Laat studenten fouten maken

Het wordt door niemand betwist: studenten in de zachte bètawetenschappen (bijvoorbeeld biologie) hebben moeite met het omrekenen van neerslaghoeveelheden in millimeters naar liters per hectare, docenten melden trots dat ze zelf ook niet kunnen integreren (een wiskundige basisoperatie) en de historische kennis van bètastudenten schiet tekort. Het gevolg: een gemakzuchtige cultuur van kritiekloos aannemen en geloven, en het maken van ondoordachte plannen. Ook bewindslieden ontkomen daar niet aan.

Het mooiste voorbeeld hiervan is het Hoger Onderwijs en Onderzoeks Plan (HOOP) van staatssecretaris Nijs (Onderwijs). In dit beleidsdocument wordt gehamerd op prestaties, verantwoordelijkheden en rendementen – alles naar Amerikaans model: ,,een Nederlandse Harvard'' (waarvoor ook Enrico Perotti pleitte in deze krant op 4 maart).

Amerikaanse universiteiten kennen een strenge selectie en hoge collegegelden, met een daaraan gekoppeld stelsel van beurzen. Dit bevordert een prestatiecultuur (Perotti) en vergroot het rendement, doordat de studenten gemotiveerder en sneller zijn. Een dergelijk systeem dwingt studenten om te studeren en te presteren.

Maar in dat `dwingen' zit hem de narigheid. In een grijs verleden hadden we een academisch vormingsideaal: studenten moeten aan het eind van hun studie zelfstandige en kritische individuen zijn. Studenten moeten in hun studie zelf keuzes maken en die naar zichzelf toe verantwoorden. Als je niet op tijd begint met het leren voor je examens, haal je ze niet (als dat wel het geval is, deugt het tentamen niet), en als je niet goed nadenkt over je studietraject, kom je er tegen het eind achter dat je nog vakken in een andere richting wilt volgen. Hoe meer fouten, des te langer de studie en des te groter de terug te betalen schuld.

Maar hoe meer fouten, des te beter je geleerd hebt dat je vooruit moet kijken en goed moet nadenken bij elke keuze: en dat zijn twee belangrijke eigenschappen van zelfstandige en kritische individuen.

Hoge collegegelden met een daaraan gekoppeld beurssysteem en selectie halen de verantwoordelijkheid voor de studie weg bij de student, en leggen die bij de universiteit. Door studenten te selecteren, laat de universiteit de uitverkorenen weten dat de universiteit hen zo goed acht dat ze de studie moeten kunnen halen. Als een universiteit studenten een beurs geeft, zal zij proberen de studenten zoveel mogelijk te begeleiden en te behoeden voor verkeerde keuzes.

In Nederland wordt al jaren gewerkt met een systeem dat dergelijke effecten bewerkstelligt: bezuinigingen en een egalitair ideaal gaan hier goed samen. Daardoor worden studenten steeds meer door de universiteit bij de hand genomen om te voorkomen dat ze vallen of struikelen, want dat zou minder geld opleveren. Er is een steeds intensievere studiebegeleiding met een steeds meer verplicht karakter, en een sterke focus op het halen van tentamens. Het aantal controlemomenten neemt toe door de introductie van het (Amerikaans-Britse) Bachelor-Mastersysteem, en het bindend studieadvies.

Om te voorkomen dat studenten in planningsproblemen komen, is het jaar vaak opgedeeld in vier of vijf perioden, zodat je steeds alleen maar de stof van de laatste acht of tien weken hoeft te onthouden, en zijn er verplichte huiswerkopgaven en tussentijdse toetsen. Zelfs de meest kritische student moet in een dergelijk systeem vechten tegen de dreigende afstomping.

Het is broodnodig dat het academische vormingsideaal in ere wordt hersteld: maak studenten zelf verantwoordelijk voor hun studiekeuze en biedt studiebegeleiding alleen aan wanneer de student dat vraagt. Geef studenten de ruimte om fouten te maken. Overheid noch universiteit moet proberen studenten door een studie te loodsen.

Het enige wat wellicht verplicht moet worden gesteld is de algemene vorming: iedereen zou iets moeten weten van cultuurgeschiedenis, filosofie, exacte wetenschappen en de maatschappij. Pas dan krijgen we zelfstandige, kritisch nadenkende individuen die niet de fout maken dat zij goede concepten die eerder zijn uitgevonden (academische vorming) overboord zetten ten behoeve van eenzijdige financieel-economische plannen (HOOP), zoals die van Nijs.

Jos Käfer is zesdejaars student biologie aan de Wageningen Universiteit en actief in de Studenten Advies Commissie van de Vereniging van Universiteiten (VSNU).