Wierook voor de god van de welvaart

De strijd rond de presidentsverkiezingen in Taiwan, waarvan de zittende president Chen vanmorgen tot winnaar werd uitgeroepen, heeft de economie geen goed gedaan. Chen is voorstander

van een onafhankelijk Taiwan, maar steeds meer fabrieken brengen hun productie over naar het vasteland van China. Peking grijpt de toenemende economische integratie aan om Taiwan aan zich te binden.

Aan de rand van de Taiwanese hoofstad Taipei, in de wijk Hsinchuang, staan veel kleine fabriekjes midden tussen woonhuizen en kleine stukjes boerenland. Vooral de geur geeft aan wat ze zoal maken. Vrijwel niemand heeft namelijk een lucht-of waterzuiveringssysteem, en alle afvalstoffen komen ongefilterd in de lucht of in het water terecht.

Aan de achterkant van de fabriekjes ligt het land van de 80-jarige boer Hsia Hsie. Hij lijkt zich niet eens af te vragen of het donker gekleurde afvalwater van de naburige textielververij misschien van invloed kan zijn op de kwaliteit van de groente die hij al sinds jaar en dag op zijn landje verbouwt. ,,Hierin bewaar ik mijn sproeispullen'', zegt hij trots, terwijl hij de plastic deksel van een grote, blauwe ton af trekt. Sommige van zijn tonnen zijn gevuld met regenwater, dat Hsia gebruikt voor de groenten, de rest slingert er maar een beetje rond. De tonnen zijn afgedankt door de naburige textielververij, en van binnen en van buiten zitten er nog aangekoekte verfresten in alle kleuren van de regenboog aan.

Er is kans dat boeren als Hsia in de toekomst weer wat gezonder kunnen gaan werken. Niet zozeer doordat de industriële vervuiling wordt aangepakt, maar omdat veel van dit soort kleine, vervuilende fabrieken inmiddels naar China zijn vertrokken. Ook daar is het namelijk makkelijk om milieuregelgeving te omzeilen, en er is, zeker zo belangrijk, een eindeloze stroom van goedkope arbeidskrachten voorhanden. In China liggen de lonen op ongeveer één vijfde van het Taiwanese niveau.

Ook de Shenkang speelgoed- en sportartikelenfabriek heeft daarom zijn productie naar China verplaatst. Het is niet moeilijk om de fabriek te vinden, want de weeë, vochtige lucht die uit de fabriek opstijgt, ruikt duidelijk naar plastic en chemicaliën. Op de grond zitten twee oudere vrouwen gehurkt rond een kartonnen doos, waar ze oranje ballen in stoppen. ,,Er werken hier zo'n twintig mensen. Ze doen alleen spoedklussen en kleine orders voor de Taiwanese markt. De rest gebeurt in China'', zegt de eigenaar-directeur, die niet met naam en toenaam in de krant wil. ,,Onze grootschalige productie vindt plaats in Shenzhen, in het zuiden van China. Daar staat een moderne fabriek met 250 werknemers. Van daaruit exporteren we naar Amerika.''

Is dat om loonkosten te besparen? ,,Dat is niet het voornaamste. Ik kan hier gewoon geen personeel meer krijgen, ook niet als ik een redelijk loon betaal. De jongeren van nu willen niet meer in een fabriek werken, zoals hun ouders. Vandaag de dag zijn de mensen beter geschoold, ze zijn al meer welvaart gewend, en daarom willen ze minstens een baantje op kantoor.''

Tientallen duizenden Taiwanese ondernemers hebben inmiddels de stap gezet naar het communistische vasteland, dat op economisch gebied steeds meer als een kapitalistisch land functioneert. Daarbij gaat het zeker niet alleen om producten als speelgoed, die arbeidsintensief maar simpel te maken zijn. Ook de productie van bijvoorbeeld laptops en motherboards, waarin Taiwan internationaal gezien een leidende positie inneemt, is goeddeels van Taiwan naar China verhuisd.

