Het vergeefse verlangen naar gewone mensen

Zeker zeven nieuwe boeken verschijnen de komende dagen en weken over de zaterdagochtend vroeg overleden prinses Juliana. Nog voor de bijzetting aanstaande dinsdag publiceert uitgeverij Strengholt Koningin Juliana. Een leven in beeld en kort daarop Koningin Juliana. Moeder des Vaderlands. 1 april volgt Het Spectrum met Het aanzien van Juliana 1909-2004, vrijwel tegelijk met het deels op NOS-televisie-uitzendingen gebaseerde Juliana, 1909-2004 van Sdu Uitgevers. Fontein presenteert Juliana. Een leven in dienst van Nederland door Fred J. Lammers, A.W. Bruna komt met een bijgewerkte herdruk van Evert Santegoeds Juliana, moeder majesteit, een boek dat ook nog in de ramsj te vinden is. Bert van Nieuwenhuizen schreef Juliana, Maatschappelijk werkster met kroon (Aspekt), een korte biografie.

Daarmee loopt het boekenplankje met werken over Juliana gestaag vol met vooral beeldgestuurd materiaal over de vrouw die grotendeels is ontsnapt aan de belangstelling van serieuze biografen. In 1980 verscheen het belangrijkste boek: Juliana. Vorstin naast de rode loper van dra. M.G. Schenk en Magdaleen van Herk, waarop boeken als dat van Santegoeds en Oranje-biograaf J.G. Kikkert (Juliana 80 jaar, uit 1989) sterk leunen. Sindsdien hebben biografen echter meer geschreven over haar echtgenoot (boeken van Klinkenberg en Van Wijnen), haar moeder (de tweedelige Wilhelminabiografie van Cees Fasseur) en zelfs haar schoonzoon (Pieter van Vollenhoven. Burger aan het hof van Dorine Hermans, 2002). Wel verscheen anderhalf jaar geleden de roman Mevrouw Majesteit. We zien hoe de vorstin midden in de Greet Hofmans-affaire, op initiatief van Prins Bernhard, door doktoren wordt vastgegrepen, met een kalmerende vloeistof wordt geïnjecteerd (`,,Laat dat, laat dat,'' schreeuwde ze, ,,help, help''.') en wordt opgenomen in een kliniek.

De meeste serieuze biografen kijken voorlopig de kat uit de boom, zeker zolang niet duidelijk is in hoeverre het mogelijk zal zijn de archieven van het Koninklijk Huis te gebruiken. Toch valt uit de boeken die in de vorige eeuw zijn verschenen, wel het een en ander op te maken. Over Juliana zelf, maar vooral ook over het geleidelijk verschuivende beeld dat de onderdanen van haar hadden.

In de boeken die in de jaren kort na haar troonsbestijging in 1948 verschenen, wordt de jonge koningin in de eerste plaats als moeder gezien, met veel aandacht voor haar gezinsleven. Zo is het in 1948 verschenen Haar werk ging door. Prinses Juliana in Noord-Amerika van H. Marsman uitbundig geïllustreerd met veelal door Bernhard gemaakte kiekjes van het gezin: Juliana voor de schuilkelder met een mitrailleur op de achtergrond, Beatrix in bad, Margriet op de commode. In de loop van het boek volgen steeds meer plaatjes van de reizen die Juliana door Amerika maakte. Die officiële activiteiten worden uitgebreid beschreven, met de kennelijke bedoeling de lezer duidelijk te maken dat de aanstaande vorstin zich in de Nieuwe Wereld niet alleen aan haar kinderen had gewijd, maar ook aan staatszaken. J. Waterinks Onze jonge koningin thuis (1948) besteedt ook veel aandacht aan huiselijke zaken: het boek bevat zelfs een plattegrond van Paleis Soestdijk. En veel lovende teksten over Prins Bernhard, waarschijnlijk op initiatief van Juliana zelf.

Terwijl in de volgende jaren juist de verhouding tussen koningin en prins dramatisch verslechterde door de Greet Hofmans-affaire, blijven de Oranjepublicaties de zonnige kant van de koninklijke familie tonen. De dubbelpocket Juliana uit de Zwarte Beertjes reeks ter gelegenheid van Juliana's vijftigste verjaardag in 1959 citeert wel uit de omstreden toespraken van de koningin voor de Veiligheidsraad, maar kiest zo algemeen mogelijke passages. En plaatst die in een context van moederlijkheid en vrouwelijkheid: `Het is in de eerste plaats een vrouw die hier spreekt. Een vrouw die zich geeft zoals zij is, eerlijk en zonder fraze.' Wel komt de eigenzinnigheid van de vorstin, die consequent weigerde zich aan protocollen (`idiotie') of tijdschema's te houden al nadrukkelijk naar voren. Waarschijnlijk is dat de invloed van de ongecompliceerde wijze waarop zij in 1953 de slachtoffers van de Watersnoodramp tegemoet was getreden.

