Met een klik van de muis ontslagen

De Britse arbeidsmarkt is de meest flexibele van Europa. Dat is goed voor de groei van de economie, maar slecht voor de `sociale bescherming'. Werkgevers kunnen dan ook op weinig loyaliteit van hun werknemers rekenen. ,,Uit zelfbehoud handelen internationale bedrijven meedogenloos en razendsnel.''

Precies om middernacht, op donderdag 29 mei vorig jaar, piepte bij 2.400 mensen in Manchester de mobiele telefoon. Het was een sms'je van hun werkgever, Accident, de op één na grootste letselverzekeraar van het land, met het verzoek een telefoonnummer te draaien. Daar hoorden ze op een bandje dat ze de volgende dag niet meer op hun werk hoefden te te komen.

De Britse arbeidsmarkt geldt sinds de hervormingen onder Margaret Thatcher als de meest `flexibele' van Europa. ,,Hier kan een bedrijf zijn personeel met een muisklik ontslaan'', hoorde je soms in benarde vakbondskringen zeggen met cynische overdrijving. Maar bij het faillissement van Accident, dat een schuld van 100 miljoen pond (140 miljoen euro) zou achterlaten, werd het zo goed als werkelijkheid.

Het bedrijf, onderdeel van de verzekeringsgroep Amulet, was gespecialiseerd in het financieren van rechtszaken over schadevergoeding. Klanten hoefden hun premie alleen te betalen als ze hun zaak wonnen. Die formule was aanvankelijk succesvol, maar draaide uit op een ramp toen de `succesratio' in de rechtszaal daalde en de premies bijgevolg omhoog moesten. Bovendien, zo bleek later, werd het bedrijf geteisterd door fraude. Toen de curatoren Accident overnamen, was niet alleen het geld voor het laatste maandsalaris op. Veel personeelsleden werkten op basis van commissie en prestatieloon. Ook dat geld, waarmee de groep nog veel langer achter was, bleek verdampt. ,,Het was een hartverscheurend moment'', zei een van de directeuren over het ontslagbesluit, hoewel later bleek dat oprichter Mark Langford op hetzelfde ogenblik zorgeloos van de zon genoot op zijn jacht in Spanje.

Nu zullen weinig werknemers het idee gehad hebben dat ze tot hun pensioen bij Accident zouden blijven. De meeste dienstverbanden waren, zoals gebruikelijk in het Verenigd Koninkrijk en zeker bij de nieuwe bedrijfjes uit het dotcom-tijdperk, gebaseerd op kortlopende contracten. Toch voelden ze dat Accident hun loyaliteit bitter had beschaamd. ,,Veel mensen hebben hier een tijd gewerkt en andere banen voorbij laten gaan omdat ze trouw waren'', zeiden Keith Hooper en Craig Mannion, twee ontslagen werknemers, in een BBC-forum. ,,Moet je zien hoe ze dat terugbetalen: met een sms'je. Het is een schande.''

Het einde van Accident maakte wel duidelijk dat de flexibele arbeidsmarkt niet oneindig kan worden opgerekt. Ontslagen werknemers stapten samen met de vakbonden naar de rechter en betoogden dat ze, gezien de omvang van de ontslagen, volgens de wet recht hadden gehad op een `consultatieronde' van negentig dagen. De rechter gaf ze gelijk. Zo kregen de ontslagen werknemers alsnog in totaal vier miljoen pond uit de boedel en van de regering met terugwerkende kracht een werkloosheidsuitkering, zij het bij elkaar gemiddeld niet meer dan een dik maandsalaris.

,,Britse bedrijven hebben de naam hardvochtig met hun werknemers om te gaan'', zegt Alisdair Murray, chef economische zaken van het Centre for European Reform (CER), een invloedrijke Londense denktank. ,,Maar daar moeten ze in het algmeen wel een hoge prijs voor betalen, zeker als de in de wet vastgelegde consultatieprocedures niet zijn gevolgd. [Warenhuisketen] Marks & Spencer kreeg ook straf toen die van de ene op de andere dag bekend maakte Belgische en Franse filialen te sluiten. Als ze mensen zonder plichtplegingen op straat zetten, moeten ze vaak wel een half jaarsalaris meegeven.''

Murray schreef het deze maand gepubliceerde CER-dossier The Lisbon Scorecard, een jaarlijkse balans van de ambitieuze sociaal-economische hervormingen die de Europese Unie zichzelf vier jaar geleden voornam tijdens de top in Lissabon. Met een lage werkloosheid (zo'n 4 procent), lage inflatie (minder dan 2 procent), stijgende groei (bijna 3 procent van het GDP) en die flexibele arbeidsmarkt neemt de Britse economie in Europa een relatief gunstige plek in, zeker onder de grote landen.

Van Murray krijgt de regering-Blair echter slechts in twee van de vijftien categorieën van de `Lissabon-agenda' het hoogste cijfer: bij de liberalisering van de telecomsector en van de financiële diensten. Op het gebied van de modernisering van `sociale bescherming' – waaronder de verbetering van het pensioensysteem en het verlagen van het aantal mensen dat onder de armoedegrens kan duiken – scoort het land zelfs een vette onvoldoende.