Dat is waarschijnlijk eerder een gezonde economische ontwikkeling dan een werkelijke bedreiging voor de economie van Taiwan. Nadat China begin jaren negentig zijn economie verder ging liberaliseren is Taiwan verwikkeld in een transformatie van een maatschappij waarin de welvaart wordt gecreëerd door industriële productie, naar een economie waarbij de productie weliswaar elders (vooral in China) plaatsvindt, maar waar het management en het eigendom van de fabrieken in Taiwanese handen is.

De verhuizing van hele industrietakken, zoals de voorheen in Taiwan ook zeer veelomvattende productie van plastic, naar China is niet zonder pijn verlopen: de economie heeft er wel degelijk onder geleden. Veel laagopgeleiden hebben met het wegtrekken van de fabrieken hun baan verloren. Maar dit jaar is de economie zich aan het herstellen. De werkloosheid bedraagt momenteel 4,5 procent, minder dan de ruim 5 procent in 2003. En tot de politieke onrust die rond de verkiezingen is ontstaan, verwachtte Taiwan een economische groei van ruim 5 procent.

Veel nieuwe banen in Taiwan komen voort uit een toename van de export, vooral van hi-tech goederen naar Amerika, die vaak vanuit China verloopt. Ook zijn er nieuwe banen bijgekomen op gebieden als marketing en logistiek, veelal bij het management van bedrijven en fabrieken in China.

Taiwanese bedrijven hebben meteen al een voorsprong op de snel groeiende Chinese markt: die ligt om de hoek, men spreekt de taal en begrijpt de mentaliteit. Bovendien krijgen Taiwanezen in China om politieke redenen vaak een voorkeursbehandeling van de Chinese overheid. Ze zijn immers `ook Chinezen', en Peking probeert door een toenemende economische integratie van Taiwan met China te voorkomen dat Taiwan op een gegeven moment besluit om zich formeel van China af te scheiden. Op politiek gevoelige momenten, zoals nu met de presidentsverkiezingen, doet China er alles aan om Taiwanese zakenlieden in de watten te leggen en te paaien. Als `landgenoten' krijgen ze regelmatig voordelen waarvan Westerse bedrijven alleen maar kunnen dromen.

Taiwan is weliswaar al ruim vijftig jaar een de facto onafhankelijk land, maar China erkent die onafhankelijkheid niet. In 1945 werd Taiwan weer een deel van China, nadat de Japanners vijftig jaar lang over het eiland hadden geregeerd.

Toen in China in 1949 de communisten aan de macht kwamen, trok het verslagen leger van `generalissimo' Chiang Kai-shek, leider van de nationalistische partij de Kwomintang, naar Taiwan, om daar een met de Volksrepubliek China rivaliserende Republiek China uit te roepen. Taiwan bleef lange tijd verklaren dat het China wilde `bevrijden.' Waar Taiwan dat idee inmiddels heeft laten varen, streeft Peking daar omgekeerd nog steeds naar. Volgens Peking is Taiwan een `nog te bevrijden provincie' van China, die vroeg of laat, en desnoods door het gebruik van geweld, weer in de Chinese moederschoot zal moeten terugkeren.

Weinigen in Taiwan, ook niet de zakenmensen die grote belangen in China hebben, zitten op zo'n hereniging te wachten. Ook de Taiwanese zakenlieden zien China als achtergebleven ten opzichte van hun eigen land, zowel op economisch als op democratisch vlak. Toch hopen zij in meerderheid wel dat hun politieke leiders de relatie met China zo goed mogelijk houden, want ze willen wel graag voorkomen dat hun zakelijke belangen worden geschaad.

De meeste Taiwanese zakenmensen hebben vorige week dan ook op Lien Chan gestemd, de presidentskandidaat van de Kwomintang (KMT) en niet op de linkse, pro-afhankelijkheid president Chen Shui-bian, die deze week met nipte winst werd herkozen. Vanmorgen werd hij tot winnaar uitgeroepen, nadat er rellen waren uitgebroken bij het kantoor van de commissie die vandaag formeel de verkiezingen geldig moest verklaren. Sinds de verkiezingen is de beurs van Taiwan met 10 procent gezakt – terwijl die juist de best presterende van Azië was na die van China.

