Geef laatbloeiers ook een kans

Onder de uitdagende kop `Weg met de bloedeloze universiteiten' trakteerde Enrico Perotti de krantenlezer op 4maart op een vlammend pleidooi om de Nederlandse universiteiten vooral te tooien met opleidingen die interessant zijn voor de beste studenten. Zijn betoog past in een toenemende reeks van ideologische verhalen waarin alle heil wordt verwacht van onderwijs en onderzoeksinstituten die een keurmerk dragen waarin in elk geval het woord `top' voorkomt.

Tevens gaat het steevast om dure instellingen waar vooral de rijke student terechtkan en die zou dan meebetalen voor de minder gefortuneerde maar tevens extreem intelligente collega. Het voetvolk heeft op afstand in een tweederangs onderwijsinstelling het nakijken.

Perotti verwoordt een trend die in Nederland al langer zichtbaar is: het onderwijs moet de concurrentie tussen studenten aanwakkeren, het studentenbrein moet elk cognitief potentieel prijsgeven. Moeiteloos stapt hij over al het onderzoek in de psychologie heen dat onder meer heeft aangetoond dat succesvolle ondernemers doorgaans niet de meest begaafde studenten waren.

Cognitief hoogbegaafde studenten hebben vaak last van allerlei hinderlijke persoonlijkheidstrekken en kwalen (zoals minderwaardigheidsgevoelens, gebrek aan prestatiemotief) waardoor ze het in allerlei typen werkverbanden niet ver schoppen; niet voor niets is hier het begrip emotionele intelligentie, inmiddels door veel wetenschappelijk onderzoek begeleid, op het toneel verschenen.

Maar veel gevaarlijker in een betoog van een financieel deskundige als Perotti is dat hij uit het oog verliest dat de onderwijsinstellingen betaald worden met gemeenschapsgeld en dat het mede daarom voor de hand ligt dat een zo groot mogelijk deel van de bevolking van deze opleidingsmogelijkheden gebruik zou moeten kunnen maken.

Een land als Nederland kan er trots op zijn dat het percentage van de bevolking dat een hogere of wetenschappelijke opleiding heeft genoten de laatste 20 jaar sterk is gestegen. Het onderwijs draagt bij aan het opleidingspeil, de ontwikkeling, rijping en daarmee aan het welzijn van grote groepen mensen. Zij kunnen zich dankzij dit onderwijs ontplooien op een wijze die daarvoor (bijvoorbeeld in de jaren '50) niet mogelijk was.

Het onderwijs vervult een functie in het klaarstomen van mensen voor functies in de samenleving, maar kan en mag toch ook dienst doen in het bieden van kansen aan mensen om te genieten van kennis en vaardigheden en daardoor een emotioneel en cognitief rijker leven te leiden?

Dit laatste ook zonder dat ze zich bij voortduring het hoofd breken om bij de top in welk opzicht dan ook te behoren. Daadwerkelijke participatie in de cultuur van een gemeenschap staat of valt met de geletterdheid. Een hoge opleiding aanbieden aan veel mensen op veel verschillende manieren, dus zonder allerlei veel te vroeg ingebouwde selecties en drempels, en mensen de kans geven naast hun studie ook te werken en extra tentamens toe te staan daar waar dit zinvol lijkt (iets dat door Perotti wordt verfoeid), is een kenmerk van beschaving.

In het gedachtegoed van de ideologen die de concurrentie aanbevelen, hebben leerlingen en studenten een brein met alleen een cognitieve bedrading; de rest van de (emotionele en sociale) persoonlijkheidsaspecten lijkt ballast. In werkelijkheid zijn mensen gebaat bij ontwikkelingsmogelijkheden van cognitieve, sociale en emotionele aard in aansluiting op het niveau waarop ze zich bevinden.

Dat is niet voor iedereen gelijk, mensen zijn geen computers die allemaal met dezelfde software zijn uitgerust en klaarstaan voor gebruik. Na het startschot rent niet elke beginnende student rechtstreeks op het moeilijkste boek af.

Sommigen bereiken jaren later en soms via vele omwegen glansrijk de finish en dragen vervolgens veel bij aan maatschappij en cultuur. Deze mensen in een vroeg stadium over een hindernis laten struikelen dient geen enkel belang.

Prof.dr. J.J.L. Derksen en drs. A.J.M. Klein Herenbrink zijn klinisch psycholoog en psychotherapeut.