Ruzie tussen politie en parket verhardt

Het conflict tussen de top van de politie en het openbaar ministerie is na uitspraken van de Amsterdamse politiechef J. Kuiper verscherpt. De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over het conflict.

In interviews beschuldigt Kuiper de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth ervan ,,geen gevoel'' te hebben voor politiewerk. Hij verwijt De Wijkerslooth ook dat die nauwelijks contact heeft met de politietop. Een woordvoerder van het openbaar ministerie noemt de aantijgingen ,,onzinnig''.

CDA, D66, PVDA en GroenLinks in de Tweede Kamer willen opheldering van de ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) over de publieke ruzie tussen Kuiper en de Wijkerslooth.

Volgens CDA-woordvoerder S. Haersma Buma heeft Kuiper met zijn uitspraken het gezag van het openbaar ministerie in het opsporingsbeleid ondermijnd. ,,Hij mag het gezag dat het college van procureurs-generaal daarbij heeft, niet op dergelijke wijze aantasten.'' Minister Remkes heeft vanmorgen opheldering gevraagd aan de Amsterdamse burgemeester J. Cohen in diens functie van korpsbeheerder over de uitspraken van Kuiper. Een woordvoerder van de minister noemt die uitlatingen ,,ongepast''.

Kuiper zegt vanochtend in De Volkskrant dat het contact met de Wijkerslooth nooit goed is geweest. ,,Dat geldt voor de hele Nederlandse politie en het is betekenisvol dat ik het zeg.'' Volgens Kuiper staat De Wijkerslooth ,,niet met zijn poten in de modder''. Volgens De Wijkerslooth speelt Kuiper met dergelijke uitlatingen vooral op de man en niet op de bal. ,,Dat zegt alles over de kracht van de argumenten.''

Kuiper sluit zich met zijn kritiek op De Wijkerslooth aan bij de Groningse korpschef Welten, die binnenkort korpschef in Amsterdam wordt. Die uitte eerder kritiek op de Wijkerslooth na een column van diens hand in het justitieblad Opportuun over een nieuwe politiestrategie bij het tegengaan van misdaad. De top van het Amsterdamse regiokorps is nauw betrokken bij de uitwerking van die strategie, tegenhouden, in het politiejargon. De Wijkerslooth vond die strategie onduidelijk en wil dat de politie zich vooral concentreert op opsporing van misdrijven.

Volgens de criminoloog professor H. van der Bunt, indertijd als deskundige betrokken bij de IRT-enquête over opsporing, gaat het in dit conflict niet alleen om verbale oprispingen, maar over ,,een wezenlijk verschil van opvatting tussen politie en het openbaar ministerie. ,,De Wijkerslooth uit kritiek op een strategie die de politie als prioriteit beschouwt. Dat geldt niet alleen voor de Amsterdamse politie, maar ook bijvoorbeeld voor de Nationale recherche die dat beleid van tegenhouden ook serieus neemt.''

Haersma Buma noemt de ruzie ,,verstoring van de veiligheidsbestrijding''. Kuiper moet, wat hem betreft, zijn persoonlijke aanval op De Wijkerslooth terugnemen. ,,Juist de IRT-affaire heeft geleerd dat de politie het gezag van het openbaar ministerie bij opsporing moet erkennen.'' De woordvoerster van hoofdcommissaris Kuiper zegt in een reactie dat de korpschef nog steeds volledig achter zijn uitlatingen staat. De raad van hoofdcommissarissen onthoudt zich tot op heden van commentaar op het conflict. Justitie

Ruzie JUSTITIE

Kamer eist coördinatie

[Vervolg van pagina ] Woordvoerders van PvdA, GroenLinks en D66 willen van Remkes weten hoe dit conflict zo uit de hand heeft kunnen lopen. D66-woordvoerder Dittrich vindt het conflict dusdanig ernstig dat hij beide ministers zo snel mogelijk voor een spoeddebat naar de Tweede Kamer wil halen. ,,Justitie en politie moeten in het veiligheidsbeleid op eenzelfde lijn zitten. Als beide partijen hierover al niet op een lijn zitten, hoe is het dan gesteld met de coördinatie als het gaat om het voorkomen van terreuraanslagen? Minister Remkes moet de coördinatie van het veiligheidsbeleid naar zich toe trekken en de Tweede Kamer duidelijk maken dat samenwerking er daadwerkelijk is.''

De gewraakte politiestrategie `tegenhouden' behelst recherchemethoden om criminaliteit in een vroeg stadium te voorkomen, bijvoorbeeld door criminelen te laten weten dat de politie op de hoogte is van geplande delicten. Opsporen en vervolgen is niet afdoende, zo heeft Kuiper al eerder publiekelijk laten weten. De Wijkerslooth verzet zich tegen preventie als strafrechtelijke taak voor de politie. Het strafrecht zit volgens hem niet te wachten ,,op een nieuwe handhavingsfilosofie.''