`Ik dacht: dit overleef ik niet'

De schrijver Yasmina Kharda, pseudoniem van een beroepsmilitair, werd verguisd en met de dood bedreigd om zijn onthullende romans over de Algerijnse burgeroorlog. Maar bang is hij niet. `Wie bang is, wordt juist aangevallen.'

Geharnast is Yasmina Khadra, met een strenge en tegelijk wanhopige blik in de ogen. Achter dat schild verborg hij, als militair in het Algerijnse leger, 36 jaar lang zijn ware identiteit die van schrijver. Khadra wekt, bij al zijn rigiditeit, de indruk dat harnas ook terdege nodig te hebben, omdat hij anders gekwetst, eenzaam en gewond, in losse deeltjes uiteen zou vallen.

In Frankrijk, maar ook daarbuiten, is Khadra omstreden. Bij discussies over Algerije verkondigde hij dat het leger nooit aanslagen op burgers had gepleegd en dat alle bloedbaden het werk waren van fundamentalisten een opinie die door weinigen wordt gedeeld. Het internationaal schrijversparlement, dat hem en zijn gezin onderhield nadat zij uit Algerije waren gevlucht, stopte de toelage en de media zwegen hem voortaan dood. Drie jaar geleden werd hij, tijdens de boekenbeurs in Frankfurt, door de fundamentalisten ter dood veroordeeld. Bovendien werd hij het middelpunt van een literaire polemiek, waarbij men hem ervan beschuldigde niet de auteur te zijn van zijn werk. Bang? ,,Nee. Wie bang is, wordt juist aangevallen.''

Ruim tien boeken publiceerde Khadra, die enkele dagen door Nederland reisde in het kader van de Boekenweek. Zijn eerste titels, onlangs herdrukt, publiceerde hij in zijn geboorteland. Daarna verschenen in Frankrijk drie succesvolle thrillers, met als hoofdpersoon commissaris Llob, en vijf romans waarvan er inmiddels drie in vertaling verkrijgbaar zijn. Zijn deels autobiografische romans spelen, met uitzondering van de laatste, De zwaluwen van Kabul, in het door fundamentalisme en burgeroorlog verscheurde Algerije.

Khadra (1955, pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) was negen toen zijn vader, een officier in het Algerijnse leger, hem liet onderbrengen in een militaire kazerne. ,,Mijn vriendjes daar waren wees: ze hadden hun ouders verloren bij de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Ik begreep niet wat ik daar deed. Ik had een vader en een moeder. Alleen zag ik ze nooit.'' Op zijn tiende begon Khadra te schrijven. ,,Ik zat opgesloten en kon alleen via de literatuur ontsnappen aan de morele en de mentale ellende die ik om me heen zag.''

Ook later, als soldaat, vluchtte Khadra in de literatuur. ,,Ik was een eenzame man. Als ik niet werkte was ik aan het dromen, aan het lezen of het schrijven. Ik heb altijd in twee werelden geleefd, zonder de militair boven de schrijver te stellen of andersom. Was ik in functie, dan vervulde ik mijn taak consciëntieus en met overgave. Als ik schreef liet ik alles uit mijn militaire leven los.'' Schizofreen? ,,Nee, ik heb nooit twee levens tegelijk geleefd. Ik ben soldaat geworden uit liefde voor mijn moeder. Zij wilde dat ik officier zou worden en ik wilde haar niet teleurstellen, ze had al zoveel geleden. In het schrijven vond ik een compensatie voor mijn opofferingen. Toch ben ik er niet in geslaagd mijn moeder gelukkig te maken. Hoewel ik een competent officier was, werd ik bij promoties altijd gepasseerd. Toen ik besloot het leger te verlaten, heeft mijn moeder zich in haar huis opgesloten en sindsdien niemand meer ontvangen. Zij is analfabeet. Ze weet dat ik bekend ben in de wereld, maar dat laat haar koud. Daarmee is mijn leven mislukt.''

