Het Beeld

Omdat in Nederland de uitzendingen pas in 1951 begonnen, wordt televisie hier veelal als een naoorlogs medium beschouwd. Ik wist dat er in de jaren dertig al wel geëxperimenteerd was: om precies te zijn sinds 1926 in Engeland, en vanaf de Wereldtentoonstelling van New York (1939) in de VS. Stel je nu eens voor dat er in het Derde Rijk al televisie was geweest, en we via dat medium een beeld konden krijgen van het dagelijks leven onder Hitler...

Ik wist niet wat ik hoorde: de eerste reguliere televisie-uitzendingen ter wereld begonnen in maart 1935 in Berlijn, en de Fernsehsender Paul Nipkow Berlin heeft het tot in 1944 volgehouden. De opnametechniek stond nog in de kinderschoenen, daarom waren de meeste uitzendingen live; die zijn dus verloren gegaan. Maar op de onvolprezen Belgische publieke zender Canvas, in de rubriek Het derde oog, was gisteren een klein uur nazi-televisie te zien, in de documentaire Das Fernsehen unter dem Hakenkreuz van Michael Kloft. In een DDR-archief waren 250 rollen met 35mm-film gevonden, bestemd voor televisie. En de documentaire die die schatten onthult, al uit 1999 (!), is bij mijn weten niet erg wijd verbreid.

In het Derde Rijk bestonden maar zo'n vijfhonderd televisietoestellen, die grotendeels in het bezit waren van partijbonzen, journalisten en technici van de posterijen. Een aantal toestellen was opgesteld in openbare televisiesalons (Fernsehstuben), waar het publiek kon komen kijken. In 1944 kon de televisiezender alleen blijven bestaan door een bijdrage te leveren aan de oorlogsinspanning. Alle toestellen werden gevorderd voor een specifieke doelgroep, zoals het toen al heette: gewonde militairen, die onder meer konden kijken naar voor hen bestemde showprogramma's en een reportage over de sporttraining van eenbenigen.

Door het geringe bereik was het belang van televisie voor de nazipropaganda zeer beperkt. Bovendien was propagandaminister Goebbels zeer geschrokken van zijn eigen beeltenis. In de luwte kon de nazi-televisie dus een heel ander beeld schetsen dan wat Leni Riefenstahl en de Wochenschau in de bioscoop presenteerden: minder geësthetiseerd, rauwer en realistischer. Met de strak marcherende troepen rennen kleine jongetjes mee, die niet in de pas lopen.

Het meest verbijsterende van Klofts compilatie is in welke mate nazi-tv op onze tv lijkt. Er zijn kookprogramma's, amusement, modeshows en quasi-spontane interviews: ,,Wat een toeval, meneer Speer, dat we u hier treffen'', en ,,ach, burgemeester, kom er even bij zitten.'' Er is een verslaggever die als in Man bijt hond door het land trekt om met gewone mensen over tuinieren, vissen en paardrijden te praten. Er is satire, sport (met een bokswedstrijd van Max Schmeling in slow motion) en human interest: een partyverslag van het bezoek van Mussolini aan het buiten van Goering: ,,Kijk, daar hebben we ook de acteur Gustaf Gründgens!''

Je gelooft je ogen en oren niet, als de omroepster afsluit met de Hitlergroet en televisie van alle tijden blijkt te zijn.