Tot in de jaren zeventig zwijgen de boeken over de invloed van gebedsgenezeres Hofmans en het daaruit voortvloeiende conflict tussen de atlanticus Bernhard en de pacifiste Juliana. Dat doen ze ook over het tot op de dag van vandaag geheime rapport van de commissie-Beel, dat Juliana ertoe dwong de banden met haar vertrouwelinge te verbreken. Ook het boekje Juliana, koningin der Nederlanden uit 1971, vermeldt Hofmans niet. Dat is des te opmerkelijker omdat de samenstelster, dra. M.G. Schenk (1907-1991), als correspondente van de Daily Express in 1956 tot in detail op de hoogte was van de gebeurtenissen. Én omdat Schenk acht jaar later in het samen met haar nicht Magdaleen van Herk gepubliceerde Juliana. Vorstin naast de rode loper wél uitgebreid op de affaire ingaat, zoals H.J.A. Hofland in zijn legendarische opstel `Greet Hofmans en de pers' (uit Tegels lichten, 1972) ook al had gedaan.

Juliana. Vorstin naast de rode loper veroorzaakte veel opschudding, tot aan bommeldingen bij het kantoor van de uitgever (De Boekerij) toe. En het boek had nog controversiëler kunnen zijn, vertelde Van Herk deze week aan een verslaggever van De Volkskrant: ,,Maar mijn tante hield bepaalde zaken uit het boek.''

Desondanks staat er veel in, dat naast enkele bundels toespraken (zoals Tot u spreekt Hare Majesteit de Koningin, Hollandia, 1974), het belangrijkste boek is voor de Julianastudie. Schenk en Van Herk portretteren Juliana als een vrouw die als kind al een diep verlangen had om bij de `gewone mensen' te horen, maar vergeefs. Hoe vaak ze ook achteraan een rij wachtenden aansloot, altijd zouden de anderen prompt plaats voor haar maken. Ze wilde graag studeren, maar verbleef slechts slechts twee jaar aan de Leidse universiteit. Rondom de Watersnoodramp, stelt het boek, kreeg Juliana steeds meer weg van een maatschappelijk werkster.

In de jaren rondom de Hofmans-affaire wreekte zich volgens de auteurs vooral Juliana's onvermogen om politiek te denken. Dat kwam vooral tot uiting in haar naar een pacifistische Derde Weg neigende toespraken in de VS, op het hoogtepunt van de van de Koude Oorlog. Zo zei ze ter gelegenheid van het driejarig bestaan van de NAVO in Washington: `De NAVO is een groep van naties, die gerangschikt zijn rond een zee. Ik ken maar één ander voorbeeld hiervan, en dat is het Romeinse Rijk, gegroepeerd om de Middellandse Zee. Dat was een rijk, dat een afschrikwekkende indruk maakte op zijn omgeving.' Ook van de desbetreffende ruzies tussen Juliana en minister Stikker (Buitenlandse Zaken) doen Schenk en Van Herk uitgebreid verslag.

Latere halve en hele affaires (de verlovingen van Irene en Beatrix, Lockheed) passeren de revue, waarbij Juliana nadrukkelijk wordt geportretteerd als iemand met een groot empathisch vermogen, maar ook met een grote aanleg tot koppigheid. Pas op het laatste moment liet ze zich in het grondwettelijk gareel brengen. Schenk en Van Heek schrijven het niet met zoveel woorden op, maar de eigenzinnige koers van de `pacifiste' Juliana ten opzichte van de Nederlandse regering, doorgaans toegeschreven aan de invloed van Hofmans, doet in hun boek denken aan de wijze waarop koningin Wilhelmina in haar Londense ballingschap de conflicten met haar kabinet aaneenreeg, in de stellige overtuiging het beter te weten dan de politici. Ze moest haar `morele verantwoordelijkheid' nemen.

Na Schenk en Van Herk, die Juliana bekritiseren omdat zij zich na haar troonsafstand niet terugtrok uit het openbare leven, verzwijgen de biografen geen affaires meer. Wel worden ze, bijvoorbeeld door Ans Herenius-Kamstra in Juliana. Mens en majesteit (1999), veelal beschreven in termen van persoonlijke beproevingen. Dat er echter nog veel nieuwe feiten te ontdekken zijn, ook over de al veel bediscussieerde jaren vijftig in het Oranjehuis, blijkt uit publicaties over anderen. Zo schrijft Cees Fasseur, die de correspondentie tussen Juliana en Wilhelmina tot zijn beschikking had, in het tweede deel van zijn Wilhelmina-biografie de intrigerende zinnen: `Juliana was geschokt en stelde in de zomer van 1955 haar echtgenoot voor Soestdijk te verlaten. Hij kon toch bij zijn moeder in Warmelo gaan wonen?'