Esther Jansma

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vadserlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om te helpen de gedachten te bepalen.

De geliefden

Hij lag op rode rotsen aangespoeld

en droomde dat haar stem hem riep, zand

dat over hem werd uitgestrooid en verwaaide.

De zee legde zich neer aan zijn borst.

Zijn hart was de broedplaats van kleurige

vogels. De wind keerde terug.

Een voor een stegen de vogels op,

ze schreeuwden en vielen omhoog, hulpeloos

werden ze opzij gesmeten.

Zijn hart was een wond, een verlaten kamer

toen ze hem vond, het verschil tussen hem

en de grond was liefde, meer niet.

Ze tilde hem op. Zacht probeerde ze

zijn mond te sluiten. In het schip

probeerde ze zijn mond te sluiten.

Ze zweeg en duwde zijn lippen op elkaar.

Ze zweeg en legde zijn armen om haar hals.

Het lukte. Zijn hoofd ligt op haar schouder.

Hij zwijgt. Ze varen. Ze zijn alles voor elkaar.

Uit: Esther Jansma: Hier is de tijd (De Arbeiderspers, 1998)

,,Ik lok de lezer met eenvoudige taal binnen'', zei Esther Jansma (1958) zes jaar geleden naar aanleiding van haar bundel `Hier is de tijd', waarvoor ze de VSB-poëzieprijs kreeg. De nieuwe Vasalis, zoals ze wel wordt genoemd, is van beroep dendrochronologe, iemand die hout dateert met behulp van jaarringen. In de zes dichtbundels die ze sinds 1988 publiceerde, komen vooral twee elementen terug: water en steen. In het nawoord bij de recente herdruk van haar tweede bundel, `Bloem, steen '(1990) typeerde Jansma haar poëzie als `kortstondige beeldhouwwerkjes.' Meer informatie op www.kb.nl/dichters