Calamiteit

Wij beginnen van het woord `calamiteit' te houden.

Toen ik gistermiddag omstreeks half twee geheel onschuldig het Centraal Station van Amsterdam wilde binnengaan, hoorde ik een mannenstem omroepen: ,,In verband met een calamiteit rijden thans de treinen, bussen en metro niet meer. Onze excuses voor het ongemak.''

Een calamiteit is een grote ramp die al voltrokken is. Het is zover, dacht ik dan ook, Bin Laden is Nederland via het IJ binnengedrongen. Alleen dat andere woord, `ongemak', kwam me in dit verband vreemd voor, maar ik zag het als een poging om ons nog een béétje gerust te stellen.

Een politieagente maande me onmiddellijk om te keren, en samen met een grote, ordeloze stroom reizigers liep ik in de richting van het Damrak. De twee grote bruggen naar het station werden daarna afgesloten door legertjes politiemensen. Dwars op de brug naar de hoofdingang van het station kwam een blauwe bus met het opschrift `Calamiteitencontainer' te staan, een bus dus die louter calamiteiten bevatte een nieuwerwets soort doos van Pandora.

Waar ging dit heen?

Niemand wilde het ons, wachtenden, vertellen. Op gezette tijden werd alleen de mededeling over `de calamiteit' herhaald. Het woord `bommelding' heb ik officieel niet horen gebruiken. Om mij heen gistte het dan ook van de geruchten.

,,Er ligt een bom.''

,,The explosion is at about two o'clock.'' (Engelse toerist).

,,Wir sind live dabei.'' (Duitse toerist).

,,Als hier straks iets vreselijks gebeurt, kunnen wij later altijd zeggen: wij hebben het gezien.'' (Man tegen vriendin).

Zo stonden wij ons, met alle ongezonde nieuwsgierigheid die gezonde mensen eigen is, mentaal voor te bereiden op de grote catastrofe. Totdat zich op enkele tientallen meters voor het station een tafereel voltrok dat ons enigszins ontnuchterde.

Een halfuurtje eerder waren vier witte wagentjes voorgereden die snuffelhonden bleken te bevatten. De honden verdwenen met hun begeleiders in de gangen van het station. Nu kwamen de eerste honden terug. Een wagentje reed een stukje van het station weg en stopte. De chauffeur stapte uit en zette een grote ijzeren bak op de grond. Vanuit een jerrycan vulde hij de bak met water, waarna hij de kooi in zijn auto opende en twee honden om de beurt liet drinken.

Het was zo'n vredig gezicht.

Het snuffelen had de honden dorstig gemaakt en ze dronken alles op. Daarna drukte een van de honden zich nog behaaglijk tegen de chauffeur aan, met zo'n geile, gekromde rug, zoals ook mijn kat kan doen.

Op dat moment besefte ik dat het met de calamiteit wel zou meevallen.

En, inderdaad, na een ruim een uur mochten we het station weer binnen. Daarbij noteerde ik nog één geweldige vraag van een treinpassagier aan een politieman: ,,Was dit nou écht of was het een oefening?''

Misschien meer een vraag voor Bin Laden.