Wanneer een insider naar buiten treedt

President Bush is verder in het nauw geraakt door de beschuldigen van oud-Witte Huis-medewerker Richard Clarke. Bush vecht terug, maar blijven zijn troeven van succes overeind?

Vecht president Bush voor zijn politieke leven? Te oordelen naar de heftigheid waarmee zijn allernaaste medewerkers de Amerikaanse media te woord staan, lijkt hij zelf het ergste te vrezen. Zijn status als succesvol `oorlogspresident' staat op het spel.

Zelfs als de president deze zomer ingaat als een gelukkige koploper in de race voor zijn eigen opvolging, die op 2 november wordt beslist, dan nog zal deze vierde week van maart hem bijblijven als een rampzalige. En dat terwijl zijn waarschijnlijke Democratische tegenstander, senator John Kerry het grootste deel van de week aan het snowboarden was in de bergen van Idaho.

De man die het Witte Huis dwong overuren te maken was een topambtenaar, die vorig jaar zijn dienstverband met de president beëindigde. Een Republikein bovendien. Richard Clarke diende onder de presidenten Reagan, Bush I, Clinton en Bush II in functies die alles te maken hadden met de bestrijding van terrorisme.

Maandag publiceerde Clarke een dodelijk boek, Against All Enemies, waarin hij minutieus beschrijft hoe moeilijk het was onder de opeenvolgende regeringen die hij heeft gediend om serieuze aandacht te krijgen voor het gevaar dat hij op Amerika zag afkomen, dat van Al-Qaeda. Zijn boodschap was nooit populair, maar bij de huidige president ronduit onwelkom.

Zonder eerdere presidenten een ruime voldoende te geven, concludeert Clarke dat president Bush in de acht maanden vóór de aanslagen van 11 september 2001 al geobsedeerd was door Saddam Hussein en weinig tegen terrorisme heeft gedaan. In de dramatische periode na 11 september 2001 heeft president Bush, door onnodig Irak aan te vallen de jacht op Osama bin Laden te verwaarlozen, Amerika onveiliger gemaakt, concludeert Clarke. ,,We zullen daar heel lang de prijs voor betalen''.

Gisteren rondde Clarke zijn requisitoir af door te getuigen voor de presidentiële Commissie die onderzoekt hoe de tragedie van `911' heeft kunnen gebeuren. De `911'-commissie hoorde deze week top-ministers uit de huidige en vorige regering, Clintons Veiligheidsadviseur Berger en CIA-directeur Tenet, maar Clarke stal de show. Niet alleen door persoonlijk schuld op zich te nemen voor de mislukking van het anti-terrorisme-beleid. Het geprangde applaus van de aanwezige nabestaanden trof aanwezige én afwezige functionarissen als een mokerslag.

In het verhoor dat zich daarna ontspon werkte Clarke zijn stellingen verder uit en verdedigde hij zich tegen het salvo dat het Witte Huis op hem richt. Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, die op staatkundige gronden weigert voor de `911'-commissie te verschijnen, had maandag al in alle vijf ontbijt-tv-uitzendingen Clarke's belang gekleineerd. Gisteren hield zij drie interview-sessies om Bush's aanpak van Al-Qaeda aan te prijzen.

Ook vice-president Cheney en Witte Huis-woordvoerder McClellan lieten geen kans voorbij gaan om Clarke's geloofwaardigheid te ondermijnen. Kort vóór de hoorzitting liet men via het bevriende Fox News een vertrouwelijke achtergrondbriefing uitlekken, die Clarke in 2002 had gegeven ter verdediging van het beleid van president Bush.

,,Wat bevat de waarheid, uw boek of die briefing in 2002?'', vroeg het Republikeinse Commissie-lid James Thompson, oud-gouverneur van Illinois vervolgens in de hoorzitting. ,,De vraag is misleidend'', antwoordde Clarke. ,,Mijn verklaring destijds was niet onwaar.'' Hij legde uit dat de Witte Huis-top hem dringend had gevraagd een ,,wat sensationeel'' verhaal in het Amerikaanse blad Time Magazine te ontkrachten, op ,,achtergrond-basis'' een code die het Witte Huis nu zelf schendt om hem zwart te maken.

,,Men verzocht mij de schade te beperken en daarom de positieve punten van wat de regering had gedaan te onderstrepen, en niet de negatieve aspecten. Dat heb ik voor verschillende regeringen gedaan.'' Het was alsof hij zijn laatste baas op het Witte Huis, Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice een spiegel voorhield.

In veel Amerikaanse commentaren wordt de bovenpartijdigheid van de `911'-commissie geprezen. Tijdens het verhoor van Richard Clarke gistermiddag leek het partij-belang het weer te winnen. Ook daaruit bleek dat in Republikeinse kring de politieke nood van de president serieus wordt genomen.

De aanvallende vragen brachten Clarke geen moment van zijn stuk, maar hij deed een onverwachte belofte onder ede om de commissie te dwingen terug te keren tot wat hij ziet als de essentie: waarom nam Amerika niet tijdig maatregelen om het gevaar Osama bin Ladens doodseskaders te keren? Richard Clarke verzekerde dat hij niet voor de Kerry-campagne werkt, al is hij bevriend met Kerry's belangrijkste buitenland-adviseur Rand Beers ook een topambtenaar die het Bush Witte Huis vorig jaar verliet.

Was er nog ander nieuws? De CIA bleek onder Clinton onzeker te zijn over de vraag of zij in Afghanistan de vrijheid had Bin Laden te doden. Een door sommige insiders met klem weersproken semi-excuus. De Amerikaanse veiligheidsdienst had wel onbemande Predator-vliegtuigen boven Afghanistan laten zoeken naar 's werelds meest gezochte man, maar had geweigerd de `drones' te bewapenen.

Clarke, die zich bepaald geen duif betoonde, betreurde dat de regering-Bush niets had gedaan met de wetenschap dat twee Al-Qaeda-strijders, die in Kuala Lumpur deelnamen aan een planning-bijeenkomst, zich inmiddels in de Verenigde Staten bevonden. Zij behoorden tot de `911'-daders. ,,Wat zou er gebeurd zijn als hun foto op ieder postkantoor was opgehangen?''

Zijn grootste zorg is dat Amerika politieke spelletjes speelt maar nog steeds niet doet wat het vóór en zeker na `911' had moeten doen. In zijn boek beschrijft Clarke een doemscenario voor 2007: ,,Een Talibaan-achtige regering in Pakistan, in het bezit van kernwapens, die een soortgelijke satellietstaat in Afghanistan steunt en een Al-Qaeda-achtige ideologie wereldwijd verspreidt, terwijl in de Golf-regio een nucleair Iran een eigen soort Hezbollah-leer propageert en in Saoedie-Arabië, na de val van het Huis Saud, een 14-de eeuwse theocratie is gevestigd''.

De Amerikaanse president, die deze combinatie van verschrikkingen zou moeten afwenden, vroeg Clarke 12 september 2001 of hij toch vooral wilde nagaan of Saddam Hussein er achter zat. Het Witte Huis ontkent dat de president meer deed dan zijn plicht. Veel kiezers nemen dat voorlopig aan. Maar als `de oorlog tegen het terrorisme' en `Irak' wegvallen als zijn belangrijkste troeven, dan krijgt de president het moeilijk op 2 november. Zijn versie van de oorlog is vitaal.