Abdul is niet corrupt

Abdul uit Afghanistan studeerde bouwkunde in Moskou. Na problemen met de maffia vluchtte hij naar Nederland. Een veilig, corruptievrij land, zegt de taxichauffeur.

Leiden even na middernacht. Op het station is nauwelijks meer een bus of trein naar Den Haag te krijgen. Op het verder verlaten plein is een groep jongens nog aan het voetballen. Af en toe provoceren ze de twee stevige vrouwen van een particuliere beveiligingsdienst, die de orde in en rond het station moeten bewaken.

Als ik naar de taxistandplaats loop, zwaait er schuin achter me een portier open. ,,Taxi'', vraagt een man. De Mercedes staat schuin op de stoep geparkeerd, een eindje van de andere taxi's vandaan. Hij lijkt me een snorder, maar als ik ben ingestapt zie ik dat zijn licentie op het dashboard prijkt.

Hij heet Abdul. Nauwelijks zijn we weggereden of hij snijdt een onderwerp aan dat hem kennelijk hoog zit: het tamme Nederlandse nachtleven. ,,Ik rij veel 's nachts. Naar cafés, naar discotheken. Maar jongens en meisjes hier altijd apart. Jongens hier, meisjes daar. Hoe kan dat?'' Hij maakt een niet-begrijpend gebaar met zijn armen, maar ik heb het antwoord ook niet zo een-twee-drie paraat, zeker niet op dit uur.

Hij wil graag weten wat voor werk ik doe. Journalist? Een mooi vak, vindt hij. Dan wil ik wel eens weten waar Abdul vandaan komt. Is het Syrië, Egypte? Nee, Afghanistan. En hij is bouwkundig ingenieur, afgestudeerd aan de technische universiteit. ,,Ah, v Moskvje?'', zeg ik – in Moskou? Die enkele keer dat ik nog profijt kan hebben van jarenlange moeizame studie Russisch laat ik mij niet ontgaan. Zeker niet in een taxi om half een 's nachts ergens tussen Leiden en Voorschoten.

Aangenaam verrast Russisch te horen spreken, begint Abdul een enthousiast verhaal over het Moskouse nachtleven. ,,Roesskije zjensjinie – Russische vrouwen – zijn niet zo moeilijk als de Nederlandse. Drinken, dansen, vrijen. Prazdnik, feest! Bent u er nooit geweest? Echt, u zou eens moeten gaan, u zult zelf zien hoe gewillig de vrouwen er zijn. Zeker tegenover iemand uit het westen.'' Wat verlangde hij vaak terug naar Moskou.

Als onderdaan van een `bevriend volk' was Abdul er op 16-jarige leeftijd aangekomen. Hij ging er bouwkunde studeren, maar werd voor militaire dienst in Afghanistan opgeroepen, waar hij als tolk werkte voor de Russen. Nadat de sovjettroepen in 1989 werden teruggetrokken veranderde het leven snel. De macht van de staat verkruimelde in hoog tempo en Abdul ging, als zoveel jonge mannen, `in zaken'. ,,Import-export. IJzer, chemicaliën, auto's. Alles waar maar handel in zat.'' Ze verdienden in die jaren een hoop geld, dat ze er net zo hard weer doorheen joegen. Aan `prazdnik' en aan meisjes.

Maar op zeker moment kreeg Abdul problemen met de maffia. Wat voor problemen wordt niet helemaal duidelijk, maar wel dat hij moest vluchten voor zijn leven. En het lot heeft beschikt dat hij nu taxichauffeur in Leiden is. Hij kent de streek al vrij goed. Oegstgeest, Leiderdorp, met zijn oude Mercedes brengt hij zijn passagiers zonder problemen naar de plaats van bestemming.

Het leven hier moet wel erg saai zijn, vraag ik hem als we zijn aangekomen. ,,Ach, naar Rusland kan ik toch niet terug'', zegt hij. ,,Te gevaarlijk. En Nederland heeft ook z'n voordelen. Het is hier rustig en veilig, ik kan zonder problemen mijn geld verdienen. En de overheid is hier gelukkig niet zo corrupt. In Rusland is iedereen corrupt.''

De meter staat op 30 euro. Hij wil weten welk bedrag hij op de bon moet schrijven. Veertig euro, vijftig euro? Ik zeg dat dat niet hoeft, dat hij gewoon het juiste bedrag op kan schrijven. Hij kijkt me verwonderd aan. Ik kan het toch declareren? ,,Vijfendertig euro dan!'', zegt hij, en zonder verder protest af te wachten schrijft hij gauw zijn bonnetje uit.