Rem Koolhaas, architect

In een nu vergeeld Cultureel Supplement uit 1978 vertelde Rem Koolhaas hoe hij tot de architectuur werd geroepen. Het was tijdens een gesprek dat ik met hem had naar aanleiding van de verschijning van zijn magistrale boek Delirious New York. Met dit `manifest achteraf' waarin Manhattan wordt gereconstrueerd bouwde Koolhaas de sokkel voor zijn eigen standbeeld als de onbetwiste en gelauwerde wereldster die hij nu is.

Ongeveer tot zijn elfde jaar wist Rem Koolhaas (1944) – zoon van dierenverhalenschrijver Anton Koolhaas – zeker dat hij architect wilde worden. Maar vanaf het moment dat zijn grootvader van moederszijde, de architect D. Roosenburg bij wie Rem vaak op het bureau speelde, was overleden, vergat hij dit voornemen. Hij werd journalist. In zijn ogen eigenlijk geen beroep, dus ideaal om een werkelijke beroepskeuze uit te stellen. Daarnaast schreef hij filmscenario's en sloot zich aan bij de actieve, jonge generatie Nederlandse filmers in de jaren zestig.

Op een dag moest hij in Delft een lezing houden, over film. Na afloop wandelde hij door het historische stadje in het licht zoals geschilderd door Vermeer. Op dat moment trof hem de openbaring dat hij architectuur moest gaan studeren. Het is vermoedelijk de laatste sentimentele inslag in zijn verder nadrukkelijk sentimentloze loopbaan.

Hij wist zeker dat hij niet in datzelfde Delft bouwkunde wilde studeren. Want het was hem duidelijk dat de architect hier toentertijd werd afgespiegeld als een halfzachte weldoener die mensen moet helpen. Op Bouwkunde in Delft heerste `het gruwelijke streven naar herbergzaamheid en menselijke warmte'. Koolhaas zei in 1978: ,,Cumulatief gezien wordt de architectuur beschouwd als een psychologische therapie. De bevolking wordt gediagnostiseerd als een stel hulpbehoevenden en daarom architectuurbehoevend. Het wordt een archipel van zorgenkinderen, die misschien wel tegenover de Goelagarchipel staat. Het alibi van het menselijke leidt tot waanzinnig amateuristische en architectuur wartaal, tot naïviteit en tot de absurde doem van de communicatieplicht.''

Rem Koolhaas ging in Londen studeren bij de befaamde Architectural Association. Daarna volgde het Institute of Architecture and Urban Studies in New York. Hij publiceerde en deed mee aan architectuurprijsvragen waaronder die voor uitbreiding van de Tweede Kamer en voor het Nederlands Architectuur Instituut. Hij won geen van beide, maar het ontwerp voor de Tweede Kamer bezorgde hem wel de onderscheiding van de jury als `het meest controversieel'. En dat zou Koolhaas blijven tot op de dag van vandaag. Controversieel.

Het gesprek in 1978 bevatte meer elementen waarvan de echo vijfentwintig jaar later nog doorklinkt. Hij wilde `iets' doen met New York omdat hij ervan overtuigd was dat deze stad moet worden opgevat als een soort beweging zoals het expressionisme of het surrealisme. Maar een beweging zonder manifest. Koolhaas toen: ,,Vandaar dat ik dit boek, Delirious New York, beschouw als een manifest met terugwerkende kracht en mijzelf bij wijze van spreken als de ghostwriter van Manhattan. Het was interessant bezig te zijn met een niet gedocumenteerd onderwerp. Ik moest mijn eigen bronnen zoeken en vond deze juist niet in de respectabele instituten. Maar ik wist aanvankelijk niet of ik nu een paranoïde virtuoos was in het aan elkaar knopen van alle mogelijke gegevens en ontdekkingen, of dat ik met een tipje van de sluier bezig was. Nu ben ik ervan overtuigd dat New York een feitelijke continuïteit is.''

