Kijken naar de Commune

Precies 133 jaar geleden werden in Parijs de verkiezingen voor de Commune gehouden. De oorlog met Duitsland was in een ramp geëindigd, de regering had alle gezag verloren, het volk van Parijs had honger, revolutie viel niet meer te vermijden. Op 28 maart 1871 werd in het Hôtel de Ville de Commune uitgeroepen. Deze hoogste democratische instelling besloot al de dag daarop tot afschaffing van de dienstplicht en het permanente leger, kwijtschelding van huurschuld, en staking van de verkoop van onderpanden. Nog meer volksvriendelijke maatregelen volgden. Dit liet de regering onder leiding van Adolphe Thiers niet op zich zitten. De troepen werden gereorganiseerd, begonnen aan de herovering van de hoofdstad. In Parijs probeerden de Communards de revolutie te consolideren waarbij ze onderling ruzie kregen. Op 27 mei kwam het tot verbitterde gevechten op het kerkhof Père Lachaise; een dag later vielen de laatste barricaden. Hier en daar werd nog ferm geëxecuteerd en daarmee was dit revolutionaire experiment afgelopen. De eerste moderne, politiek gefundeerde opstand van het proletariaat heeft aan 20.000 tot 36.000 mensen onder wie veel vrouwen en kinderen het leven gekost.

De Commune van 1871 is nu het onderwerp van een tentoonstelling in het Hôtel de Ville (tot 8 april). Altijd goed om op de plaats van handeling zelf de geschiedenis te beleven. Beelden in overvloed, in lange rijen aan de muren van vier zalen; het meest gravures maar ook foto's. Wie denkt dat de beeldcultuur met de televisie is ontstaan, vergist zich. De televisie heeft de beweging en de snelheid eraan toegevoegd. De gravures brengen de nauwkeurigheid. Een woord dat ik niet zo gauw gebruik. Het is verbijsterend hoe scherp de kunstenaar gekeken heeft, de details van het tumult, het drama heeft onthouden, toen naar zijn atelier is gegaan om, met het geduld dat een graficus moet hebben, de voorstelling uit zijn geheugen met de grootste preciesie te kopiëren. Monnikenwerk voor de actualiteit. Want ze werkten niet voor de geschiedenis maar voor hun vandaag en morgen, het publiek dat zelf een hoofdrol in het drama speelde. Het publiek, de revolutie zag zichzelf. Heet van de naald.

De foto's hebben een andere sfeer. De doden, de lijken van de terechtgestelden hebben in het zwart-wit van de tijd, vlijmscherp en toch als door een grijsheid gesluierd, met een gruwelijk waarheidsgehalte. De echte actie van het gevecht kon nog niet worden vastgelegd. Maar ook toen al werd iemand die zich bewust was van de op hem gerichte lens, tot een ander mens. Wie weet dat hij in de volgende seconden zal worden gefotografeerd, zet zich in postuur.

De manier waarop de mensen dat doen, is in de loop van de tijd veranderd; het in postuur zetten op zichzelf niet. Wie tijdens de Commune op of achter een barricade stond, een vlag droeg, een soldaat met snor en geweer was, versteende op het ogenblik van de opname tot het absolute van wat hij voorstelde. De honderd procent onverzettelijkheid. Wie nu beseft dat hij binnen het bereik van een televisiecamera is, zet zich bij voorkeur niet in het revolutionair of algemeen martiaal, maar in dat van het entertainment postuur. Zwaait, maakt lange neus, trekt een bek. Er is nog één rudiment, als je het zo kunt noemen, van de opstand: de opgestoken middelvinger. Maar dat heeft geen specifiek politieke betekenis. Het is universeel.

In het Hôtel de Ville wordt ook een film vertoond, Paris, au temps des cerises, samengesteld uit nog meer beelden uit die tijd, met een gesproken tekst, kort (28 minuten) maar leerzaam. Het gevoel dat je naar een revolutie kijkt, wordt kracht bijgezet doordat je op een hard houten bankje of op de trede van een stenen trap zit. En toen, als vanzelf, dacht ik weer aan het onderwijs in onze moderne vaderlandse geschiedenis. Van de Tiendaagse veldtocht valt niets heldhaftigs te maken. De grote spoorwegstaking van 1903 komt in de buurt, heeft geen massaslachting tot gevolg gehad maar wel de worgwetten van het kabinet-Kuyper. En al veel beelden. Er is een mooi boek over, van A.J.C. Rüter. En dan de mislukte revolutie van Pieter Jelles Troelstra, voor Nederlandse doen ook van hoog dramatisch gehalte. Lees het boek van H.J. Scheffer, November 1918. Maak een mooie tentoonstelling in het Huis van de Historie, dat nog niet bestaat.

Met enige wellust, merk ik, wordt alles wat tussen 1900 en 2000 is gebeurd, uitdrukkelijk in `de vorige eeuw' gerangeerd. De jaren dertig, zestig, negentig `van de vorige eeuw'. Ja, welke eeuw zou je anders bedoelen. In de optiek van nu wordt deze `vorige eeuw' door doden en oude paarden bewoond, las ik ergens. Als u in Parijs bent, ga even naar het Hôtel de Ville, en overtuig u van wat geschiedenis is. En nog een verleiding. U hoeft er geen kaartje voor te kopen. Het kost niets!