Waanzin

Lange tijd wist Yasmina Khadra zich achter zijn pseudoniem (de eerste twee voornamen van zijn vrouw) te verschuilen; in 1999 onthulde de auteur in Le Monde geen vrouw maar een man te zijn, en na zijn vertrek uit Algerije, een jaar later, maakte hij zijn identiteit geheel bekend. ,,Mijn romans schreef ik tijdens de burgeroorlog. Iedere dag verloor ik familie, vrienden, kennissen. Ik ben nooit op roem uitgeweest, ik dacht dat ik het niet zou overleven.'' Toch schreef Khadra toen de boeken waarmee hij beroemd werd, De lammeren Gods en Waarvan wolven dromen, een hachelijke onderneming die hem was men toen achter zijn ware identiteit gekomen het leven had gekost. ,,Ik wilde eerlijk zijn'', zegt hij kortaf, ,,eerlijk op intellectueel gebied.''

In beide romans schetst Khadra hoe het fundamentalisme individuen tot waanzin drijft, hoe een van oorsprong vredige samenleving afglijdt en in een afgrond van geweld en terreur verdwijnt, zonder dat er nog een spoor van menselijke waardigheid, respect of liefde overblijft. De lammeren Gods zou je de biografie van een dorpje kunnen noemen. Het leven raakt er op drift, geweld wordt beantwoord met geweld, op het ene exces volgt het andere. ,,Ieders leven wordt vermorzeld als in een dorsmachine.'' In de loop van het boek neemt de dreiging langzaam toe. ,,Nu, kort na de aanslagen in Spanje, voelt iedereen in het Westen ineens ook die dreiging.'' Khadra wordt fel, verheft zijn stem. ,,Mijn boeken gaan over wat ook u hier, in het Westen, zult meemaken als u niet uitkijkt. U reageert verkeerd, u bent alleen verontwaardigd als het Westen getroffen wordt. Zolang de aanslagen plaatsvinden in Irak of in Indonesië zijn het voor u slechts gebeurtenissen die u voor kennisgeving aanneemt. Nu Spanje pas geleden doelwit was raakt het u. Maar ook Algerije ligt maar op een paar uur vliegen van hier! Hebben wij u daar ooit over gehoord? Als u de terroristische plaag wilt bestrijden, zult u zich eerst solidair moeten verklaren met de Arabische landen, met de islamitische volken die al zolang lijden onder het fundamentalisme. Alleen samen met hen kunt u een homogeen, geloofwaardig en hecht blok vormen en de fundamentalisten isoleren. Alleen kunt u niets.''

Steniging

In De zwaluwen van Kabul laat Khadra zien wat er met mensen gebeurt die hun werk, hun huis, hun familie, vrienden en hun zelfvertrouwen kwijtraken. ,,In Afghanistan hebben de fundamentalisten, net als in Algerije, het individu zo geïsoleerd, dat niemand een ander meer zijn vriend durft te noemen. Iedereen denkt dat hij helemaal alleen is. Niemand vertrouwt een ander. Niemand die niet in doodsangst leeft. Dan slaat de waanzin toe. Een zachtzinnige man die nog nooit een wapen heeft gedragen, ziet zichzelf een kei oprapen en deelnemen aan de steniging van een vrouw. De hoofdpersonen in mijn boek worden gek van eenzaamheid en van verdriet.''

In zijn roman heeft Khadra geprobeerd de oriëntaalse vertelling te combineren met de Griekse tragedie. ,,Je kunt De zwaluwen van Kabul lezen als Antigone, maar ook als een oosterse vertelling. De schrijver moet zoveel mogelijk licht brengen in de nacht waarin wij leven. Ik ben fatalistisch genoeg om te beseffen dat ik niet meester ben over mijn lot, maar ik bepaal wel de themas van mijn teksten. Wat ik vertel is wat ik heb gezien in de wereld om mij heen. Mijn stijl is net zo gevarieerd als de waarheid die ik probeer te vatten. Mijn boek is een schreeuw. Let op! Kijk om je heen en zie wat er gebeurt!''

Zelf heeft Khadra, als onderzoeker van bloedbaden in opdracht van het leger, zoveel ellende gezien, zoveel dode kinderen, zoveel verminkte mensen, dat hij geen sprankje licht meer waarneemt. ,,Ik kan nooit meer gelukkig zijn. Zelfs een feest ter gelegenheid van een huwelijk of van een verjaardag verdraag ik niet meer. Na een kort moment ga ik weg. Het is allemaal vals.''

Yasmina Khadra: De zwaluwen van Kabul. Atlas. Vertaald door Floor Borsboom. 159 blz. €18,50