Langs deze archeologische weg kwam Koolhaas in 1978 tot de slotsom: ,,Alle meesterwerken van het constructivisme, surrealisme, expressionisme, fascisme en misschien wel elk -isme bevinden zich in New York. Ik weet dat veel van deze uitingen angstaanjagend en onsympathiek zijn, maar die los je niet op door ze te negeren. En daarmee is de architectuur op het ogenblik bezig. De geest is nu eenmaal uit de fles en het is onmogelijk die geest weer terug te duwen. Al die opvattingen zijn bruikbaar voor een respectabele cultuur en elke moderne cultuur zal er mee moeten leren leven.''

Urbanist

De geest is uit de fles en met die geest moeten wij leven. Zo kijkt de nieuwsgierige urbanist Koolhaas nog steeds naar grootstedelijke conglomeraties, die hij met zijn Office for Metropolitan Architecture (OMA) op de virtuele snijtafel legt. Met zachte stem doet hij voor afgeladen zalen verslag van zijn onderzoeksbevindingen. Zijn ironisch vermogen en talent voor paradoxen maken zijn beweringen en ontledingen onnavolgbaar. De grootste delen van zijn oraties zijn na afloop bij de toehoorder vervlogen. Maar dat hindert niet. Beelden, paradoxen, flarden van nieuwe inzichten blijven achter op de geheugenzeef. Een voorbeeld. In de lezing Singapore as Utopia concludeerde hij dat Singapore in sociaal, politiek, architectonisch en stedenbouwkundig opzicht moet worden gezien als de meest zuivere, hedendaagse `ideologische productie', resulterend in `Disneyland met de doodstraf'. Dat vergeet je nooit meer. Die kille bloedeloosheid, haarscherp geraakt zonder hem uit te spreken.

Op een moreel oordeel zal je Koolhaas niet gauw betrappen. In plaats van ergens iets van te vinden, wil hij begrijpen wat er gebeurt. Bij moralisme gaan de meningen aan de observatie vooraf en dat vindt hij niet `intelligent' – een woord dat hij vaak gebruikt. Het vak architectuur betekent voor hem ook wel bouwen, maar vooral het ontwikkelen van een bepaalde intelligente benadering van de wereld. Intelligente verbanden leggen, dat behoort in Koolhaas' visie tot het domein van `zijn' architectuur. Deze tot de eenentwintigste eeuw verheven opvatting van het métier brengt hem van Hollywood naar Peking en van Lagos naar Almere. En in vele andere globale uithoeken, getuige de tentoonstelling CONTENT in de Kunsthal. Van de ghostwriter van Manhattan is hij de ghostwriter van de wereld geworden.

In het bij die tentoonstelling behorende boek CONTENT staat op pagina 12 een tweekoppig stripfiguur tegen elkaar te krijsen. De ene kop, gedragen door mannenschoenen: ,,I'm not sure if this is a book or a magazine.'' (,,Ik weet niet zeker of dit nou een boek of een tijdschrift is''). De andere kop, op hoge hakken: ,,Actually, I find the tension between the two super-interesting.'' (,,Eerlijk gezegd, vind ik de spanning tussen de twee super-interessant''). Ja, wat is het? Een tomeloze tombola waarvan elk van de 544 pagina's apart is vormgegeven. En hoe. Onbeschrijfelijk. Maar wie rustig slentert door de met grafisch design dichtgegroeide bladzijden komt alle Koolhaas/OMA creaties tegen. Als laatste het geplande, spectaculaire onderkomen van het hoofdkwartier van China Central Television in Peking, een reusachtige, getordeerde variant van de Arc de Triomphe.

Dagboek

Koolhaas, gelukkig ook in CONTENT kwistig met dagboekachtige notities: ,,Voorjaar 2002 – Wij ontvingen twee uitnodigingen, een om te solliciteren naar wat met Ground Zero te doen, de ander voor het hoofdkwartier van China Central Television in Peking. Wij bespraken de keuze bij een Chinese maaltijd. Het leven van de architect is zo beladen met onzekerheid en dilemma's dat elke verheldering van de toekomst, inclusief astrologie, buitengewoon welkom is. Mijn fortune cookie zei: `Overweldigend Alomtegenwoordige Meesters maken krenten van herinnering'.''

