Een schelm rijdt BMW

Marek Hlasko, de Poolse James Dean, leidde een leven zoals een angry young man behoort te leiden. Snel en fel. Hij debuteerde in 1955 op eenentwintigjarige leeftijd met een bundel verhalen en was op zijn vierentwintigste al een van Polens bekendste schrijvers. Zo bekend, dat hij toestemming kreeg om naar het buitenland te reizen. In Parijs publiceerde hij enige werken die in Polen niet door de censuur waren gekomen. Dit bracht hem in conflict met de Poolse autoriteiten die weigerden zijn paspoort te verlengen. Hlasko is nooit meer naar Polen teruggekeerd. De volgende tien jaar vinden we hem in Europa, Israël en Amerika. Hij gaat met zijn leven van drank, sigaretten en vrouwen steeds meer lijken op de meestal wanhopige figuren uit zijn eigen werken. In 1969 wordt hij dood gevonden in een woning in Wiesbaden. Een overdosis slaappillen, klassieker kan het niet.

In Nederland is zijn werk nooit zeer bekend geworden, tot voor kort. In 2002 verscheen een nieuwe vertaling van zijn prachtige novelle De achtste dag van de week en nu is zijn laatste roman, De uil is de dochter van de bakker, verschenen. Waarschijnlijk is die belangstelling te danken aan Arnon Grunberg, een bewonderaar van Hlasko, aan wie hij zelfs de voornaam van zijn alter ego heeft ontleend. Hlasko heeft ook wel wat van Grunberg, of beter gezegd: Hlasko blijkt een van de inspiratiebronnen van Grunbergs oeuvre.

De hoofdpersoon van De uil is de dochter van de bakker is een jongeman die net ontslagen is als journalist bij de krant waar hij werkt. Het is begin jaren vijftig in Polen, de jaren van de stalinistische terreur. Hij neemt de trein naar Wróclaw, waar hij een oom en tante heeft. Die oom Józef, het komische karakter in het boek, is een ouderwetse schelm. Zijn tante wijst hem de deur, zodat hij na enige omzwervingen terechtkomt bij een wat raadselachtige figuur, Samsonov, die een klusje voor hem heeft. Hij moet de vrouw van een ter dood veroordeelde kolonel rondrijden in de BMW die haar man toebehoorde.

De ik-verteller, Grzegorz, is een merkwaardige figuur, een man die geen eigen identiteit lijkt te hebben, maar als het ware op alle andere mannen lijkt en die het kameleontische vermogen heeft in andermans persoonlijkheid te kruipen. Zo is hij een ideale vervanger van mannen die enige tijd uit de roulatie zijn, bijvoorbeeld omdat ze in de gevangenis zitten. In het begin van het boek is er al sprake van zo'n relatie, die na vrijlating van de man is geëindigd met de zelfmoord van het echtpaar. Ook met de kolonelsvrouw, Weronika Rackmann, begint een dergelijk spel want ook op de kolonel lijkt hij sprekend.

Langzamerhand neemt Grzegorz de plaats van de kolonel in. Weronika en hij beginnen de relatie met de kolonel tot in details na te spelen, compleet met vrijpartijen in de regen, maar ook met voortdurende angst voor arrestatie en vergeefse pogingen onder te duiken. Al snel lopen de persoonlijkheden van de kolonel en Grzegorz zo door elkaar heen dat het voor de lezer een onontwarbare kluwen wordt. Ook Samsonov speelt mee in dit spel, hij is namelijk de vorige geliefde van Weronika geweest, die door de kolonel en nu dus weer door Grzegorz van hem is afgepakt.

`Je kunt je iemand alleen maar herinneren door middel van andere mensen', zegt Grzegorz ergens tegen Weronika en hij brengt dit dus wel heel erg letterlijk in praktijk. Wanneer de kolonel aan het eind van het boek gratie blijkt te hebben gekregen, naar huis terugkeert en daar Grzegorz aantreft, kan deze hem dan ook oprecht meedelen: `U bent nooit weggeweest.'

De uil is de dochter van de bakker is een ongelijkmatig boek. Het idee is prachtig, het begin is overrompelend, de passages over de schelmenstreken van oom Józef zijn een waar genoegen om te lezen, de grappen en oneliners zijn meestal leuk (`Ik heb geen lot. Ik kijk alleen maar of ik toevallig geen prijs heb. Wat is het voor kunst te winnen als je een lot hebt gekocht.'). Maar ergens halverwege het boek, midden in het ingewikkelde rollenspel van Weronika en Grzegorz gaat er toch iets mis. Het verhaal begint te lang in hetzelfde kringetje door te draaien, dat pas aan het eind door enkele onverwachte gebeurtenissen doorbroken wordt. De personages van Weronika, Grzegorz en Samsonov blijven schimmig en schematisch, en ondanks alle harde grappen ligt dan toch de verveling op de loer. Ik kan het niet beter onder woorden brengen dan Grzegorz het zelf doet: `In het begin is er een idee en dan is alles geweldig. Dan begint men met schrijven en dan is het al een stuk minder. En als je uiteindelijk klaar bent, zie je alleen een verprutst idee en meer niet.'

Verprutst is het boek niet, maar De uil is de dochter van de bakker is een klassiek voorbeeld van een boek dat op weg is een meesterwerk te worden, maar het toch net niet haalt. Aan de vertaler heeft dat niet gelegen, de vertaling van Karol Lesman is voortreffelijk.

Marek Hlasko: De uil is de dochter van de bakker. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. Contact, 223 blz. €14,90