Weer ruzie tussen misdaadbestrijders

Met het excuus van commissaris Kuiper aan OM-baas De Wijkerslooth lijkt de ruzie tussen beiden even gesust. Maar de strijd over de vraag hoeveel energie de politie moet steken in het voorkomen van criminaliteit, gaat door.

Het Tweede-Kamerlid S. van Haersma Buma (CDA) werd gisteren op zijn wenken bediend door de Amsterdamse korpschef J. Kuiper. De Amsterdamse hoofdcommissaris moest zijn excuses aanbieden aan de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth, voor zijn publieke uitval aan diens adres. Kuiper hoort volgens de CDA-politicus het primaat van het openbaar ministerie (OM) bij het opsporingsbeleid te erkennen en in ieder geval zijn persoonlijk getinte uitlatingen terug te nemen.

Dat was precies wat Kuiper gisteren deed. Voor zijn persoonlijke aantijgingen (De Wijkerslooth zou geen enkel gevoel hebben voor het politiewerk en ook nauwelijks contact onderhouden met de politietop) bood Kuiper zijn excuses aan. Maar de inhoudelijke kritiek hield hij staande, liet de hoofdcommissaris gisteren in vergadering met de fractiespecialisten van de Amsterdamse gemeenteraad weten. De politiestrategie van `tegenhouden', het vroegtijdig frustreren van mogelijk crimineel gedrag, blijft wat hem betreft prioriteit. Die strategie is wat Kuiper betreft net zo belangrijk als opsporing, want misdaden die voorkomen kunnen worden, hoeven niet meer te worden opgelost.

Korpsbeheerder J. Cohen, die Kuiper gisteren had aangesproken op zijn persoonlijke uitval naar De Wijkerslooth, steunt hem in die opstelling. Kuiper had het niet zo naar buiten mogen brengen, maar de Amsterdamse invulling van het beleid van tegenhouden heeft de steun van de burgemeester en van hoofdofficier van justitie, L. de Wit.

Daarmee staat het inhoudelijke conflict tussen de top van de Nederlandse politie en die van het openbaar ministerie, ondanks de gemaakte excuses, nog steeds recht overeind. Want De Wijkerslooth vindt dat de politie haar energie moet richten op opsporing van misdrijven. Op een nieuwe handhavingsfilosofie zit het strafrecht volgens hem niet te wachten, schreef hij eerder deze maand in een column waarin hij de politiestrategie van tegenhouden onderuithaalde. De politie hoort zich wat hem betreft vooral op opsporing te richten. ,,Juist op dat vlak hebben politie en het openbaar ministerie onaanvaardbaar veel laten liggen.''

Kuiper, die later dit jaar met pensioen gaat, denkt daar anders over. Van opsporen wordt de samenleving niet veiliger, liet hij zich vorig jaar in NRC Handelsblad ontvallen. ,,Als je ervan uitgaat dat de minister van Justitie de minister van veiligheid is, dan kies je voor repressie. Aanhouden, opsluiten. Minister Donner vergist zich als hij denkt dat het daar veiliger van wordt. Want het strafrecht zorgt er niet voor dat mensen hun gedrag veranderen. Ik denk dat veiligheid meer een bestuurlijk, dan een justitieel probleem is. Dat moet je organiseren. Je moet een alternatief bedenken voor opsporen: tegenhouden.'' Het waren uitspraken die bij het openbaar ministerie de wenkbrauwen deden fronsen en mede aanleiding waren voor de column van De Wijkerslooth.

Kuiper is niet de enige voorstander van die nieuwe politiestrategie. De Groningse korpschef Welten, die later dit jaar Kuiper opvolgt in Amsterdam, noemde eind vorig jaar in een notitie in opdracht van de raad van hoofdcommissarissen `tegenhouden' een absolute prioriteit voor het politiebeleid. Ook de nationale recherche heeft die aanpak inmiddels omarmd. In het vorig jaar gepubliceerde `visiedocument' Zicht op Elba wordt opsporing omschreven als een kerntaak. ,,Maar het feit dat tien jaar opsporing onvoldoende is gebleken om de zware georganiseerde misdaad af te stoppen, onderschrijft de noodzaak voor aanvullende strategieën.'' Misdaad laat zich tegenhouden, wordt vervolgens gesteld. ,,Het op systematische wijze opwerpen van drempels om criminele activiteiten te bemoeilijken. (..) Nieuwe maatregelen zijn gewenst die criminelen rechtstreeks treffen en hun imago van onaantastbaarheid doen verbleken.'' Tegenhouden is inmiddels de nieuwe politiestrategie, die breed gedragen wordt in de top van de Nederlandse politie. Het feit dat de raad van hoofdcommissarissen gisteren geen afstand nam van Kuipers uitlatingen, kan uitgelegd worden als stilzwijgende steun aan zijn adres.

Maar het landelijke Veiligheidsplan van de ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) rept niet van die politiestrategie van `tegenhouden'. Betere stroomlijning van het opsporingsapparaat en de rechterlijke macht en het verhogen van het aantal aanhoudingen zijn daarin de belangrijkste manieren om de criminaliteit terug te dringen. De prestatiecontracten die Remkes afsluit met de korpsbeheerders van de regiokorpsen zijn daar ook op geconcentreerd. Kennelijk is niet alleen Donner, maar ook politieminister Remkes niet overtuigd door de opvattingen die leven in de politietop.

Fractiespecialisten in de Tweede Kamer waren gisteren unaniem in hun afkeuring van de publieke ruzie tussen de politietop en het openbaar ministerie. Maar de beoordeling was verschillend. CDA-woordvoerder Van Haersma Buma legde in zijn reactie op Kuipers' uitlatingen de nadruk op het feit dat het primaat van het openbaar ministerie bij het opsporingsbeleid in het geding dreigt te komen. Hij verwees naar de roemruchte IRT-affaire uit de jaren negentig, toen de politie op eigen houtje invulling gaf aan de opsporing van criminelen en daarbij volledig ontspoorde. Maar volgens PvdA-woordvoerder Van Heemst zijn de publieke oprispingen van deze week meer een uiting van onvrede en voelt de politietop zich in de steek gelaten bij het doorvoeren van vernieuwingen in de criminaliteitsbestrijding. ,,Dat is meer dan alleen maar meer agenten aan het werk zetten en meer boeven vangen. Maar ik heb de indruk dat ze met hun vernieuwingspogingen telkens bot vangen bij justitie.''

De column van De Wijkerslooth op de site van het OM is te vinden via www.nrc.nl