Koolhaas wint de prijsvraag, verlegt zijn aandacht naar China en ontwerpt een bijbehorende, universele argumentatie die hij Go east noemt. Want Azië heeft de toekomst. Het staat allemaal in Content en is in de Kunsthal te bezichtigen. Dat geldt ook voor de uitvindingen die op het Patent Office bij OMA in Rotterdam zijn uitgedacht. Bijvoorbeeld het doorlopende parcours dat trappen, liften en gangen in het interieur van een gebouw in één klap kan vervangen. De Rotterdamse Kunsthal (1992) heeft er voor het eerst van geprofiteerd. De Nederlandse ambassade in Berlijn (2003) dankt er zijn reputatie aan als meest vooruitstrevend en opzienbarend ambassadegebouw in de nieuwe Duitse hoofdstad. Het leverde Koolhaas de Architectuurprijs op van de stad Berlijn.

Zo langzamerhand heeft hij alle architectuurprijzen gewonnen die er op de wereld te winnen zijn. Het dankwoord dat hij uitsprak bij de aanvaarding van de grootste Nederlandse architectuurprijs, de Rotterdam-Maaskantprijs in 1986, bevat de strategie die hij in de jaren daarna vasthoudend heeft gevolgd. Hij begon zijn rede met te stellen: ,,Het is een merkwaardig gevoel maar ik ben geen ik. Ik heb in mijn hele carrière maar één keer het woord `ik' geschreven en dat was in de zin `ik ben een ghostwriter '.''

Na deze ontboezeming schetste hij de contouren van een wederopbouwplan van de mythologie van de architect. Wat Koolhaas miste was grandeur in de Nederlandse architectuur. In een latere rede vergeleek hij de Nederlandse architectuur met het spelen op een vleugel waarvan alleen de rechterhelft van de toetsen werkt. Alleen het hogere register, het gepiep. Nooit werd de ernstige, ronkende helft gebruikt. De grandeur. En zonder grandeur geen mythologie, zo was zijn redenering. In een lezing in 1990 op de TU in Delft dacht Koolhaas terug aan zijn voordracht in 1986: ,,Ik had een soort intuïtie dat het ontbreken van een mythologie in feite een remming is die, als wij er niet in slagen om die in Nederland op te bouwen, ons voor eeuwig zal doemen tot een soort van uitvoerend orgaan. Wij kunnen alleen maar overleven wanneer de architect opnieuw als visionair optreedt, dat wil zeggen publiek, onbescheiden, krachtdadig en met verbeelding.''

Een onweerstaanbare redenering. In zijn 1990-lezing had Koolhaas nog een voetnoot, over de grote architect-kunstenaar Aldo van Eyck (1918-1999): ,,Aldo van Eyck heeft als enige gedurfd om op die status van mythe aanspraak te maken, maar hij heeft zich er daarna wel al te gemakkelijk van afgemaakt door zich als Doomsday-profeet op te stellen en door al te duidelijk te genieten van zijn alleenrecht.''

Onuitstaanbaar. De enige andere Nederlandse architect met mythologische proporties, op het laatste moment van de sokkel duwen, zodat R.K. daarop alleen overblijft. De standaardformule voor deze methode is: Onuitstaanbaar + onweerstaanbaar = geniaal.

`Content, Rem Koolhaas en OMA-AMO. Gebouwen, projecten en concepten sinds 1996' is van 27 maart t/m 31 mei, Kunsthal Rotterdam.

Nog te zien: `Start', de Rem Koolhaas/ OMA Collectie in het Nederlands Architectuurinstituut.

T/m 31 mei.

Uitgaven: `What is Oma/ Wat is Oma?', Nai Publishers, €25; `The Dutch Embassy in Berlin by OMA/Rem Koolhaas', NAi Publishers, €25; `OMA/ Rem Koolhaas Content', Taschen, €9,95

Koolhaas ziet Singapore als Disneyland met de doodstraf