Brancusi pelt tot de essentie

Het blijft een mooi verhaal. In 1926 had de beeldhouwer Constantin Brancusi (1876-1957) ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag twee exposities in New York. Daartoe werden verschillend van zijn beelden verscheept vanuit Parijs, waaronder de fameuze Bird in Space, een dunne, bronzen vorm die een vogel in volle vlucht verbeeldt – het beeld is zo ijl, snel en puntig dat vorm en beweging elkaar perfect in balans houden. Alleen de Amerikaanse douane dacht daar anders over. De beambten zagen het stuk brons in de eerste plaats als `ruw materiaal' en eisten dat eigenaar Edward Steichen de overeenkomstige (hogere) invoerrechten betaalde. En dus spande Steichen een rechtzaak aan, daarbij geholpen door Marcel Duchamp, de artistieke Mefisto die de filosofische implicaties van de kwestie ongetwijfeld grijnslachend doorzag. Maar toch: Steichen won. Officiëler was een beeld zelden tot kunst verklaard.

Een doorslaggevende reden bij die triomf was dat Brancusi hoogstpersoonlijk had beschreven hoe hij Bird in Space fabriceerde. Hij vertelde dat hij het eerste idee voor de Bird al had in 1910, dat hij er eerst een gipsen model van maakte, het bronzen beeld vervolgens liet gieten om het daarna persoonlijk af te werken. Hij benadrukte daarbij hoeveel werk er juist in die laatste fase ging zitten: ,,This artistic finishing takes a very long time and is equivalent to beginning the whole work over again.'' Daarmee maakte Brancusi ook duidelijk hoezeer hij een ambachtsman was en dat ook wilde zijn, en niet alleen omdat hij Steichen daarmee hielp. Want juist het handwerksgedeelte, het ambacht is altijd belangrijk geweest voor Brancusi. En daarom is het ook zo interessant dat de Tate Modern haar eerste grote Brancusi-overzicht aan dit aspect van zijn werk heeft opgehangen.

Het zelf hakken van een beeld door een beeldhouwer is namelijk lang niet zo vanzelfsprekend als het vaak lijkt. Juist in de tijd dat Brancusi vanuit Roemenië in Parijs arriveerde, rond 1904, heerste in de beeldhouwkunst de norm van Rodin, die inhield dat de kunstenaar zelf een model in klei maakte, en het stenen beeld aan de hand van dat model door handwerkslieden liet uithouwen – veel beeldhouwers hadden niet eens een houwersopleiding. Brancusi had die wel, en die `ambachtelijke' benadering paste ook goed bij het opkomende modernisme, dat vroeg om terugkeer naar de basis, om eerlijkheid en ambachtelijkheid.

Maar dat was niet genoeg. Het modernisme verlangde niet alleen naar eenvoud van handeling maar ook naar eenvoud van vorm. Als Brancusi ergens groot door is geworden, dan is het wel dat hij die twee elementen perfect met elkaar wist te combineren. In de Tate is prachtig te zien hoe Brancusi, eenmaal in Parijs gearriveerd, zich al snel een weg houwde naar de `essentie der dingen'. Zoals Mondriaan met veel moeite zijn abstracte vormen veroverde op de oorspronkelijke landschappen, zo slaagde Brancusi er in alle overbodige vormen van zijn beelden weg te hakken. Het beroemdste voorbeeld daarvan is natuurlijk de `eier-serie'. Die begint met het, min of meer klassieke Hoofd van een slapend kind (ca. 1908) en ontwikkelt zich via Slapende muze (ca. 1910, al veel gestileerder en strakker) tot de klassieker Het begin van de wereld (ca. 1920): een perfect wit marmeren ei. Juist doordat in de Tate die ontwikkeling perfect is te volgen, is Het Begin diep ontroerend: we zien, volgen, hoe Brancusi schaaft, raspt, hakt en pelt tot uiteindelijk de essentie overblijft: het ei, het begin van alle leven, bevochten op de steen. Dat is een prachtig gezicht, zelfs als je beseft dat Brancusi die hele modernistische beeldhouwers-mythe (door de jaartallen van het ontstaan van sommige beelden soms erg vaag te houden) vermoedelijk wel wat heeft aangezet.

Maar aan zijn werk doet dat niets af, juist omdat zo goed is te zien dat Het Begin geen toevalstreffer was. Fantastisch is ook de Torso van een jong meisje (1922) nauwelijks meer dan een ei zonder top, dat in zijn vorm en licht vooroverhellende houding inderdaad op roerende wijze aan een meisje doet denken. Geweldig is ook Jonge vogel (1925): een perfecte synthese tussen Het Begin en De Torso, die meteen laat zien dat Brancusi bepaald niet humorloos door het leven ging.

Maar goed, zelfs een grootheid als Brancusi ging wel eens te ver. In zijn ijver de essentie der dingen in alle opzichten te benaderen werd hij soms wat overmoedig. In De haan bijvoorbeeld, wilde hij niet alleen de vormen van het beest tonen, maar hem ook nog synesthesistisch laten kraaien; gevolg is een soort pijlpunt met trapsgewijze onderkant waarin de kraaide haan best is te herkennen, maar waarbij de vorm toch eerder komisch is dan werkelijk treffend. Maar dan kijk je weer naar Het Begin of naar Bird in Space, dat perfecte, bijna Einstein-achtige beeld en je beseft dat Brancusi inderdaad een van de grootste beeldhouwers was die ooit geleefd heeft. Hij zocht de essentie en zowaar – hij heeft 'm gevonden.

Tentoonstelling: Constantin Brancusi, The Essence of Things. Tate Modern, Londen. Zo. t/m do. 10-18u, vr en za. 10-22u. T/m 23 mei. Inf. www.tate.org.uk