Hup Holland Hup en de stroomnetten

De voetballers die spelen in clubs of stadions gesponsord door energiebedrijven, hebben de naamsbekendheid van Nuon, Essent en Eneco onder het publiek zonder twijfel vergroot, maar niet hun populariteit buiten het veld. Energiebedrijven hebben een slechte reputatie bij het publiek en ze hebben met hun skybox-kapitalisme geen draagvlak verworven in nationale politieke en ambtelijke kringen. Daar betalen ze de prijs voor nu ze de inzet vormen van de strijd om de privatisering van de energiemarkt. Het kabinet, de Kamer en ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken laten de energieconcerns die ontstonden door samenvoegingen na de verzelfstandiging van de toenmalige gemeentelijke energiebedrijven, vallen als bakstenen.

Achter de schermen speelt zich een titanenstrijd over het toekomstig eigendom van 15 tot 20 miljard euro af. Zullen de huidige energiebedrijven volledig geprivatiseerd worden, of moeten ze worden opgesplitst in een productie-, een leverings- en een netwerkbedrijf waarbij de netwerken vooralsnog in overheidshanden blijven? Begin dit jaar zag het uit naar volledige privatisering. Maar minister Brinkhorst heeft een draai gemaakt naar splitsing en het kabinet zal hem morgen volgen.

Er zijn twee kampen. Aan de ene kant staan de voorstanders van geïntegreerde bedrijven in de energiesector, aan de andere kant die van afgesplitste netwerken. Het financieel-economische establishment – ABN Amro, internationale banken, VNO-NCW heeft de kant gekozen van de raden van bestuur van Nuon, Essent en Eneco om te komen tot sterke nationale energiebedrijven. Het kamp dat de bedrijven wil splitsen, weet zich gesteund door de Rabobank, MKB Nederland, de Consumentenbond en een deel van de huidige aandeelhouders. Splitsing is voorts gunstig voor buitenlandse energiebedrijven zoals Vattenfal (Zweden), Electrabel (België/Frankrijk), Eon, RWE (Duitsland) die azen op versterking van hun positie op de Nederlandse energiemarkt. Anders gezegd: wil Nederland in de toekomst stroom van `Hup Holland Hup' of van buitenlandse bedrijven?

De Nationale Energieraad pleit voor Hup Holland Hup. Desnoods uitstel van de privatisering en zeker geen opsplitsing van de bestaande bedrijven. In de Tweede Kamer heeft Ferd Crone (PvdA) lange tijd als enige aangedrongen op splitsing. Geleidelijk is de Kamer omgegaan. Ook de VVD-fractie, die daarmee stilletjes afscheid nam van de onbesuisde privatiseringsdrang van oudminister Jorritsma. Haar opvolger Brinkhorst (D66) kreeg drie weken geleden de steun van VVD-minister Zalm. Het CDA, tegen afsplitsing van de lokale netten, legt zich daar bij neer. Afgelopen vrijdag kwam het energiedossier in het kabinet en daar opperde alleen premier Balkenende (CDA) op juridische gronden bezwaren er liggen kostbare claims op de netwerken als deze worden afgesplitst maar op hoofdlijnen is men het eens.

Het argument van de `opsplitsers' is dat de netwerken elektriciteitskabels, gasbuizen een natuurlijk monopolie vormen. Als de ondernemingen die de stroom en het gas leveren, eigenaars blijven van de netten, kunnen zij nieuwkomers van de markt weren. Toegang voor iedereen kan slechts worden gegarandeerd als de netwerken niet in handen zijn van de productie- en/of leveringsbedrijven, maar van de overheid. Weliswaar willen de huidige aandeelhouders van de energiebedrijven gemeenten en provincies van hun bezit af, dus desnoods moet het rijk de netten overnemen, zoals eerder ook al met een deel van het hoogspanningsnet is gebeurd.

Hier stellen de belaagde energiebedrijven tegenover dat de netwerken hun waardevolste bezit zijn en dat ze, gestript van hun netten, als louter leveringsbedrijven en (voor een deel) productiebedrijven niets voorstellen, minder kredietwaardig zijn en ten prooi zullen vallen aan buitenlandse overnames. Ze zijn van mening dat regelgeving en een krachtige toezichthouder de open toegang tot de netwerken genoegzaam kunnen waarborgen. Bovendien wijzen ze op de kosten en administratieve ellende die een afgedwongen splitsing met zich mee zal brengen. Daar zitten de energiebedrijven, enkele maanden voordat alle huishoudens vrij zijn om hun eigen bedrijf te kiezen, allesbehalve op te wachten.

Wat gaat Brinkhorst doen? De productie- en leveringsbedrijven afsplitsen en verkopen, de netwerken in publieke handen van een `regiegroep' houden, een groter deel van de hoogspanningsnetten onderbrengen bij het staatsbedrijf TenneT, de lokale netwerken reorganiseren zodat ze niet meer versnipperd zijn, de toezichthouder op de energiemarkt versterken. En als dat allemaal achter de rug is: over een jaar of wat de netwerken alsnog verkopen. Niet aan energiebedrijven, maar aan institutionele beleggers en pensioenfondsen. Die krijgen dan een mooi vast inkomen uit hun netbeheer.

De verliezers zijn de gevestigde energiebedrijven en ze proberen natuurlijk hun huid zo duur mogelijk te verkopen. Maar ze zullen waarschijnlijk lijdzaam moeten toezien, als de Nederlandse markt verdeeld zal worden onder de grote Europese energieconcerns die op hun thuismarkt wél de beschikking hebben over het eigendom van netwerken. Die komen als de grote overwinnaars uit de slag om de privatisering. Ondertussen draaien banken met de dreiging van schadeclaims in geval van splitsing de duimschroeven op de overheid aan. In Nederland zal splitsing van netten en levering leiden tot kostbare complicaties en jarenlange juridische procedures. En tot het inzicht dat het ABP, nadat het over een jaar of drie de netten van de overheid heeft overgenomen, geen verstand van netbeheer heeft en geen geld voor investeringen. De gemeenten en provincies, nu nog aandeelhouders, hebben zich dan al teruggetrokken en hun bezit gecasht. Bij toekomstige stroomstoringen kunnen klanten bellen met Brinkhorst. Voor de energiebedrijven is er één bittere les: ze hadden beter kunnen investeren in een politiek netwerk dan in sport. Hup Holland Hup staat in zijn hempie.

rjanssen@nrc.nl