Toneelboekenweek

Afgelopen zondag is de Boekenweek geëindigd en nu is het wachten op de bekendmaking van het thema van volgend jaar. Meestal maakt de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek dat kort na afloop van de Boekenweek bekend. Dit keer heeft men meer tijd nodig.

Het nieuwe thema wordt op maandag 5 april bekendgemaakt, aldus directeur Henk Kraima van de CPNB. De commissie vergadert dezer dagen en zoekt naar een onderwerp dat een breed publiek aanspreekt. Bovendien moet het Boekenweekessay overeenkomen met het thema (in tegenstelling tot het Boekenweekgeschenk dat hiervan geheel los kan staan). Onderwerp van de voorbije Boekenweek was Frankrijk. De kans is klein dat opnieuw een land uitverkoren wordt. De CPNB is zo verstandig om elke keer met een onverwachte keuze te komen.

De CPNB blijkt een organisatie met veel invloed. Zodra het thema bekend is ijveren schrijvers, uitgevers en boekverkopers om uitgaven en evenementen te presenteren die hierbij aansluiten. Elk jaar opnieuw hoop ik dus vurig dat de keuze van de CPNB zal vallen op toneelliteratuur, op theater dus in ruime zin. Vroeger gaven de Nederlandse uitgeverijen toneelteksten uit, maar dat is nauwelijks nog het geval. Dat is jammer. De keuze voor het thema theater zou een nieuwe impuls kunnnen geven. Bovendien laat toneelliteratuur zich uitstekend lezen. Er is een wijdverbreid misverstand dat je een toneeltekst alleen maar als voorstelling kunt genieten, als geschreven tekst voldoet het zeker ook.

Nog tot in de jaren zeventig werd het gebrek aan Nederlandse toneelschrijfkunst beschouwd als `een gemis'. Een jonge, veelbelovende generatie toneelauteurs heeft de laatste jaren gezorgd voor een rijkdom aan nieuwe Nederlands stukken. Maria Goos (van onder meer Familie en Cloaca), Esther Gerritsen, Rob de Graaf en Peer Wittenbols – om enkele namen te noemen – zijn geen romanciers die bij het toneel even leentjebuur spelen, zij werken uitsluitend aan een dramatisch oeuvre. Een gezelschap als Het Toneel Speelt heeft onlangs vijftien schrijfopdrachten aan Nederlandstalige auteurs verstrekt. Een uniek en lovenswaardig initiatief, waaruit een grote belangstelling voor theaterteksten van eigen bodem spreekt.

Literatuur en toneel zijnsoweiso hecht verbonden met elkaar. Harry Mulisch situeerde zijn roman Hoogste tijd in de toneelwereld van de jaren zeventig en Robert Anker schreef met Een soort Engeland een roman over het hedendaagse toneel. De opening van het Boekenbal vindt traditiegetrouw plaats in de Amsterdamse Stadsschouwburg, de belangrijkste plek voor het Nederlandse theater. Daar wordt feestgevierd ten gunste van het Nederlandse boek.

De CPNB heeft de mooie plicht een geste te doen, en het geschreven toneel een gelijkwaardige plaats naast poëzie en proza te geven. De Nederlandse theaterliteratuur verdient het ten volle.