Altijd midden in de wereld

Max Dendermonde, die woensdag in zijn woonplaats Sarasota, Florida, overleed is de schepper van een literair oeuvre dat romans, talloze gedenkboeken, opdrachtwerk en bovendien nog eens honderden gedichten en sonnetten omvat. Hij geldt als een van de grote, traditionele verhalenvertellers van de Nederlandse literatuur.

Dendermonde, die op 17 juni 1919 in Winschoten werd geboren als Hendrik Hazelhoff, heeft zijn beroemdste boek `veel te vroeg geschreven', zoals hij bij herhaling benadrukte. Deze sciencefictionachtige roman had de veelzeggende titel De wereld gaat aan vlijt ten onder en verscheen in 1954. Hij deed het af als een jeugdwerk. Inmiddels was de auteur 35 jaar. In 1994, veertig jaar na zijn beroemdste boek, verscheen Mondriaan, de man die de tango danste. Hierin oefent Dendermonde zijn levenslange passie uit: het verbinden van feit met fictie, van documentaire met romankunst. Hij portretteert Mondriaan op onvergetelijke wijze als een man die overdag met lijnen en kleurvakken in de weer is en 's avonds en 's nachts de danszalen van Manhattan opzoekt om er te dansen op jazzritmes. Hij was `de madonna' van de dans.

Met dit boek over Mondriaan bracht Dendermonde ook zijn eigen artistieke dilemma onder woorden. Als auteur van fictief werk kon hij moeilijk aan de kost komen. Hij spiegelt zijn eigen lot met dat van Mondriaan als abstract schilder, die in het verborgene voor geld bloemstillevens bleef maken. Dendermonde verbond zich aan allerhande journalistiek werk en het schrijven in opdracht. Over het mechaniek van gedenkboeken laat hij de hoofdpersoon uit De laatste beeldschone zwendel zeggen: ,,Als je voor het bedrijfsleven werkt, leer je spelenderwijs hoe de wereld in elkaar zit. En dat kun je mooi in romans gebruiken. Zo heb ik het altijd gedaan. Midden in de wereld verkeren. Overal zijn. Ik krijg meer dan alleen geld. Ik krijg ook een heleboel kennis. Want je kunt niet alles uit je duim zuigen, als romanschrijver.''

Dendermonde was een vitale man, bruisend van ideeën en nog te schrijven boeken. Zijn oeuvre telt meer dan hondervijftig titels. Hij voelde zich niet echt thuis in de na-oorlogse Nederlandse letterkunde. Net als de door hem bewonderde dichter en schrijver Slauerhoff leefde hij met het idee altijd en overal een vreemdeling te zijn. Hij droomde van een groot boek over de verslaving aan alcohol, getiteld De kat op het spek, maar dat is nooit verschenen.

Dendermonde gaf te kennen dat hij `honderdzes jaar' oud wilde worden om alle boeken te voltooien die in zijn hoofd zaten. Zover is het niet gekomen. Zijn dromen hebben hem over de hele wereld doen gaan. Als jongeman wilde hij in een kampeerauto rondtrekken. Zijn levenshouding noemde hij `meerzaamheid'. Overdag wandelen met zijn vrouw, naar de duivenclub gaan, 's avonds schrijven. Hij leefde van paradoxen. Tot welk niveau Dendermonde het schrijven in opdracht heeft kunnen verheffen, blijkt uit Hoe wij het rooiden over de veenkoloniën in Oost-Groningen. Dat is een mooi, vakkundig en interessant werk over deze landstreek en het noeste leven van de mensen daar. Dendermonde was een schrijver die openstond voor de buitenwereld; pur sang een journalist met grote literaire kwaliteiten.