Terreur en grondwet domineren Europese top

De Europese top die vandaag begint kan niet langer alleen over economie gaan, zoals was gepland. Terreur en de grondwet dringen zich als onderwerp op.

De acteurs zijn dezelfde, maar het beloofde stuk dat zij gaan opvoeren is inmiddels onder druk van de omstandigheden drastisch gewijzigd. Zo kan de tweedaagse top van Europese regeringsleiders die vandaag aan het eind van de middag in Brussel zou beginnen, nog het beste worden omschreven.

Het moest gaan over de `Lissabon-strategie' oftewel hoe Europa over zes jaar de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld kan worden. Maar het zal vooral gaan over `Madrid', oftewel hoe Europa moet reageren op het gegeven dat het internationaal terrorisme zich ook tot dit deel van de wereld uitstrekt zoals de Spanjaarden – nu precies twee weken geleden – hebben ondervonden.

Er is even minder tijd voor mooi geformuleerde vergezichten. Voorzitter Prodi van de Europese Commissie noemde gisteren het terrorisme de grootste bedreiging voor de vrije wereld sinds de Tweede Wereldoorlog. Vandaar dat de regeringsleiders vandaag direct zouden beginnen met het bespreken van een verklaring waarin een intensivering van de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding wordt aangekondigd. Het zal daarbij vooral gaan om het gevoel van urgentie dat uit de verklaring spreekt en minder om de concrete maatregelen, want daarover is al uitvoerig gesproken als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001. Na de bomexplosies van twee weken geleden in Madrid werd pijnlijk duidelijk dat in Europees verband weliswaar veel is afgesproken, maar des te minder geconcretiseerd. Aan de regeringsleiders de taak de zaak weer aan te zwengelen waarbij integrale aanpak en implementatie de kernbegrippen zijn.

Europa zou Europa niet zijn als daarvoor ook niet een speciale functionaris wordt aangesteld. Algemeen is de verwachting dat de Nederlandse ex-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en oud-europarlementariër Gijs de Vries hiermee zal worden belast. Hij komt te werken onder Javier Solana, de hoge vertegenwoordiger van de EU, en zal als `terrorisme tsaar' zoals die al is gaan heten reeds binnen enkele maanden een eerste verslag moeten uitbrengen over de voortgang. Dat deze post toevalt aan iemand van een kleinere lidstaat is niet verwonderlijk, want met zo'n `low profile' keuze houden de afzonderlijke grote landen hun handen toch nog zoveel mogelijk vrij. En dat is toch het onuitgesproken onderliggende belang. Niet voor niets blijkt telkens weer dat informatie uitwisseling tussen landen en inlichtingendiensten een groot obstakel vormt.

Veel prominenter op de agenda dan enkele weken geleden nog werd aangenomen staat ook de Europese grondwet. Het gesprek over de toekomstige vormgeving van Europa leek lange tijd muurvast te zitten, maar met de op handen zijnde regeringswisseling in Spanje wordt er volop bewogen. De vertrekkende Spaanse premier Aznar was één van de grote tegenstanders van de in de grondwet voorgestelde stemverhouding tussen de verschillende lidstaten die neerkwam op een forse achteruitgang voor Spanje. Zijn beoogde opvolger, de socialist Zapatero, toonde zich daags na zijn verkiezingsoverwinning bereid over een compromis te praten.

Daarbij komt dat de aanslag in Madrid ook van psychologische betekenis is geweest op het denken over de Europese grondwet. Dat was althans de waarneming van de Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken Nicolaï toen hij begin deze week met zijn collega's in Brussel bijeen was. Het gevoelen is nu dat Europa het zich niet veroorloven zich volledig in te graven in institutionele kwesties, terwijl de actualiteit schreeuwt om een daadkrachtig Europa.

In een rapportage aan zijn collega's over de mogelijkheden om de onderhandelingen over de grondwet weer te starten schrijft de Ierse premier Ahern, de huidige voorzitter van de EU, dat een akkoord mogelijk is als de politieke wil daarvoor bij iedereen aanwezig is. Daarover zullen de regeringsleiders vanavond tijdens hun diner een stevig gesprek aangaan.

Daarbij speelt dan vooral de vraag wanneer men het met elkaar eens gaat worden een belangrijke rol. Technisch gesproken kan een akkoord over de grondwet nog bereikt worden voordat Ierland op 1 juli het voorzitterschap aan Nederland overdraagt. Maar van 10 tot 13 juni worden in de dan uit 25 landen bestaande Unie verkiezingen voor het Europees Parlement te gehouden. Sommige regeringsleiders hebben er om electorale redenen geen belang bij reeds voor die verkiezingen concessies te doen. Maar het sluiten van een akkoord op de volgende Europese top, die nog geen week na de verkiezingen staat geagendeerd, zou weer uitgelegd kunnen worden als het passeren van de kiezers.

De leiders hoeven als het aan Ahern ligt niet nu al en detail te praten over compromissen. Hij wil slechts weten of men bereid en in staat is op korte termijn een volledig akkoord te sluiten. Dan geeft Europa in elk geval weer eens een positief signaal af.

Dat zal ook moeten gebeuren ten aanzien van de oorspronkelijke hoofdmoot van de agenda, het concurrerend maken van de Europese economie zoals vier jaar geleden in Lissabon was afgesproken. Net als bij terrorismebestrijding is aan afspraken geen gebrek. Ook hier schort het weer aan de uitvoering. Niet voor niets concludeerde staatssecretaris Nicolaï eerder deze maand tijdens een bijeenkomst van de Europese Beweging dat de Lissabon-agenda op sterven na dood was: ,,De ambitie om de meest concurrerende kenniseconomie te worden dreigt te worden bijgezet in het Europese praalgraf.''

De regeringsleiders gaan nu een poging tot reanimatie wagen, om in de beeldspraak van Nicolai te blijven. Geen nieuwe voornemens is daarbij het credo, maar haast maken met de uitvoering van de reeds gemaakte afspraken. En natuurlijk volgens het beproefde recept: er komt een externe high level group die nog voor 1 november verslag moet uitbrengen.