Het beest van de staat moet leegbloeden

De kerk der mormonen, gesticht in 1830, werd vanaf het begin getekend door fundamentalistische trekken. Over polygamie, verlossing en bloedwraak.

De twee broers die op 24 juli 1984 in Utah Country de jonge moeder Brenda Lafferty en haar één jaar oude dochtertje de keel doorsneden, beriepen zich op een directe opdracht van God zelf. Ron Lafferty, een van de moordenaars en zwager van de vermoorde Brenda, kreeg sinds zijn plotselinge bekering tot de fundamentalistische afsplitsing van het mormonengeloof regelmatig openbaringen van Boven door, die toevalligerwijs helemaal in zijn straatje pasten: God wees hem aan als `the One Mighty and Strong', de profeet die in de heilige geschriften van de mormonen wordt aangekondigd als de heiland die orde op zaken zal stellen in een hopeloos verdorven wereld. Bovendien kreeg hij de opdracht zijn schoonzus uit de weg te ruimen, omdat ze de plannen van God zou doorkruisen – en het was precies die schoonzus die zich te weer gesteld had tegen het groeiende fundamentalisme van de gebroeders Lafferty (zes in getal) en hun bekering tot dat heetste hangijzer van het mormonengeloof: veelwijverij. In zijn ogen was het Brenda geweest die Rons eigen vrouw de benen had doen nemen, omdat ze mishandeld werd en gedwongen was zijn polygame neigingen te accepteren. Ook haar baby moest dood, en nog twee anderen die hem hadden dwarsgezeten. Gods wil en die van Ron Lafferty vielen geheel samen.

De Amerikaanse auteur John Krakauer, die twee internationale bestsellers schreef over mannen die extreme fysieke situaties opzochten, beschouwde de religieuze waan van de Lafferty's (Rons broer Dan, die met zijn broer meemoordde, heeft levenslang gekregen en waant zich inmiddels een incarnatie van de profeet Elia) als een teken aan de wand. Oorspronkelijk was het zijn bedoeling een boek te schrijven over de manier waarop gelovigen vandaag de dag manoeuvreren tussen hun irrationele overtuigingen en een modern wetenschappelijk wereldbeeld; maar Under the Banner of Heaven is vooral een boek geworden over Amerikaans religieus extremisme, met de moord op Brenda Lafferty als bloederig middelpunt. Want Krakauer ziet die moord niet als een gruwelijke ontsporing, maar als het duistere hart van ieder geloof – en het mormonengeloof in het bijzonder.

Polygamie

In hoofdstukken die het relaas van de moord onderbreken schetst Krakauer een uitgebreid portret van het godsdienstmilieu, waarin God je persoonlijk de opdracht voor een slachtpartij kan geven. Een bizarre wereld: het mormoonse fundamentalisme, hoofdzakelijk geconcentreerd in de Fundamentalistische Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen, blijkt doortrokken van de alles verterende rancune tegen de hedendaagse neiging tot aanpassing van de moederkerk. Deze `heiligen' zien het afzweren van de polygamie als een afgrijselijke dwaling en een rechtstreekse belediging van God en zijn enige echte profeet, Joseph Smith, de voormalige schatgraver die in de eerste helft van de negentiende eeuw via een engel en een gevonden schat van gouden, met openbaringen gegraveerde tafelen Gods wil deelachtig werd en die vertaalde in The Book of Mormon (1830), de mormonenbijbel.

De hedendaagse fundamentalisten, die vooral op de grens van Arizona en Utah wonen, weten hun diepste natuurlijke instincten gewaarmerkt door God zelf: mannen van in de zeventig nemen nauwelijks ontloken tienermeisjes als hun zoveelste bruid. Wanneer zij overlijden worden hun bruiden door de ouderlingen van de kerk aan een andere echtgenoot toegeschoven. De familierelaties zijn hopeloos verknoopt: tienermeisjes worden stiefmoeder van hun natuurlijke moeder, moeders en dochters huwen dezelfde man. Een beetje fundamentalistische mormoon heeft meer dan tien vrouwen en talloze kinderen. Krakauer wisselt het ene relaas van misbruik en machodwang met het andere af. Incest is nooit ver weg, net als verkrachting. Veel vrouwen slaan op de vlucht, maar net zo vaak verdedigen ze hun mannen. Deze fundamentalisten zijn doortrokken van een diepe haat tegen de staat, die hen tegelijk met uitkeringen onderhoudt (omdat veelwijverij bij de wet verboden is, sluiten de meeste fundamentalistisch mormonen slechts `geestelijke huwelijken' met hun talloze vrouwen, die vervolgens in aanmerking komen voor bijstand als ongehuwde moeder). De staat uitmelken is door God goedgekeurd en wordt bleeding the beast genoemd.