,,Officiële cijfers suggereren dat de Britse openbare uitgaven aan [de AOW] minder dan de helft zijn van wat de meeste EU-staten uitgeven'', schrijft Murray. Bovendien staat tegenover de lage landelijke werkloosheid een grimmige andere statistiek: 11 procent van de Britten die zouden kunnen werken, wonen in een gezin waar niemand werkt, terwijl maar liefst 17 procent van de kinderen in een gezin wonen waar niemand werk heeft, het hoogste cijfer van de EU. Binnen de gemiddeld redelijk verdeelde Britse welvaart bestaan dus omvangrijke ,,enclaves van armoede en sociale uitsluiting''.

Murray heeft `ontslagbescherming' niet afzonderlijk meegewogen, onder meer omdat die moeilijk eenduidig is te meten. Wel vermoedt hij dat de Britse reputatie slechter is dan de praktijk. Hij verwijst naar de omstreden werkwijze van bedrijven om veel uitzendkrachten in te huren, die makkelijker zijn te ontslaan als het nodig is. Niettemin zou het Verenigd Koninkrijk volgens Murray vermoedelijk toch eindigen in de Europese middengroep, omdat de ontslagbescherming wel zwakker is dan in Frankrijk of Duitsland, maar sterker dan in een land als Denemarken.

Leg dat maar eens uit aan alle 780 Corus-werknemers van de blikstaalfabriek in Ebbw Vale in Wales, die in februari 2001 op straat stonden toen het Brits-Nederlandse staal- en aluminiumconcern tot de zoveelste sanering besloot. ,,Uit zelfbehoud handelen internationale bedrijven tegenwoordig meedogenloos en razendsnel'', zei Garel Rhys, hoogleraar bedrijfskunde aan de universiteit van Cardiff, tegen deze krant. ,,Ford [eigenaar van onder meer Land Rover] liet het verlies op zijn Britse operatie tien jaar oplopen vóór het een beslissing nam; General Motors [eigenaar van Vauxhall] heeft daarvan geleerd en handelde binnen tien dagen. De les uit alle recente sluitingen is dat de globalisering accelereert. Geen sector is veilig en regeringen staan machteloos.''

Tony Blair, premier en leider van de partij die sinds een eeuw de belangen van de Britse arbeiders heet te dienen, kan alleen machteloos toekijken als onrendabele multinationals vestigingen sluiten of duizenden werknemers ontslaan. Behalve in het staal en in de auto-industrie gebeurde het de afgelopen jaren ook in de elektronica en in de bank- en verzekeringswereld. Londen schuift dan wel met regionale ontwikkelingsfondsen, en ontslagen personeel dat een eigen bedrijfje wil opzetten of zich laten omscholen, krijgt steun. Maar de regering-Blair, die Thatchers hervormingen van de geatrofieerde staatsbedrijven heimelijk als een godsgeschenk beschouwt, is niet van plan om bij te springen in de operationele kosten – Europese mededingingsregels zouden dat bovendien verbieden.

Voor de werknemers in de flexibelste arbeidsmarkt van Europa is dat een hard gelag. Hoewel het Verenigd Koninkrijk geen Nederlandse polder-CAO's kent – alleen een minivariant die van bedrijf tot bedrijf verschilt en collective bargaining heet – lijden de werknemers vaak veel pijn om hun bedrijf te redden. In ruil voor behoud van banen werkten vakbonden en Corus-personeel mee aan opeenvolgende loonmatigings- en andere kaasschaafkuren. De vestiging in Ebbw Vale, waar in de jaren zeventig nog twaalfduizend man werkten, werd zo Europa's meest efficiënte fabriek voor vertind plaatstaal, de grondstof voor blikjes frisdrank. Toen die toch sloot, voelden ze zich verraden.

In macrocijfers blijven die snelle veranderingen gunstig. Per jaar verdwijnen 1,8 miljoen `oude' Britse banen, maar de aanwas van nieuwe banen, met name in de dienstensector en de high-tech, is groter. Maar wat heeft een man van bijna vijftig jaar die sinds zijn zestiende alleen ijzer heeft geplet, aan vacatures in de biotech? In een stadje als Ebbw Vale, waar Corus de grootste (en lange tijd de enige) werkgever was, is het niet moeilijk om Murray's `enclaves van armoede' te vinden. Het is er een.

Het Verenigd Koninkrijk mag er, mede dankzij de lean and mean arbeidsmarkt, macro-economisch gunstiger voor staan dan andere Europese landen, zoals minister van Financiën Gordon Brown vorige week in zijn begroting opnieuw onderstreepte, er zijn ook nadrukkelijke tegengeluiden. Will Hutton, directeur van de sociaal-economische denktank The Work Foundation, pleitte kortgeleden in The Guardian juist voor meer Duits vlees op de magere Britse botten, hoe noodlijdend de Duitse economie nu ook lijkt. ,,Duitse managers zijn gepassioneerd over de superioriteit van hun systeem dat welvaart heeft geschapen en hun bedrijven die net zo veel aandacht hebben voor hun werknemers als hun aandeelhouders. (-) Nadenkende Britse zakenlui geven ze gelijk'', aldus Hutton. ,,Eén Britse topondernemer zei me dat de grote Duitse merken – Siemens, BASF, Volkswagen – en het systeem dat achter ze staat, juist een geweldige steun bieden in een tijdperk van globalisering.'' Accident, een bedrijf dat slechts een paar jaar bestond, heeft inderdaad de schijn tegen.

Dit is het vijfde en laatste deel in deze serie. Eerdere delen verschenen op 27 februari en 4, 12 en 19 maart en zijn te lezen op www.nrc.nl/economie/nieuwsociaalcontract.nl.