Een vechter voor alle leeftijden

Was Jezus een Republikein? Hoewel cineast Mel Gibson zich niet expliciet over zijn politieke voorkeur heeft uitgelaten, beschouwt hij zijn fenomenaal succesvolle film The Passion of the Christ als een wapen in de strijd tegen een seculier Amerika. En feit is dat de film aansluit op het binnenlandse verkiezingsthema van president George Bush. Diens partijstrateeg, Karl Rove, wil de Republikeinen omsmeden tot de partij van gelovig Amerika. The Passion bezegelt daarmee de band tussen twee religieuze stromingen die het grootste deel van de Amerikaanse geschiedenis niets van elkaar moesten hebben. De omslag kwam in de jaren zeventig, toen behoudende katholieken en conservatieve protestanten gezamenlijk in opstand kwamen tegen het recht op abortus. Drie decennia later hebben ze onderdak gevonden in de partij van Bush. The Passion of the Christ toont, in de woorden van godsdienstdeskundige Stephen Prothero, aan dat het antikatholicisme in Amerika `tot de verleden tijd behoort'.

Maar niet alleen aan het antikatholicisme is volgens Prothero, decaan van de theologische faculteit van Boston University, een eind gekomen. In een essay in The New York Times van 29 februari schrijft hij verontrust dat datzelfde wellicht geldt voor `de vriendelijke Jezus'. The Passion is immers, aldus Prothero in de laatste alinea van American Jesus, `een gruwelijke film'. De Jezus van Gibson wordt bespuugd, geslagen, geschopt en gegeseld voordat hij, bloedend en begeleid door oorlogsmuziek, zijn laatste adem uitblaast. Hij staat daarmee in schril contrast met de hippie-Christus van de jaren zestig en zeventig, die werd bezongen in de musicals Jesus Christ Superstar en Godspell. In Jesus Christ Superstar vocht de zoon van God volgens Prothero net als de rockster Jimi Hendrix `tegen een overdosis van zijn eigen demonen' en was hij desondanks een `dierbare vriend'.

American Jesus is een cultuurgeschiedenis, waarin Prothero in kaart brengt hoe Amerikanen in de loop van hun geschiedenis hun eigen hoop en angst hebben geprojecteerd op de zoon van God. De puriteinse erfenis van de kolonisten in New England werd vanaf de achttiende eeuw gaandeweg overboord gezet voor een typisch Amerikaanse godsdienstige beleving, gericht op het hier en nu in plaats van het hiernamaals. Niet `de wraakzuchtige Vader' die afstand hield tot de gelovigen werd daarom volgens Prothero vereerd, maar `de liefhebbende Zoon' die naar de wereld kwam om ons lot te delen.

Atheïst

American Jesus begint bij Thomas Jefferson, die op grond van zijn sympathie voor de Franse Revolutie door politieke tegenstanders uit New England werd uitgemaakt voor een atheïst. Ten onrechte, volgens Prothero. Jefferson moest weliswaar niets hebben van de calvinistische predestinatieleer en van kerkelijke instituties, maar hij noemde zich trots `een echte christen, dat wil zeggen een leerling van de doctrine van Jezus'. Deze was volgens hem door `godsdienstbouwers' dusdanig `vertekend en misvormd' dat hij het op zich nam de kern van diens leer uit het Nieuwe Testament te zuiveren. Tot twee keer toe ging hij het Nieuwe Testament met een scheermesje te lijf, om het tot `het simpele geloof van Christus' terug te brengen. Daarmee staat hij volgens Prothero aan de basis van een lange Amerikaanse traditie: Jefferson maakte zijn eigen bijbel en hij onderhield een persoonlijke band met Jezus. Diens doctrine was voor hem een verzameling praktische levenslessen waarin werd opgeroepen tot een deugdzaam leven. Jefferson, zo concludeert Prothero, zag het als zijn taak Jezus van het christendom te bevrijden.

In de eerste helft van de negentiende eeuw gingen populistische predikanten met zijn pionierswerk aan de haal. Deze religieuze entrepreneurs, zoals Prothero ze noemt, deden tijdens typisch Amerikaanse opwekkingsbijeenkomsten aan klantenbinding. Hoe meer ze tijdens hun preken `huilden en zweetten', des te populairder ze werden. Niet lezing van de bijbel maar een `intieme wandeling' met Jezus vormde `het hart van het geestelijk leven' waarop deze predikanten de nadruk legden. Ook in religieuze bestsellers, die in de tweede helft van de negentiende eeuw de rol van predikanten overnamen, werd Jezus geportretteerd als een sympathieke kameraad die goede (en goedkope) raad verstrekte. In de huiselijke cultuur van het progressieve protestantisme aan het eind van de eeuw kreeg Jezus steeds meer een `vrouwelijke stem'. In The Story of Jesus Christ: An Interpretation (1897) van Elizabeth Stuart Phelps had hij zelfs feministische trekken; hij was `de enige man die begrip kon opbrengen' voor de benarde positie van vrouwen.

Goeroes

Aan het begin van de twintigste eeuw kantelde het beeld. De gevoelige Jezus kweekte in het Amerika van Theodore Roosevelt een spierbundel. De Verenigde Staten roerden zich op het wereldtoneel in een splendid little war met Spanje, en konden daarbij de steun van de `soldaat Christus' goed gebruiken. Opnieuw was het een rondreizende predikant die Jezus populair maakte. Honkbal-evangelist Billy Sunday noemde hem zonder aarzelen `de grootste vechter' die ooit heeft geleefd. `Er was niets weeks, niets zoet-vrouwelijks aan Jezus', verklaarde ook de predikant Walter Rauschenbusch van de Social Gospel. Maar waar Sunday individuele zondaars op het rechte pad wilde helpen, stelde Rauschenbusch zijn boodschap in dienst van een sociaal rechtvaardig leven. Zijn Jezus was een `hard werkende timmerman' en `een man van het volk'. De reactie kon niet uitblijven: in The Man Nobody Knows: A Discovery of the Real Jesus (1925) portretteerde Bruce Barton Jezus als een slimme zakenman die met zijn twaalf discipelen een florerend bedrijf opzet. Het boek van Barton stond twee jaar op de bestsellerslijsten en is volgens Prothero nog altijd populair.

Amerikanen, concludeert Prothero, hebben een persoonlijke relatie met Jezus. De wortels daarvan liggen bij Jefferson en bij de opwekkingsbijeenkomsten van de negentiende eeuw. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd Jezus door hippies en new age-goeroes losgekoppeld van iedere vorm van georganiseerde godsdienst en zelfs van het christendom. Mel Gibsons Jezus vormt daarop het antwoord. Zijn Christus is geen rebel en geen `vriend' die advies geeft bij de zoektocht naar een gelukkig leven. Hij is een man die door zijn leven te offeren oproept tot permanente waakzaamheid.

Stephen Prothero: American Jesus. How the Son of God Became a National Icon. Farrar, Straus and Giroux, 364 blz. €27,50