Winterreise

Zeven jaar na zijn eerste Winterreise, voor de Hyperion Schubert Edition, waagt bariton Matthias Goerne (1967) zich aan een nieuwe opname – met pianist Alfred Brendel. Deze is als geheel trager en vrijer dan de eerste, maar de muzikale keuzen doen volstrekt aannemelijk aan. Je hoort de chemie tussen solist Brendel en solist Goerne werken in de spanning, de wrijving en het temperament van de uitvoering, die live in de Londense Wigmore Hall werd vastgelegd. Gewaagd zijn de contrasten tussen de gedecideerde uitroepen van de protagonist en diens momenten van vertwijfeling, waarbij de extremiteiten die Goerne en Brendel zich permitteren soms overtuigen, en soms ook niet. Zo doet Brendels introductie van het cruciale Mut erg classicistisch en beheerst aan waar de tekst anders suggereert, maar is zijn zeer legato gefraseerde introductie tot Gute Nacht juist weer erg mooi. Matthias Goerne geeft de ik-figuur met woeste uithalen en rubati een soms een erg theatraal gezicht, maar de dramatiek van zijn stem en interpretatie blijft erg bijzonder en doet rijper aan dan op zijn eerste Winterreise. Toen zong Goerne het indringende slotlied Der Leiermann in krap vier minuten, nu doet hij er nog vijftig seconden langer over en geeft elke frase een aangrijpende, onderhuidse aarzeling mee.

F. Schubert: Winterreise. Door Matthias Goerne (bariton) en Alfred Brendel (piano) (Decca, 467 092-2)