierop? ,,Ik geloof nog in de multiculturele samenleving. Er moet respect voor andere culturen zijn.''

Tja. Tegenover de uitvergrotingen van rechts staan kennelijk nog altijd de dooddoeners van links, die nu ineens weer heel heroïsch klinken. Duyvesteijn spreekt over ,,de diepe depressie waarin links en ikzelf na Fortuyn zijn beland''. Die depressie werd, als ik hem goed begrijp, vooral veroorzaakt door de cultuur van beschuldigingen en beschimpingen die Fortuyn in het leven heeft geroepen (hetzelfde klimaat waarover nu die rechtse stukjesschrijvers ineens zo aanstellerig doen). Maar er was ook een ,,ideologische leegte''.

Net toen de PvdA eens aan zelfonderzoek zou gaan doen, verkreeg de partij ineens weer de gunst van de kiezer - en dat, zegt Duyvesteijn, werkte verlammend. Nu staat de PvdA in de peilingen weer op grote winst, en ook dat houdt de partij gevangen - er is nauwelijks debat. Dus zowel in de regering als in de oppositie, beweert het Kamerlid, bevindt de partij zich in een vacuüm.

Onterecht, zegt Duyvesteijn: ,,De PvdA kan vertrouwen hebben in zijn eigen sociaal-democratische gedachtegoed en hoeft zich niet te schamen.'' Dat lijkt me een misverstand. Je had gehoopt dat de PvdA in de luwte het sociaal-democratische gedachtegoed eens goed zou saneren. Nu is er vooral een leegte - en Duijvesteijn kan die alleen opvullen met sleetse ideologische stoplappen. Er heerst in Nederland een heftig verlangen naar fundamentalisme - bij de neoconservatieven, bij de islamisten, en misschien nu ook weer bij opkrabbelend links.

Maar de werkelijke tegenstelling is helemaal niet ideologisch. Aan de ene kant: melodrama. Aan de andere: ijzingwekkende nuchterheid.