De katten gaan altijd voor

De jaren beginnen te tellen bij de achttienjarige lapjeskat Vlek. Zij wil dat haar baasje een kussentje op het balkonstoeltje legt. `Zolang ik niet met het kussentje verscheen zou ze aanhoudend, dwingend blijven gillen. Ze werd doof, vandaar dat ze heel hard miauwde.' Als het kussentje er ligt, moet de kattenbak worden schoongemaakt. Dan gebeurt het: `iets of iemand trok razendsnel een riem aan onder mijn borstkas, steeds strakker. Ik snakte naar adem, probeerde me te bewegen, maar dat lukte niet. Een vreemde pijn die van heel diep kwam vlamde op boven of in mijn maagstreek.' Een hartaanval, concludeert een telefonisch geconsulteerde arts. `U moet onmiddellijk naar het ziekenhuis komen'. Dat gaat niet, wegens de katten. Een oppas is er waarschijnlijk pas na het weekend. `Mijn katten gaan altijd voor.'

Dat het toch nog goedgekomen is met Frans Pointl, zijn hart en de katten blijkt later in dit titelverhaal van zijn nieuwe bundel De Heer slaapt met watjes in zijn oren, de opvolger van Vijf laatste verhalen uit 1999. Het is ook meer dan goedgekomen met de schrijver Pointl. De Heer slaapt met watjes in zijn oren is een uitstekende bundel, waarin de bekende, melancholische zinnen van Pointl steeds vaker worden onderbroken door grimmige gedachten. Hoewel Pointl (die altijd autobiografisch schrijft) aangeeft dat hij vaak aan de dood gedacht heeft `als oplossing, als troostende gedachte, als finishing touch', lijkt hij een nieuwe, wat bozige, energie gekregen te hebben. Hij is dan ook met een gevoel van haast uit het ziekenhuis gekomen: `Nauwelijks was mijn hart gerepareerd en ik wilde weer van alles.'

Die nieuwe energie toont zich bijvoorbeeld in het prachtige verhaal `Vrijwilliger', over de vijfennegentigjarige Geertje, met wie Pointl één of twee keer per week ging wandelen. Geertje is gierig, egoïstisch en klaagt onophoudelijk over haar benen, zonder hem ooit iets vriendelijks toe te voegen. Bovendien heeft ze naar eigen zeggen vijftigduizend gulden onder het zeil van haar aanleunwoning verborgen, wat de armlastige Pointl buitengewoon stoort. Hij begint haar te haten. Op een dag begint ze over seks: `Ik heb ook mijn gevoel hoor, ik bedoel van onderen, dat blijft, ook al ben je oud'. En: `Ben ik eigenlijk jouw type?' Dat leidt bij de aangesprokene slechts tot fantasieën over de invloed die de tand des tijds op haar lichaam, vooral `van onderen', gehad zou hebben.

Geertje geeft echter niet op en komt met haar ultieme verleidingspoging: `Ik heb het gevoel dat ik echt wel van je hou.' Die mist zijn uitwerking niet. Pointl vlucht weg en komt niet meer terug. De lezer blijft geschokken achter. Die heeft de geleidelijk opgebouwde weerzin voelen omslaan in een haat jegens dit rotmens. Tot die liefdesverklaring, een smeekbede waarmee ze zichzelf zo vernedert dat je alleen nog maar een eenzame en verschrompelde vrouw voor je ziet, die er net in is geslaagd met haar onhandige avances de belangrijkste man uit haar leven weg te jagen.

De woede van Pointl komt volledig tot zijn recht in het verhaal `In het land der blinden' waarin hij verslag doet van de weinig opwekkende tocht langs oogartsen en andere medici die hij moet afleggen voor hij een staaroperatie kan ondergaan. Na door zijn oogarts herhaaldelijk van het kastje naar de muur gestuurd te zijn, schrijft hij tenslotte een woedende brief: `Ik beschuldigde hem ervan dat hij mijn leven volkomen had verpest.' Dat werkt wel: hij krijgt een nieuwe arts, een operatie en hij geneest.

Pointls wereld lijkt te grimmig te zijn geworden voor veel weemoed, de dood is hem te dicht genaderd. Hij dempt zijn opwinding steeds minder met melancholische gedachten. Met hier en daar een uitzondering, zoals het ontroerende verhaal `Muizen en muizenissen', over een joods jongetje dat muizen houdt in naoorlogs Amsterdam. Maar vaker vinden we Pointl op het kookpunt, in communistisch Sofia of in een `echte relatie': samenwonend met een zekere Corrie. Een tot mislukken gedoemd project, al zegt zij drie keer dat ze van hem houdt, meestal kort nadat hij haar heeft getrakteerd. Daar staat tegenover dat ze hem uitscheldt voor `vuile rotjood' en een ander neemt. Pas op de laatste pagina's van het boek, Corrie is dan dood en al begraven, krijgt de verteller iets van zijn berusting terug, al is het maar omdat hij aan de `regelrechte ramp' van een huwelijk is ontkomen. Gelukkig voor hem, maar door de vitaliteit van Pointls boosheid in deze bundel, gaat het de lezer bijna spijten dat het niet van een langere verbintenis met haar is gekomen.

Frans Pointl: De Heer slaapt met watjes in zijn oren. Nijgh & Van Ditmar, 184 blz. €14,95