Europa is vooral een geestelijke eenheid

Geen zelfzuchtig nationalisme en geen ongerijmd consumentisme. In het ideale Europa handelen christelijke politici vanuit het bewustzijn van de menselijke rijkdom die het geloof meebrengt. Zo sprak paus Johannes Paulus II gisteren in het Vaticaan bij de aanvaarding van de Karelsprijs voor Europese verdiensten.

De prijs waarmee de stad Aken verdiensten voor Europa pleegt te eren, is op goede gronden genoemd naar keizer Karel de Grote. Inderdaad heeft die vorst van de Franken, die Aken tot zijn hoofdstad heeft gemaakt, geen geringe bijdrage geleverd aan de politieke en culturele grondslagen van Europa; daarom noemden zijn tijdgenoten hem al `pater Europae'. De gelukkige verbinding van klassieke cultuur en christelijk geloof met de tradities van de verschillende volkeren heeft in Karels rijk gestalte gekregen en zich vervolgens als geestelijk-cultureel erfgoed van Europa door de eeuwen heen in verschillende vormen ontplooid. Hoewel het moderne Europa in veel opzichten een andere werkelijkheid vertegenwoordigt, kan aan de historische figuur Karel de Grote een grote symbolische waarde worden toegekend.

Heden ten dage heeft de groeiende eenheid van Europa ook andere vaders. Zij is voor een niet te onderschatten deel te danken aan de denkers en politieke bouwers die aan verzoening, aan het naar elkaar toe groeien van hun volkeren, zonder meer voorrang hebben gegeven, en nóg geven, boven vasthouden aan eigen rechten en scheidslijnen. In dit verband wil ik herinneren aan de vroegere dragers van deze prijs, van wie wij hier enkelen mogen begroeten. De Apostolische Stoel erkent en stimuleert hun activiteiten en de inzet van vele anderen voor de vrede en de eenheid van de Europese volkeren. Met name dank ik allen die zich inzetten voor de opbouw van het gemeenschappelijke huis Europa op het fundament van de waarden die het christelijk geloof heeft overgedragen en van de cultuur van het avondland.

Omdat de Heilige Stoel op Europese bodem staat, bevindt de kerk zich in een bijzondere relatie tot de volkeren van dit werelddeel. Daarom is de Heilige Stoel van meet af aan actief betrokken geweest bij de Europese integratie. Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog heeft mijn voorganger, Pius XII zaliger gedachtenis, door de idee van de vorming van een `Europese Unie' nadrukkelijk te steunen, duidelijk gemaakt dat de kerk sterk betrokken is bij de eenwording van Europa. Hij heeft er daarbij geen twijfel over laten bestaan dat voor een blijvend welslagen van zo'n unie het christendom als identiteits- en eenheidsvormende factor onmisbaar is.

Van welk Europa moeten wij op dit moment dromen?

Staat u mij toe dat ik u op deze plaats mijn idee van een verenigd Europa schets.

Ik denk aan een Europa zonder zelfzuchtig nationalisme, waarin de naties worden gezien als vitale centra van culturele rijkdom, die het waard is om ten behoeve van iedereen te worden beschermd en gestimuleerd.

Ik denk aan een Europa waarin de grote verworvenheden van de wetenschap, de economie en het sociale welzijn zich niet concentreren op een van alle zin ontbloot consumentisme, maar in dienst staan van ieder mens in nood, en van solidaire hulp aan landen die eveneens naar sociale zekerheid streven. Moge Europa, dat in zijn geschiedenis zoveel bloedige oorlogen te verduren heeft gehad, actief bijdragen aan de vrede in de wereld.

Ik denk aan een Europa waarvan de eenheid stoelt op de ware vrijheid. De vrijheid van godsdienst en de maatschappelijke vrijheden zijn als edele vruchten gerijpt op de humus van het christendom. Zonder vrijheid is er geen verantwoordelijkheid, noch voor God noch jegens de mensen. Juist na het Tweede Vaticaanse Concilie wil de kerk de vrijheid veel ruimte bieden.

De moderne staat weet dat hij geen rechtsstaat kan zijn als hij niet de vrijheid van alle burgers, in hun individuele zowel als in hun gemeenschappelijke uitingsmogelijkheden, beschermt en bevordert.

Ik denk aan een Europa dat is verenigd dankzij het engagement van jonge mensen. Hoe gemakkelijk verstaan de jongeren elkaar, ongeacht de bestaande geografische scheidslijnen. Maar hoe kan een jonge generatie opstaan die ontvankelijk is voor het ware, het schone, het edele – voor datgene waarvoor het de moeite waard is om offers te brengen, als in Europa het gezin geen solide instelling meer is, die openstaat voor het leven en voor onzelfzuchtige liefde? Een gezin waarvan met het oog op het allerbelangrijkste ook de oudere mensen heel vanzelfsprekend deel uitmaken: de actieve overdracht van de waarden en van de zin van het leven.

Het Europa dat mij voor ogen staat is een politieke en zelfs meer nog een geestelijke eenheid, waarin christelijke politici uit alle landen handelen vanuit het bewustzijn van de menselijke rijkdommen die het geloof meebrengt: geëngageerde mannen en vrouwen, die zulke waarden vruchtbaar maken door ze in dienst van allen te stellen voor een Europa van de mens, waarboven het aangezicht van God straalt.

Dat is de droom die ik in mijn hart draag en die ik bij deze gelegenheid u en de komende generaties zou willen toevertrouwen.