Toch blijken juist de Taiwanezen die door hun werk veel met China te maken hebben, ook het meest achterdochtig ten opzichte van China. Volgens recente opiniepeilingen zien de meeste Taiwanezen China eerder als een bedreiging dan als een kans, en ook jongeren vertrouwen Peking slecht.

Deze argwaan is van invloed op de manier waarop Taiwanezen in China zaken doen. Waar Europeanen en Amerikanen zich in hun onwetendheid en onervarenheid in eerste instantie vaak laten inpakken door hun Chinese gastheren, die hun Westerse zakenpartners steeds opnieuw weten te verleiden met de belofte van een schier eindeloze markt van 1,3 potentiële consumenten, letten de Taiwanese zakenlui over het algemeen veel beter op hun zaakjes. De Taiwanezen staan in China over het algemeen dan ook bekend als autoritaire, veeleisende en zuinige werkgevers.

Zij wijzen hun Westerse collega's er bovendien fijntjes op dat er weliswaar heel veel Chinezen in China wonen, maar dat nog steeds maar een heel klein deel daarvan rijk genoeg is – en zich zeker genoeg voelt van de toekomst – om de artikelen die Westerse bedrijven willen verkopen, ook werkelijk te kunnen consumeren. Taiwan, zo stellen zij, is wel rijk genoeg, en de bevolking bestaat er vrijwel geheel uit `echte' consumenten.

De zakelijke moraal in China is niet altijd hooggestemd. Zo weet mevrouw Chan Shu-chen weet alles van de problemen rond namaak en het stelen van intellectueel eigendom, een groot gevaar in China – het bedrijf waarvoor ze werkt is er zelf groot door geworden. Zij is office manager van de Chung Yu-fabriek in Taipei, die hevels maakt, metalen naalden voor industriële weefgetouwen. ,,Het is een zeer gespecialiseerd product, dat vroeger vrijwel alleen in Zwitserland werd gemaakt'', vertelt Chan. ,,We maken pas vanaf 2000 winst. Daarvoor hebben we acht jaar besteed aan de ontwikkeling van de hevels.'' Inmiddels heeft Chung Yu ook in twee Chinese steden een kantoor geopend.

Chan zit aan een rommelig bureau in een gehorige, grote kantoorruimte met nog zes vrouwelijke personeelsleden. Meteen naast de kantoorruimte ligt de fabriek, waar 32 mensen zonder oorbeschermers aan zeer luidruchtige stansmachines staan te werken. De bureaus in het kantoor zijn dicht op elkaar geplaatst om zo ruimte over te houden voor een groot Chinees altaar. Daarop staat een schoteltje met een piramide van vers fruit, en mevrouw Chan houdt de wierook voortdurend brandend om de God van de Welvaart, die met het

altaar wordt geëerd, gunstig te stemmen.

,,We hebben de kennis voor de productie van de hevels niet aangekocht, we hebben het geleerd door te experimenteren en door goed naar de Zwitserse voorbeelden te kijken'', zegt Chan. ,,We leveren wel aan China: het is een groeiende markt, omdat China steeds meer textiel produceert. Maar we laten er geen hevels produceren: we weten maar al te goed hoe graag anderen je product willen namaken, en ze zouden er heel snel mee zijn om dat ook met onze hevels te doen.''

Maar mevrouw Chan is realistisch: ,,Op een gegeven moment zullen ze de kennis in China toch wel krijgen. We kunnen alleen maar proberen om dat zo lang mogelijk uit te stellen.'' Chan is blij dat Taiwanezen wel makkelijk naar China, maar Chinezen niet makkelijk naar Taiwan mogen reizen.

Tegen de tijd dat China die kennis eenmaal in handen heeft, is dat voor Taiwan in het gunstigste geval al niet meer echt van belang: dan hoopt het eiland technologisch alweer zoweel stappen vooruit te hebben gemaakt dat het zijn leidende en sturende rol in de economie van de Volksrepubliek China kan blijven spelen. Maar dan wel liefst als zelfstandige eenheid, en niet als provincie van China.