`Politiek is zwarte tovenarij'

Op het Muziektheater Festival is vanaf vanavond `Africa Non-Stop' van de Ivoriaanse theatermaker Boni Gnahoré te zien, met Europees geld gemaakt in de Abidjaanse kunstenaarscommune Ki-Yi.

Kordaat geeft Ivoriaan Boni Gnahoré zijn groep aanwijzingen, staand op een onverlicht podium waar de Ivoriaanse zon geen vat op heeft. De trommels moeten ,,tadada-tadadada'' en niet ,,tadadada-tadadada.'' De groep begint van voren af aan, stopt, herneemt zich, begint opnieuw. Drie vrouwen en negen mannen spelen in een overweldigend en perfect ritme de slotakkoorden van Africa Non-Stop, een grotendeels uit percussie bestaande stuk, dat speciaal voor het Nederlandse Wereld Muziektheater Festival wordt gemaakt.

Boni Gnahoré (40) ziet eruit als het cliché van de Afrikaanse kunstenaar. De theatermaker uit Ivoorkust heeft dreadlocks tot zijn middel. Blote voeten met zolen van eelt. Hij is tenger en klein van stuk, veel kleiner dan je van een man met zo'n stem zou verwachten. Hij heeft de natuurlijke autoriteit die Afrikanen in gezagsposities aannemen.

Het is pauze, de muzikanten verspreiden zich over de kunstenaarscommune Ki-Yi waarvan Boni Gnahoré een der grondleggers is. Gnahoré woont praktisch naast het theater, in een huisje met groene davidssterren op de voorgevel en een witte Mercedes voor de deur. ,,Eerst gaan we eten, daarna mag je vragen stellen. Zo doen we dat in Afrika'', zegt Boni. Hij laat okra-saus met slakken aanrukken. De kunstenaarscommune Ki-Yi, die halverwege de jaren tachtig werd opgericht, is een begrip in Abidjan. In de loop der jaren heeft Ki-Yi allerlei artiesten voortgebracht. Veel musici vooral, maar ook beeldhouwers en poppenspelers. Kinderen uit arme milieus kunnen hier een opleiding van vijf jaar krijgen, gratis, mits ze discipline en inzet tonen. Ze leren drummen, dansen, dichten, schilderen. Ze krijgen een toekomst.

Ki-Yi is een dorp binnen een stad, een creatieve oase op een steenworp afstand van een door dieselwalmen stinkend kruispunt vol schreeuwerige straatverkopers. Ongeveer dertig mensen wonen in de commune, een fractie van de hoeveelheid bewoners die er leefden voordat de crisis begon. In september 2002 werd in Ivoorkust een putsch gepleegd. Het land zit in een diepe politieke en economische crisis. ,,De meeste kinderen zijn terug naar hun ouders gegaan'', zegt Boni. ,,We hopen op betere tijden, maar zoals het er nu uitziet, gaat het nog wel even duren. Zwarte tovenarij, zo noem ik de politiek.''

Ivoorkust kent een geoliede muziekindustrie die in hoog tempo de ene na de andere popster produceert, maar voor alternatieve kunstenaars en musici is de belangstelling matig. Te ingewikkeld. Van hun lange dreads en losse levensstijl moet de gemiddelde Ivoriaan niks hebben, die ziet liever een lekkere meid met een leuke stem.

Dat is de paradox: iemand als Boni Gnahoré wordt in Europa als typisch Afrikaans gezien, terwijl hier in Afrika juist opvalt hoe Europees zijn manier van theatermaken is. Gnahoré krijgt meer erkenning in Europa dan in eigen land en kan zich ontwikkelen dankzij Europese steun.

Op die manier is Africa Non-Stop tot stand gekomen, het stuk dat Gnahoré vandaag repeteert. Het verbeeldt de tocht van een groep jongeren die het continent afreizen op zoek naar hun herkomst. Het thema van de voorstelling is kenmerkend voor de filosofie van Ki-Yi. De oprichters van de commune pleiten voor een herwaardering van de Afrikaanse cultuur, een soort cultureel afrocentrisme, voor begrippen als zelfrespect en eigenwaarde. ,,Je weet misschien niet waar je naartoe gaat, maar besef dan tenminste waar je vandaan komt'', zegt Boni, die de rol van gids en geweten speelt. ,,Dat is wat ik probeer uit te dragen.''

Dat de teksten in het Frans en de lokale taal Bété wordt gezongen doet veel af aan de begrijpelijkheid, maar de symboliek ligt er, zoals dat wel vaker gebeurt in Afrikaans theater, duimendik bovenop. Als het over staatsgrepen of oorlog gaat, worden de camouflagepakken tevoorschijn gehaald, als het over aids gaat, danst iedereen in plastic condooms over het podium. Gnahoré: ,,Of je het leuk vindt of niet, dat is wel de realiteit waar wij mee moeten leven.''

Het verhaal, hoewel bijzonder flitsend en professioneel gepresenteerd, biedt weinig verrassingen. Het is de muziek die Africa Non-Stop interessant maakt: een combinatie van moderne drums en traditionele drums, van keyboard en balafon, van saxofoon en een houten trommeltje dat ounkou heet. Muziek om bij te bewegen, koersvast zonder dat het monotoon wordt. De show stuwt en bruist en neigt veel sterker naar afro-beat dan naar de traditionele ritmes waar alleen luchtig naar verwezen wordt.

Gnahoré is een maître tambour, een meesterdrummer, en dat drukt een onuitwisbaar stempel op het spel van de groep, zegt basgitarist Pacha. ,,Ik heb bas moeten leren spelen alsof het percussie is. Ik gebruik dus een modern instrument maar bespeel het niet als zodanig. Het klinkt heel simpel, maar het is tegelijkertijd heel lastig.'' Hij houdt zijn hoofd scheef en luistert. Op de binnenplaats speelt iemand het op Franse leest geschoeide nationale volkslied op de balafon.

`Africa Non-Stop' tournee t/m 12 april. Wereld Muziektheater Festival t/m 19 april. Inl (020) 6060744 of www.wmtf.nl.