Kraai

In het carré van huizenblokken kijken tientallen balkonnetjes uit op de gemeenschappelijke, nog winterse binnentuin. Vanaf één zo'n balkonnetje werpt iemand een heel voorgesneden brood. De boterhammen bedekken het gras als witte vierkantjes.

Nog voordat de duiven hun takken verlaten hebben, landt naast het voedsel een kraai. Hij neemt een boterham in zijn snavel, vliegt met dat vrachtje een boom in, spietst het brood op een afgebroken takje en vliegt terug voor een tweede boterham. Ook die wordt, naast de eerste, aan een tak geprikt.

Met scheve kop werpt de kraai nog een blik naar beneden, waar duiven en krijsende meeuwen om het hardst ruziën. Dan gaat hij er eens goed voor zitten.