In uitvoerige tussenhoofdstukken beschrijft Krakauer de ongelofelijke geschiedenis van de Amerikaanse mormonen, die langs tal van directe openbaringen en slachtpartijen voert. Fascinerend is het verhaal van de opeenvolgende profeten van het eerste uur – Joseph Smith, Brigham Young – die er met charme, standvastigheid, list en bedrog in slaagden een nogal idiote negentiende-eeuwse sekte de geloofwaardigheid van een wereldreligie te geven. Het mormonendom werd vanaf het begin getekend door fundamentalistische trekken: bloedwraak geldt tot op heden als een leidend principe. De aanhangers staan in direct contact met God, die tot ieder van hen kan spreken; vandaar dat zich in de leer zoveel plotselinge wendingen konden voordoen – wanneer zich een netelige geloofskwestie voordeed, werden de heftige overtuigingen van de kerkleiders al gauw gestut door een openbaring van God zelf. Vandaar dat het aantal schisma's en afscheidingen nauwelijks bij te benen valt.

Nieuwe Jezus

De donkere kant van de godsdienst – Krakauer is in Under the Banner of Heaven zo gepreoccupeerd met de ontsporingen van de religieuze waan, die keer op keer geweld en misbruik legitimeert en er een volkomen verzonnen beeld van een zuiver leven op nahoudt, dat de uiteindelijke ambivalentie van zijn boek nogal als een verrassing komt. Na al die intrigerende, goed geschreven verhalen over vooral mannen die hun primitiefste instincten kunnen uitleven omdat ze God aan hun zijde wanen, na alle hypocrisie en bloeddorst en machismo, kun je zijn boek nauwelijks anders zien dan als één lange aanval op de godsdienst zelf – en op de lange traditie van religieus extremisme waarvan Amerika tot op de dag van vandaag doortrokken is. Regelmatig wordt Utah beschreven als een soort Afghanistan, en inderdaad lijkt het wereldbeeld van de mormoonse fundamentalisten nauwelijks te verschillen met dat van de Talibaan. Aan de moordenaar Dan Lafferty, die in zijn cel zwelgt in grootheidswaan en ondergangsfantasieën (over de moorden: `Yes, I was guided by the hand of God') legt Krakauer voor dat zijn geestesgesteldheid niet verschilt met die van Osama bin Laden. Lafferty wil zich wel in die vergelijking verdiepen – Bin Laden is zeker oprecht in zijn geloof, vindt hij, alleen hangt hij het verkeerde aan, anders dan Lafferty zelf, die zichzelf inmiddels als een nieuwe profeet ziet, door God op aarde gezet om de weg voor te bereiden voor een nieuwe Jezus die schoon schip komt maken, of zoals Lafferty het uitdrukt: `The Big Party is getting close.'

Maar helemaal aan het eind van zijn boek laat Krakauer zien dat hij begrip heeft voor de dilemma's van het geloof. Hij toont veel bewondering voor de mormoonse historici die in hun studies onvervaard de bloederige wortels van hun kerk blootleggen en zich niet laten ringeloren door de geschiedvervalsende manipulaties van de kerkleiders, maar die niettemin blijven geloven. In het slothoofdstuk voert hij een afvallige ten tonele, een man wiens voorouders onlosmakelijk verbonden zijn met de gewelddadige geschiedenis van het mormonengeloof. DeLoy Bateman heeft ieder geloof afgezworen, hij heeft het huwelijk met zijn tweede vrouw ontbonden, maar tegelijk weet hij zichzelf buiten de sociale orde geplaatst waarvan hij zijn hele leven deel uitmaakte. Hij voelt zich nog altijd mormoon, hij draagt ook de verplichte lange onderbroek nog. Hij heeft ingezien dat de behoefte aan geloof het geloof zelf schept, maar naast een gevoel van bevrijding erkent hij nu ook een gevoel van verlies. Tegen Krakauer zegt hij dat de mensen met een geloof in Colorado City waarschijnlijk gelukkiger zijn dan de mensen die buiten het geloof staan. ,,Maar sommige dingen in het leven zijn belangrijker dan gelukkig zijn. Zoals de vrijheid om voor jezelf te denken.'

John Krakauer: Under the Banner of Heaven. A Story of Violent Faith. Doubleday, 373 blz. €26,57. De vertaling verschijnt in mei bij Prometheus.